Niet vallen, volgen en volle bak als het moet

Cadel Evans was er in 2008 al eens dichtbij. Dit jaar won hij de Tour de France.

In Australië werd een feestdag uitgeroepen om te kijken naar zijn huldiging.

De beroemde Italiaanse wielertrainer Aldo Sassi voorspelde het tegenover Australische verslaggevers een half jaar voordat hij na een slopende ziekte overleed, in december 2010. „De positieve ontwikkeling van Cadel Evans is niet te danken aan zijn psychologische of professionele groei, maar aan de normalisering van de verhoudingen in het profpeloton.” Het dopegebruik was teruggedrongen, bedoelde de voormalige directeur van het Mapei-trainingscentrum van Varese. „Toen ik Cadel voor het eerst ontmoette en testte in mijn laboratorium, wist ik direct dat hij een echte klassementsrenner was. Als iemand een grote ronde kan winnen, dan is hij het.”

Evans (34) maakte in de 98ste Ronde van Frankrijk de woorden van zijn trainer waar en is de eerste Australische Tourwinnaar in de geschiedenis. „Aldo Sassi geloofde heilig in mij”, sprak Evans emotioneel, nadat hij met een geweldige slottijdrit rond Grenoble de gele leiderstrui had overgenomen van Andy Schleck en de eindzege had veiliggesteld. „Hij geloofde meer in mij dan dat ik in mezelf geloofde.”

Vervolgens liet de kopman van de BMC-ploeg zijn tranen de vrije loop en memoreerde een bijzondere dag met Sassi in september 2009, toen hij wereldkampioen werd. „Ik won in Mendrisio, op zes kilometer van zijn huis. Vorig jaar heeft hij me gezegd: ‘Ik hoop voor jou dat je een grote ronde wint en dat het de Tour is. Dat is de meest prestigieuze wedstrijd, daar wint de meest complete renner.’ Als hij me hier eens kon zien zitten… Dat zou pas fantastisch zijn.”

De meest complete renner in deze Tour was Evans. Al in de eerste week sprintte hij voorbij Alberto Contador naar winst op de Mûr-de-Bretagne. Topvorm. Zijn ploeg onder leiding van de Amerikaanse routinier George Hincapie hield hem uit het gedrang en de valpartijen. Volgen was voldoende in de bergen. Toen er op de Galibier twee dagen achter elkaar een achtervolging nodig was, aarzelde Evans geen moment en toonde zich met een grote versnelling op z’n best. Als een van de weinigen was hij in de slottijdrit ruim sneller dan eerder op hetzelfde parcours in de Dauphiné Libéré. Nog steeds in topvorm, de renner met het beste herstel van allemaal. Consistancy noemde hij zelf de sleutel tot zijn succes.

Een andere cruciale factor voor Evans, tweede in de Tour in 2007 en 2008, bleek in een afdaling naar Gap. Uitgerekend de plek waar hij vorig jaar ten val kwam en een armbreuk opliep die hem later de gele trui kostte. Nu nam hij zonder aarzelen een aanval over van Contador en zette de broers Schleck op achterstand. Blik vooruit, volle bak koers, geen bijgedachten. „Als dingen fout gaan, word ik nerveus”, gaf hij zichzelf bloot in de perszaal op de wielerbaan van Grenoble.

Van het Australische platteland – „We hadden thuis eerst geen tv”, vertelde hij – bereikte de ‘loner’ de top in het mountainbiken, net als bijvoorbeeld Floyd Landis of Michael Rasmussen. Net als zij stapte hij over naar de jungle van het profwielrennen op de weg. Maar hij maakte minstens één andere keuze, die van de weg van de geleidelijkheid.

Tot in detail memoreerde hij zaterdag zijn carrière. Te beginnen met de Giro van 2002, die hij verloor „op negen kilometer onder de top van de laatste klim”. De Tour van 2007, waar hij tijd morste door een actie van Hincapie, toen ploeggenoot van tegenstander Contador: „23 seconden”. Of 2008, toen hij als topfavoriet ten val kwam door een fout van een renner voor hem, „Verdugo van Euskaltel”.

Innerlijk heeft Evans alles op een rij. Problemen ontstaan als zijn eigen beleving botst met de weerbarstige buitenwereld. Raar gedrag tegenover de Raborenners, nadat geletruidrager Michael Rasmussen uit de Tour was gezet. Een kopstoot voor Robert Gesink, die in de Vuelta anders sprintte dan Evans verwachtte. Ruzie met een journalist die zijn hondje Molly te na kwam. En deze Tour met een bidon spuiten naar een irritante toeschouwer, maar Mark Cavendish raken.

In 2008 verloor hij zelfs de Tour door stress. De hele wereld keek naar hem, sponsor Marc Coucke rekende openlijk op het geel in Parijs. Tot het in de laatste bergrit op Alpe d’Huez en de slottijdrit nog misging en Carlos Sastre alsnog de Tour won. „Niemand wilde mij nog kennen, niemand geloofde nog in mij”, keek Evans in Grenoble terug.

Een paar uur nadat hij in die Tour het geel had verloren op Alpe d’Huez, troffen John Lelangue en Jim Ockowicz elkaar in een restaurant op de top. Lelangue was met BMC-eigenaar Andy Rhis een bescheiden ploegje begonnen, na het mislukte avontuur met Phonak en Landis in de Tour van 2006. Samen met Ockowicz, ex-Motorola en zwaargewicht in het Amerikaanse wielrennen, konden ze in 2010 een nieuwe topploeg kopen. Met Evans als kopman. „Dit is allemaal begonnen met een klein idee van de mensen van BMC”, aldus de Tourwinnaar.

Vorig jaar verloor hij huilend het geel door zijn gebroken arm, nu was het wel raak voor Evans. De wielerwereld kan de nieuwe winnaar, die in de verte iets wegheeft van Joop Zoetemelk, wel waarderen. „De vervolmaking van een mooie carrière”, prees Tourdirecteur Christian Prudhomme. Australië is een groeimarkt voor de wielerindustrie, zoals Duitsland was na de Tourzege van Jan Ullrich en Amerika door het tijdperk van Lance Armstrong.

Evans vond het schitterend dat in zijn eigen land een nationale feestdag werd uitgeroepen om te kijken naar zijn huldiging op de Champs-Elysées. Maar eigenlijk heeft hij genoeg aan zijn eigen kleine wereld. Hij prees zijn ploeg, van directeur tot mecanicien. En was in gedachten bij Aldo Sassi, zijn overleden trainer die altijd in hem was blijven geloven.