Verdeelde reacties universiteitenfusie

Politieke partijen zijn sterk verdeeld over de fusieplannen van de universiteiten van Rotterdam, Leiden en Delft, die afgelopen vrijdag bekend werden. De SP vreest „Inholland-achtige toestanden”, de VVD is gematigd positief en D66 juicht de plannen toe.

Boris van der Ham, Tweede Kamerlid voor D66, reageert instemmend op de fusieplannen die universitaire bronnen vrijdag tegenover NRC Handelsblad bevestigden. Binnen zes tot acht jaar zouden Universiteit Leiden, Erasmus Universiteit Rotterdam en TU Delft bestuurlijk moeten samengaan. Van der Ham: „Het zijn wereldspelers die hun beste krachten bundelen. Het gaat de versnippering tegen en plaatst Nederland internationaal op een hoger plan. Het is geografisch ook een logische stap in Zuid-Holland. Voorwaarde is wel dat de kleinschaligheid van de studieomgevingen gewaarborgd blijft.”

De VVD is afwachtend positief, blijkt uit de reactie van Kamerlid Anne-Wil Lucas. „Zeker als de krachtenbundeling van de drie Zuid-Hollandse universiteiten zorgt voor meer onderscheidend vermogen en een betere bediening van de kennisregio. Ik vind het ook prima als een fusie leidt tot minder bestuurders. Hoe minder hoe beter. Maar dat mag niet ten koste gaan van de herkenbaarheid van de verschillende opleidingen.”

De SP wijst een eventuele fusie ronduit af. Kamerlid Jasper van Dijk: „Het is opmerkelijk en buitengewoon onverstandig. We weten allemaal dat we nu de prijs betalen van de schaalvergroting uit de jaren negentig. Kijk naar het mbo en hbo. Het zou buitengewoon spijtig zijn als de universiteiten dezelfde weg op gaan.”

De voorgestelde naam Universiteit Leiden voor de gefuseerde universiteiten wordt zowel door VVD als SP afgewezen. Lucas: „Waarom zou je één naam moeten hebben?” Van Dijk: „Ridicuul.”

Staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) is met vakantie. Zijn woordvoerder: „Ik kan dus niet nagaan of de staatssecretaris is gekend in de eventuele fusieplannen. Als er alleen sprake is van samenwerking, dan past dat helemaal in de strategische nota van de staatssecretaris daarover.’’