Nu wil ook Malawi een president die luistert

Afrikaanse leiders zijn bang voor een oproer naar Arabisch model. De onverwachte voorloper: het kleine Malawi.

Het is weer rustig in Malawi. Negentien mensen kwamen afgelopen week in het zuidelijk Afrikaanse land om het leven bij demonstraties tegen de regering van president Bingu wa Mutharika, maar actieleiders hebben de bevolking opgeroepen vandaag weer gewoon aan het werk te gaan.

De protesten waren de grootste sinds in 1994 een eind kwam aan het dertigjarig bewind van Hastings Banda. De steeds repressiever bestuursstijl van de sinds 2004 regerende president Mutharika werd door de activisten vergeleken met die van Banda en van potentaten in andere Afrikaanse landen. „Opnieuw is in Afrika een veelbelovend democraat ontspoord”, concludeert politicoloog Blessings Chisinga.

De wetenschapper kwam onlangs zelf in het nieuws toen hij zich bij de politie moest melden nadat hij tijdens een college voor eerstejaarsstudenten aan de Universiteit van Malawi iets over de opstanden in Egypte en Tunesië had verteld. „Een student vroeg me wat er gebeurt als een regering niet naar zijn volk luistert en toen gaf ik Noord-Afrika als voorbeeld”, zegt Chisinga door de telefoon. Na het politieverhoor werd hij door de universiteit ontslagen.

Dat betekent niet dat de ‘Arabische lente’ is overgeslagen op Afrika bezuiden de Sahara. Maar veel leiders op het continent zijn bang geworden voor een onverhoeds volksoproer. Eerder werden in Zimbabwe en in Swaziland activisten opgepakt die zeiden inspiratie op te doen uit de revoluties in het noorden.

In het doorgaans rustige Malawi beperkt het verzet zich tot jongeren in de grote steden. „Maar de demonstraties zullen doorgaan”, verwacht Chisinga. „Onze president heeft weinig gedaan om de zorgen bij de demonstranten weg te nemen.”

Woensdag ging een coalitie van allerhande oppositiegroepen en maatschappelijke organisaties ondanks een officieel verbod de straat op. De politie trad hard op. „Als jullie terug de straat op gaan, dan rook ik jullie uit”, zei Mutharika dit weekeinde.

De aanleiding voor de protesten zou een gebrek aan brandstof zijn, als gevolg van een tekort aan buitenlandse deviezen. Het Internationaal Monetair Fonds heeft de regering van Malawi geadviseerd de lokale munt te devalueren, maar Mutharika weigert. Hij verwacht dat voedselprijzen zo nog sterker zullen stijgen.

Het protest is ook tegen Mutharika zelf gericht. Van een hoopgevend hervormer werd hij in korte tijd, in de woorden van Chisinga, „een paranoïde potentaat”. Mutharika zou zijn broer, de minister van Onderwijs, klaarstomen voor het presidentschap, om zo zijn financiële belangen veilig te stellen.

Mutharika’s eerste termijn kenmerkte zich door democratisering en een vooral door ontwikkelingshulp gedreven groei. De 77-jarige Mutharika, zelf voormalig Wereldbank-econoom, negeerde ook toen adviezen van de financiële instellingen in Washington en stelde een dure maar succesvolle subsidie in op kunstmest om de voedselproductie te verhogen. In 2009 werd hij met overgrote meerderheid herkozen.

Sinds zijn herverkiezing heeft hij de politie meer bevoegdheden gegeven om tegen oppositionele krachten op te treden. Kranten kunnen „in het nationale belang” gesloten worden. „Hij heeft zijn meerderheid gebruikt om de door hem zelf gecreëerde democratische ruimte weer te ondermijnen”, concludeert Chisinga.

Malawi behoort volgens de VN tot de twintig armste landen van de wereld. Deze maand schortte het Verenigd Koninkrijk 35 miljoen dollar begrotingssteun op. In een uitgelekt diplomatiek bericht had een Brit Mutharika „autocratisch en niet ontvankelijk voor kritiek” genoemd. Waarna hij het land werd uitgezet.