Nederlandse speedboot geeft gas en het goud is binnen

‘Golden Girls’ pakken bij de wereldkampioenschappen zwemmen in Shanghai opnieuw de titel. De sterke Heemskerk geldt nu ook als favoriet voor de 100 meter vrije slag van vrijdag.

Met een felle blik onderbreekt Ranomi Kromowidjojo de onbenullige vragen van een journalist aan haar teamgenote Inge Dekker, die zij stevig en beschermend omarmt: „Jij gaat je niet schuldig voelen, we hebben samen de buit binnen gehaald”. Dekker kijkt na afloop van de 4x100 estafette toch nog een beetje onthutst als haar de schuldvraag wordt gesteld, kennelijk is er toch een gevoelige zenuw beroerd.

Inderdaad had zij als startzwemster, door een nauwelijks waarneembare zwakke duik, al in de eerste 50 meter de kansen van de ‘Golden Girls’ op een derde wereldkampioenschap bijna verpest. Maar dat werd royaal gecompenseerd door de vorm waarin achtereenvolgens Kromo, Marleen Veldhuis en de ster van de show, Femke Heemskerk, verkeerden. De Nederlandse speedboot gaf gewoon wat meer gas, maar het was, zo zei een van hen „inderdaad kielekiele”.

Voor de derde keer samen op een podium om het goud op dit nummer in ontvangst te nemen, is een voor Nederlandse begrippen zeldzame prestatie. En dan praten over schuld is een merkwaardige vorm van nieuwsgierigheid en zelfkastijding.

In allerlei varianten vertelden zij na afloop dat de estafette een teaminspanning is en dat iedereen wel eens een paar tiende van seconden minder hard zwemt. „Als de een iets laat liggen dan vangt de ander het weer op’’, aldus Jacco Verhaeren, technisch directeur van de zwembond, over het team dat ook tijdens het WK van 2009 en de Olympische Spelen in 2008 goud won op het zeker voor toeschouwers en leken spannendste nummer van het WK zwemmen in Shanghai.

Die spanning werd verhoogd door de wetenschap dat het om een reünie ging van het volgens coach Verhaeren ongewoon succesvolle Nederlandse estaffete-team. Door blessures en de zwangerschap van Marleen Veldhuis was het een jaar geleden dat zij samen hadden getraind. Routinier Veldhuis wekte met haar persoonlijke verhaal – een jaar geleden kreeg zij een dochter – de belangstelling van de Chinese media, die zich verbaasden dat iemand het moederschap kan combineren met topsport.

Zelf deed zij daar laconiek over: „Ach, zo veel vrouwen combineren een kind met een baan, daar is toch niets bijzonders aan.” Veel aparter vond zij het dat het team nog steeds een team is en er geen wisselingen hebben plaatsgevonden. Of dat zo blijft was een vraag die coach Verhaeren niet wilde beantwoorden.

Vast staat wel dat de Olympische Spelen in Londen voor Marleen Veldhuis de laatste zullen zijn en dat de Nederlandse zwemwereld verwacht dat Femke Heemskerk dan zal doorbreken, als ze dat op individuele nummers in Shanghai al niet doet. Als een dolfijn ging zij door het water om na afloop, nauwelijks snakkend naar adem, te vertellen dat zij vooral in zo’n goede vorm was omdat zij die ochtend bij de training naar de Amerikaanse zwemsters keek.

„Je zag aan hun gezichten dat zij dachten te zullen winnen. Daar kan ik niet tegen, die arrogantie. Dan is het alsof ze mij voor de race een extra energiereep geven”, glundert zij. Heemskerk, zeggen de zwemexperts, is na haar prestatie gisteren als slotzwemster favoriet op de 100 meter vrije slag en waarschijnlijk sneller dan haar teamgenoot Ranomi Kromowidjojo. De 100 meter vrije slag staat vrijdag op het programma. Beide vrouwen hopen op de individuele nummers nog een keer goud te halen.

Uit het niets schuift Michael Phelps achter het nadruppelende Nederlandse team langs. De Amerikaanse zwemkampioen gromt, kankert en kijkt chagrijnig. Het Amerikaanse team voor de 4x100 meter vrije slag mannen is kort daarvoor afgetroefd door Australië en Frankrijk. In de wereld van Phelps – en overigens iedere andere topzwemmer – bestaan brons en zilver niet, alleen goud telt en daar had hij, zo bleek een dag eerder, op gerekend. Het was de reden waarom hij sinds de Spelen van Peking niet meer aan een toptoernooi had deelgenomen. Phelps, die in januari van dit jaar weer traint, is in Shanghai als „warming up” voor de Spelen volgend jaar in Londen, zijn laatste.

Hij moest zijn teleurstelling delen met de Amerikaanse vrouwen die net daarvoor van Nederland hadden verloren. Om het Phelps nog even goed in te wrijven, zei de Australiër James Magnussen dat de race tegen de Amerikaan „een makkie” was, ondanks het feit dat zijn zwembril beslagen was geraakt. Een beetje stoken hoort er blijkbaar ook bij. Magnussen wordt weggeleid door een Chinese official die hem amper tot zijn borstbeen reikt. Tijd voor de medaille-uitreiking.

De volksliederen worden afgewisseld met Chinese rock en popmuziek. Bij vlagen lijkt het grote binnenbad van het Oriental Sport Centrum in Shanghai-Pudong ook meer op een disco dan een sporthal. Zwemmers worden vlak voor de wedstrijden één voor één, als rocksterren voor een optreden, geïntroduceerd in een zee van muziek en groen, rood en blauw licht.

Het overwegend Chinese en Zuid-Koreaanse publiek geniet van de shows en juicht alle deelnemers even hard toe, niet alleen de Chinese zwemmers. De Nederlandse deelnemers moeten het doen zonder een grote schare fans. Alleen een kleine groep familieleden en vrienden zorgen voor enkele oranje vlekken op de tribunes die overwegend rood zijn gekleurd.

Dat de Chinese zwemmers nog niet zo succesvol zijn als de Chinese schoonspringers, die al tien gouden medailles hebben verzameld, mag de vrolijkheid niet bederven. Met flessen koel Duits witbier en bakken Amerikaanse popcorn in de hand genieten families van alle zwemnummers, voor hen zijn de WK een welkom zondags uitje aan het begin van de lange schoolvakantie.