Onheilsprofeten verspreiden mythes over het euroakkoord

Met overheidsgaranties is de euro gered. Toch hebben politici uit het Noorden gefaald, stelt Melvyn Krauss.

De onheilsprofeten trokken alweer van leer, nog voordat de inkt onder het nieuwe EU-akkoord voor een tweede Grieks reddingsplan droog was. Die lui vinden het glas zelfs nog halfleeg als het tot de rand gevuld is. Hier zijn enkele mythes over het nieuwe akkoord, met de bijbehorende werkelijkheid.

Mythe: de Europese Centrale Bank heeft aan geloofwaardigheid verloren, omdat ze haar belofte heeft gebroken om geen failliet te accepteren.

Werkelijkheid: ECB-president Trichet komt als grote winnaar naar voren. Achter zijn beweerde weigering om een failliet te accepteren en de Griekse banken van ECB-financiering uit te sluiten, school zijn verborgen wens om overheidsgaranties voor het Griekse onderpand te verwerven. Die krijgt hij met dit akkoord. Dit is een grote opsteker voor de centrale bank.

Mythe: de particuliere banken zijn de grote verliezers, want zij zullen 37 miljard euro aan het Griekse reddingsplan moeten bijdragen.

Werkelijkheid: laat u niet misleiden door de grote getallen uit de mond van politici. Die 37 miljard euro klopt niet. Duitse en Nederlandse banken hebben hun Griekse obligaties massaal verkocht aan hedgefondsen (die een fortuin aan het akkoord hebben verdiend door in de aanloop naar de top van afgelopen donderdag te speculeren op een waardestijging van het Griekse schuldpapier). De banken hebben domweg niet meer zoveel Griekse obligaties dat hun 37 miljard euro kan worden ontfutseld. Ja, de banken moeten oude Griekse staatsschuld voor nieuwe inruilen, met een langere looptijd en een lagere rente. Maar die schuld is na dit akkoord niet meer wat ze is geweest.

De nieuwe schuld zal veel veiliger zijn dan de oude, omdat ze wordt gedekt door triple A-zekerheden. Voor de banken maakt dat een groot verschil. Bovendien zijn de banken ontsnapt aan een Franse kogel die gericht was op hun portefeuille, toen het omstreden voorstel tot een bankenbelasting werd opgeschort. Al met al was het reddingsplan voor de banken geen slechte zaak.

Mythe: de aandrang uit het Noorden op private sector-investering (PSI) is een verstandige zet gebleken.

Werkelijkheid: de PSI is een grote flop. Ze heeft de monetaire unie naar de rand van de afgrond geduwd door een besmetting van Spanje en Italië uit te lokken en heeft de financiële ministers een reputatie van roekeloosheid bezorgd. Waarom waren ze bereid om zoveel besmettingsgevaar te lopen voor zo’n grijpstuiver uit de private sector?

De reputatie van het Noorden als leverancier van degelijke centralebankiers heeft een grote klap gekregen. De Nederlandse en Duitse ministers van Financiën, Jan Kees de Jager en Wolfgang Schäuble, komen uit de crisis naar voren als onbetrouwbare mannen. Ze hebben tal van kostbare concessies moeten doen om de PSI in het akkoord te krijgen – maar niemand heeft een flauw idee om welke PSI-cijfers het eigenlijk gaat en wat ze betekenen.

Mythe: de politieke unie heeft verloren, omdat de autoriteiten geen euro-obligaties hebben ingevoerd.

Werkelijkheid: euro-obligaties maakten inderdaad geen deel uit van dit akkoord, maar de flexibiliteit die het eurostabiliteitsfonds (EFSF) heeft gekregen om Griekse obligaties op de secundaire markt te kopen, komt op hetzelfde neer. Stel dat het EFSF alle Griekse obligaties koopt die op de markt voorradig zijn. Dan wordt de financiering van Griekenland evenzeer een Europees verschijnsel als wanneer er euro-obligaties werden uitgegeven en het geld aan de Grieken werd overgedragen.

Het akkoord van afgelopen donderdag betekent een doorbraak voor een ‘Europese oplossing’ van de Europese staatsschuldcrisis. Europa voert euro-obligaties in via de achterdeur van obligatieaankopen door het EFSF op de secundaire markt. De Duitsers hebben zich bereid getoond ‘het risico te collectiviseren’, zolang er daardoor maar niet meer direct belastinggeld naar het noodfonds gaat.

Mythe: het akkoord was een teleurstelling, omdat het EFSF-noodfonds niet is uitgebreid.

Werkelijkheid: dat zijn die lui weer van halfvol-halfleeg. Ja, het zou beter zijn geweest als het fonds was uitgebreid – geen twijfel mogelijk. Maar we moeten het betere niet de vijand van het goede laten zijn.

De vergrote flexibiliteit van het noodfonds is een belangrijke stap vooruit, die zeker zal helpen om het besmettingsgevaar te beperken – en misschien wel zo goed dat uitbreiding van het fonds niet eens nodig zal blijken.

Wel zullen de Ieren en Portugezen zich afvragen: als de Grieken dit soort hulp kunnen krijgen, waarom wij dan niet? Als de politici nee zeggen, dan zal de markt hen onder druk zetten om te zien of hun dat echt menens is. Het zal misschien niet mogelijk zijn om het alleen bij Griekenland te houden.

Ik vermoed dat Trichet de Duitse bondskanselier Angela Merkel onder zware druk heeft gezet om het EFSF uit te breiden. Maar haar politieke stijl is niet om het voortouw te nemen: ze wacht tot de euro op de rand staat en doet dan haar concessies.

Misschien staan haar in de toekomst nog wel meer concessies te wachten, maar dat geeft niet: de wereld weet nu waar Europa en de euro heen gaan.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover-instituut van de Stanford-universiteit. Hij verblijft vaak in Amsterdam en was hoogleraar economie aan New York University.