Uitzetting zou het dorp ontwrichten

Burgemeester Bouwmeester van Coevorden geeft de politie opdracht niet mee te werken aan uitzetting van een gezin.

Daarmee gaat hij in tegen een bevel van minister Leers.

Dit keer zijn het een meisje van negen en een jongetje van elf die met uitzetting bedreigd worden. Hun Afghaanse vader en Tadzjiekse moeder krijgen na tien jaar in Aalden geen verblijfsvergunning. Niet alleen de school en de buren in het Drentse dorp protesteren tegen hun vertrek, de burgemeester zelf heeft zich opgeworpen om het gezin te beschermen.

Bert Bouwmeester, burgemeester van Coevorden, negeert een uitzettingsbevel van minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA), die geen reden ziet de familie een verblijfsvergunning te geven. In een brief aan de minister stelde Bouwmeester vorige week dat het gezin Qadiri „volledig ingeburgerd” is in Aalden (1.800 inwoners). Omdat vader Saber en moeder Diana niet uit hetzelfde land komen, is het volgens Bouwmeester „uiterst reëel” dat het gezin uit elkaar wordt gerukt. Dat zou „een onmenselijke mate van psychologische druk” leggen op zoon Dawud en dochter Amina, schrijft de burgemeester.

Tijdens een extra gemeenteraadsvergadering kreeg Bouwmeester vorige week steun van de volledige gemeenteraad. Zelfs het CDA schaarde zich achter de motie waarin partijgenoot Leers werd opgeroepen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om het gezin Qadiri alsnog een verblijfsvergunning te verlenen. Het ministerie laat weten dat er gesprekken gaande zijn over de impasse.

U stelt dat uitzetting kan leiden tot een verstoring van de openbare orde en veiligheid in Aalden. Vreest u werkelijk voor een volksprotest?

Bouwmeester: „In april vorig jaar heb ik de regiopolitie Drenthe bevolen geen actie te ondernemen bij een uitzettingsprocedure. De bevolking van Aalden is zeer betrokken bij het gezin, met name de leerlingen van de Wilhelminaschool [waar Dawud en Amina op zitten]. Er zijn de afgelopen maanden meerdere protestacties op touw gezet. Hun uitzetting zou tot consternatie kunnen leiden.”

Bent u niet bang dat er straks een grote stapel verzoeken van asielzoekers op uw bureau ligt?

„Nee. Er worden geregeld mensen uitgezet. Maar deze uitzetting staat op zichzelf. Nog nooit was de maatschappelijke betrokkenheid zó groot dat er sprake van ontwrichting dreigt. Dat heb ik als burgemeester serieus te nemen.”

Volgens minister Leers onderscheidt deze zaak zich „in onvoldoende mate” van die van andere gezinnen die al lang in Nederland wonen.

„De minister maakt zijn eigen afwegingen. Ik kan niet in zijn dossiers kijken. Maar ik heb wel te maken met de lokale bevolking. Hoe wordt een uitzetting van dit gezin door de inwoners van Aalden ervaren? Het is bepalend voor mijn stellingname.”

Leers zegt ook: het gezin heeft niet genoeg inzet getoond om aan reisdocumenten te komen.

„Het gezin heeft er alles aan gedaan om tegemoet te komen aan de eisen van de Dienst Terugkeer en Vertrek [die belast is met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid]. Bij sommige acties dacht ik ‘nou nou, dat is nogal wat’.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„Moeder Diana heeft geprobeerd de Tadzjiekse nationaliteit te verkrijgen [die ze was kwijtgeraakt toen ze naar Afghanistan vluchtte]. Daarvoor moest zij in België zijn, want Tadzjikistan heeft geen ambassade in Nederland. Met haar status mag ze het land niet uit, maar Diana zag zich toch genoodzaakt de grens over te steken.

„In België heeft zij een gewaarmerkt en vertaald document opgehaald dat de standpunten van Tadzjikistan verwoordt [volgens het Centraal Aziatische land kan zij geen aanspraak meer maken op haar oude nationaliteit]. Dat gaat ver, vindt u niet?”

U was van tevoren over haar actie ingelicht?

„Ja. Ik wist dat ze een illegale handeling zou gaan verrichten. En ik voelde mij daar ongemakkelijk bij. Haar actie toont wel aan dat het beeld dat de minister schetst – dat van een gezin dat obstructie pleegt – niet klopt met de werkelijkheid.”

Hoe verklaart u die verschillende interpretaties?

„Ik kan niet goed beoordelen waarom het ministerie meent dat het gezin onvoldoende heeft gedaan om aan reisdocumenten te komen. Maar ik weet wel dat de toekomstperspectieven van een verwesterd meisje van negen en een jongen van elf in Afghanistan fnuikend zijn. Ziet u haar daar al in een boerka rondlopen?”

Op internetfora wordt fel gediscussieerd over uw opstelling. Medestanders noemen u een ‘polderrebel’, critici vinden dat u zich schuldig maakt aan burgerlijke ongehoorzaamheid.

„Ik zie het niet als burgerlijke ongehoorzaamheid. Wel als kleur bekennen. Er zijn altijd dossiers waarbij een burgemeester voorgaat in de stille tocht – spreekwoordelijk gezien. Dit is voor mij zo’n voorbeeld.”

Kent u andere burgemeesters die medewerking weigeren bij een uitzettingsprocedure?

„Nee. Burgemeesters houden dit soort zaken meestal buiten de publiciteit. Ze zoeken rechtstreeks contact met de minister, in de hoop dat hij gebruikmaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om een verblijfsvergunning te verlenen. Ook ik heb mij eerst tot de minister gewend – helaas zonder resultaat.”

De gemeenteraad staat achter u. Zou Leers daarvan onder de indruk zijn?

„Leers is zelf burgemeester geweest [van Maastricht]. Hij weet hoe ik in dit dossier sta. Dat neemt niet weg dat het de minister vrij staat om mijn politiebevel van tafel te vegen.”

Hoe ver gaat uw polderrebelsheid?

„Ik heb Leers verzocht om een gesprek. Het laatste wat ik wil is dat overheden vierkant tegenover elkaar komen te staan. Dat de rechter moet bepalen wie het gelijk aan zijn kant heeft. Maar ik sta wel achter mijn inwoners. Zeker als het om jonge inwoners gaat. Je kunt westerse kinderen niet neerplanten in een land waar ze niet thuishoren.”