Slaap in de rozen, ontwaak tussen de doorns

Milena Agus: Gravin van de hemel Uit het Italiaans vertaald door Jeanne Crijns. De Geus. 123 blz. € 14,90 ***

Hun hoge geboorte zit eigenlijk alleen nog in hun eigen hoofd. De drie zussen, gravinnen, niet jong maar nog lang niet bejaard, bewonen een afbladderend palazzo dat niet meer hun eigendom is. Hun decorum verviel tot zonderling gedrag. Alleen hun stijfhoofdig verlangen naar geluk verraadt nog hun adeldom. Een ‘nee’ accepteren? De zussen zouden niet weten hoe dat moet.

Zijn ze deftig, versteend, stoffig? Verre van dat. De drie hoofdpersonen van Gravin van de hemel, een nieuwe novelle van Milena Agus, zijn hedendaagse vrouwen. Ze zijn ook een typische zusterconstellatie, met de oudste als de quasimoeder, de middelste als de bemiddelaar en de jongste als de weerloze dromer om wie de andere twee zich altijd weer bekommeren, wat ze ook aan stoms uithaalt.

Zij is de ‘gravin van de hemel’ uit de Nederlandse titel. Waarom er voor dat pathos van die hemel werd gekozen, begrijp ik niet goed. Agus zelf noemde haar boek ‘De gravin van ricotta’, naar de weerloos zachte Italiaanse kaassoort. Het lijkt zoveel te betekenen als ‘de gravin met de twee linkerhanden’ en het verwijst onder andere naar het onmogelijke willen: een ricottataart bereiden die niet meteen in elkaar zakt. Het lukt de gravin trouwens – één keertje, en hij stort in voor iemand hem heeft gezien. Een mooie metafoor voor haar leven, die Agus, zoals zij dat zo mooi kan, niet benadrukt maar verstopt in een terloopse alinea.

De drie zussen zijn de drie gratiën: schoonheid, vreugde en geluk, echter geperverteerd tot een controlefreak, een seksbom en een vrouw die verliefd is op verliefdheid. Haar zwakte is evident, maar de andere twee zijn even kwetsbaar. De dood zeurt en wil zijn zin krijgen, dat voel je.

En toch is de dood het onderwerp niet. Agus besluipt in haar kleine boek de teleurstelling. Die houdt aan en maakt alles stuk. Die is fataler dan de dood.

Milena Agus trekt de taal naar zich toe. Met kabbelende en soms bijna harkerige zinnen verleidt ze tot dromen. Maar droom niet mee want je schrikt wakker van haar snerpende observaties. Hoewel… daarna strooit ze met magische mededelingen die de lezer troosten met de onthulling van wonderen van alledag. Ze maakt van ons allen Doornroosjes: we slapen tussen de rozen, we worden wakker tussen de doornen. Maar Agus wijst op de kleuren en de geuren, en dan is alles te accepteren. Want het leven siddert in en om ons, en daar gaat het om.

Joyce Roodnat