Ook amateur maakt snel een vernietigende bom

De bomaanslag in Oslo maakt duidelijk dat de kennis over het maken van explosieven niet meer geheim is. Ook de grondstoffen zijn makkelijk te vinden.

Het manifest dat Anders Breivik heeft achtergelaten is een gevaarlijk document. Niet zozeer door de lijst van doelen (raffinaderijen en kerncentrales) die erin voorkomt – die is tamelijk obligaat. Maar vooral door de praktische aanwijzingen die hij geeft voor de bereiding van explosieven en door de tips voor het zoeken op internet zonder sporen achter te laten op servers of op de eigen harde schijf.

Breiviks aanwijzingen gaan in hun praktische details veel verder dan de instructies die waren opgenomen in de beruchte Jihad-encyclopedieën van Al-Qaeda en andere islamitische groeperingen. Die kopieerden goedbeschouwd slechts klakkeloos de inhoud van Amerikaanse subversieve boeken en boekjes die al decennia in omloop zijn en die nog steeds zijn te bestellen. De informatie van die boekjes (zoals ‘Home workshop explosives’ van Uncle Fester en tientallen anderen) is van internet te downloaden. Tot Breiviks verbazing hield Google geen enkele zoekterm tegen.

Breivik heeft geen verstand van chemie, zoals hij eerlijk toegeeft en zoals ook uit zijn manifest blijkt – hij denkt dat butanol hetzelfde is als ethanol. Maar hij is slim genoeg om alle gevonden aanwijzingen op hun waarde te beoordelen. De beschrijving van de weg waarlangs hij zich het wezen van explosieven eigen maakt is te beschouwen als een inleiding in het vakgebied, die voor elke amateur te volgen is.

Breivik ontdekt dat zware explosieve ladingen altijd worden ontstoken door een kleine lading (het secundair explosief) die op zijn beurt weer door een ontsteker of slaghoedje (primair explosief) tot ontploffing wordt gebracht. Hij gaat systematisch na wat de aantrekkelijkste keuze is voor deze explosieven en hoe het zit met de verwerkbaarheid en verkrijgbaarheid van de grondstoffen. Al te gevoelige explosieven, zoals het beruchte aceton-peroxide uit het Midden Oosten, wijst hij af.

Al vroeg kiest Breivik voor de productie van ANFO-springstof, het soort explosief dat ook is gebruikt door de Baader-Meinhof-groep en dat is ingezet voor de aanslag op het Murrah-gebouw in Oklahoma (1995).

ANFO (ammoniumnitraat-fuel oil) bestaat uit fijngemalen ammoniumnitraat (een gangbare kunstmest) waarin 7 procent dieselolie is opgezogen. Het werd veel als ‘slurry’ in de open mijnbouw gebruikt. Breivik voegt er uiterst fijnverdeeld aluminiumpoeder aan toe om de explosieve uitwerking te vergroten. De primaire en secundaire springstof bereidt hij uit een enorme hoeveelheid aspirine-tabletten die hij heeft moeten betrekken van tientallen apotheken. Hij zuivert het medicijn van vulmiddelen en zet het met zelf geconcentreerd zwavelzuur om in pikrinezuur, volgens aanwijzingen die al jaren verstrekt worden door de genoemde Amerikaanse subversieve literatuur. Een YouTube-fimpje zorgt voor de finishing touch.

Breivik beschrijft geërgerd hoe de Europese Unie alles doet om het ammoniumnitraat, dat nu eenmaal onmisbaar is in de landbouw, minder explosief te maken. De korrelstructuur is veranderd en er is inert calciumcarbonaat (krijt) aan toegevoegd. Maar, onthult Breivik na doeltreffende experimenten, de maatregelen zijn onvoldoende. De stof is nog steeds explosief. Hij geeft aan waar de juiste soort kunstmest te koop is en waarschuwt tegen de aankoop van ureumnitraat, dat steeds meer als ongevaarlijk substituut wordt aangeboden.

Heel verontrustend is Breiviks beschrijving van de praktische toepassing van alle internetwijsheid binnen de Europese mogelijkheden. In de vorm van een dagboek noteert hij wat de moeilijkheden waren, wat er misging en hoeveel tijd en hoeveel geld de operatie kostte. Al doende onthult hij de pijnlijke waarheid dat zelfs een amateur binnen een paar maanden een vernietigende bom kan samenstellen, vooropgesteld dat hij ergens een afgelegen werkplaats of garage vindt. Het makkelijkst is het als hij wordt erkend als landbouwer, dan zijn de zakken ammoniumnitraat nog dezelfde week in huis. Maar ammoniumnitraat wordt ook aangeboden als koudmakend mengsel.

De aanwijzingen die Breivik geeft voor de vervaardiging van giftige munitie (geweerpatronen met uitgeholde kogelpunten waarin vergif is ondergebracht) doen in meerdere opzichten wereldvreemd aan. Het nut is niet duidelijk. De twee vergiffen die hij na een intelligente analyse kiest (ricine en nicotine) zijn makkelijk thuis te bereiden, zoals hij alweer op internet ontdekt. Uiteindelijk blijkt Breivik zuivere nicotine gewoon bij een Chinese handelsonderneming te kunnen bestellen. Of hij het vergif ook heeft ingezet is onduidelijk, wel toont zijn manifest een foto waarop hij een holle kogelpunt met behulp van een injectienaald vult.

Verontrustend is ook weer Breiviks beschouwing over de kwetsbaarheid van kerncentrales. Hij geeft nauwkeurige beschrijvingen van de verschillende soorten beschermende insluitsystemen die de centrales bezitten en bespreekt welke het kwetsbaarst zijn. Hij blijkt tot in detail op de hoogte van de ligging en de vermogens van de kerncentrales, en toont aan de verschillende werkingsprincipes te doorgronden. Ook bespreekt hij de ‘vuile bom'.