Noorse terrorist heeft kenmerken 'lone wolf'

Het manifest dat de Noorse terrorist schreef, kun je zien als een kenmerk van 21ste eeuws lone wolf-terrorisme, zegt deskundige Spaaij.

Eerst dacht men aan Al-Qaeda. Toen leek duidelijk dat de Noorse schutter een rechts-extremist was. En hoewel het nog steeds te vroeg is voor een definitieve conclusie, dook ineens een nieuwe term op: nee, hij zou een lone wolf-terrorist zijn.

Maar wat is dat eigenlijk? Ramón Spaaij, verbonden aan La Trobe University, Melbourne, en (één maand per jaar) aan de Universiteit van Amsterdam, heeft onderzoek gedaan naar het verschijnsel, als een van de zeer weinigen. Hij inventariseerde gevallen van terroristen die niet gelieerd zijn aan terroristische organisaties, maar in hun eentje aanslagen plegen. In de VS, ontdekte hij, is het aantal gevallen de laatste decennia gestaag toegenomen: van één in de jaren vijftig tot 13 in de jaren negentig. In Europa lijkt het aantal sinds de jaren zeventig niet toe te nemen; het fluctueert rond net niet één geval per jaar. Zijn onderzoek is vorig jaar gepubliceerd in Studies in Conflict & Terrorism (16 augustus online).

Vooral in de VS maakt men zich zorgen over het verschijnsel, vertelt Spaaij vanuit Australië. „Het lijkt op het leaderless resistance-concept van de anarchisten, eind 19de eeuw. In de tweede helft van de vorige eeuw kwam het idee opnieuw op dat je het best alleen of in kleine groepen kunt opereren om de staat te ondermijnen. Swarming wordt het ook wel genoemd, als bij een bijennest – je weet niet welke kant je op moet slaan, ze zitten overal. Het waren vooral blanke mannen die zich richtten tegen politici, de falende overheid, of bijvoorbeeld abortusklinieken.” Symbolische doelen, net als bij Breivik.

Wat precies wel en niet onder lone wolf-terrorisme valt is niet altijd gemakkelijk te zeggen, benadrukt Spaaij. De definitie van terrorisme is al moeilijk: volgens de definitie die hij hanteerde, gaat het daarbij om aanslagen met als doel een groep mensen ernstig te intimideren, een regering of organisatie ergens toe te dwingen of te destabiliseren. Maar het motief achter een aanslag is niet altijd bekend. Er is, zegt Spaaij, vaak veel discussie over de vraag: is dit een politieke daad of gebaseerd op individuele paranoia? Dat Breivik een uitgebreide politieke verantwoording op internet achterliet, zegt wat dat betreft nog niets. „Je hoort wel vaker dat iemand zo’n rationale geeft, maar dan blijkt later bijvoorbeeld dat hij ook aan depressies leed, maar zijn daad liever anders opdiende.”

En bij veel lone wolves, zegt Spaaij, blijft de vraag of ze echt alleen hebben gehandeld. „Vooral als het gaat om mensen die wel degelijk putten uit dezelfde poel van ideeën als terroristische organisaties.” Dat is zo bij Breivik en was bijvoorbeeld ook het geval bij David Copeland, die in 1999 drie mensen vermoordde en 129 verwondde met spijkerbommen, geplaatst in allochtone wijken en een homobuurt. „Copeland was eerst onderdeel van een rechts-radicale groep, maar vond die niet ver genoeg gaan.”

Wat is dan eigenlijk het nut van het hanteren van zo’n aparte lone wolf-categorie? „Onderzoek naar terrorisme gaat vaak alleen over netwerken, cellen, collectieven. Over charismatische leiders die jonge rekruten indoctrineren. Het is belangrijk je ervan bewust te zijn dat de dynamiek van radicalisering ook individueel kan plaatsvinden. En er is onderzoek waaruit blijkt dat leden van terreurgroepen geen afwijkende psychologische kenmerken of stoornissen hebben. Maar bij lone wolves is dat anders en gaat het vaak om mensen die in organisaties niet goed liggen of zich er niet thuis voelen en dan hun eigen gang gaan.” Die hebben vaak wel een stoornis, zegt Spaaij: „Heel vaak blijkt uit psychiatrische rapporten dat ze een slechte relatie met hun ouders hadden, en met een partner, of dat ze nooit over een verbroken relatie heen zijn gekomen.”

Maar anders dan de eenzame, gestoorde mannen die uit boosheid op de wereld om zich heen gaan schieten op scholen of in winkelcentra, plegen lone wolves geen zelfmoord na hun daad. „Het is moeilijk te zeggen waarom niet”, zegt Spaaij, „maar zeker als iemand een bepaalde politieke boodschap wil uitdragen kun je redeneren dat dat een motivatie is om in leven te blijven. Zo’n manifest als Breivik op internet achterliet kun je een kenmerk noemen van 21ste-eeuws lone wolf-terrorisme.”

In dat manifest schrijft Breivik hoe sociaal handig hij is bij het manipuleren van mensen. Hij beschrijft ook de levens van enkele vrienden. Spaaij verrast: „Dat is alsof hij zich bewust is dat hij als sociaal onhandig zal worden gezien! Ik ben te zijner tijd benieuwd naar de verhalen van die vrienden. Je ziet vaker dat mensen die een reeks aanslagen plegen op een gegeven moment gaan zeggen hoe slim ze zijn. Dit is een van de weinige gevallen waarin dat al na één aanslag gebeurt. Het is trouwens ook een heel hoog dodental voor een lone wolf, als zou blijken dat dit een lone wolf-geval is. Timothy McVeigh had er meer dan honderd, maar die had een handlanger, dat was geen echte lone wolf.

„Maar uiteindelijk vind ik de discussie die zo’n geval oproept interessanter dan de vraag of dit lone wolf-terrorisme is of niet. Als je kijkt vanuit de gruwelijkheid van de daad is het feit dat ze hem gepakt hebben belangrijker dan de theoretische kwestie wat voor soort terrorisme het is.”