Moedeloos word ik van het verdeelde, stuurloze Egypte

Elke dag neemt Monique Samuel een kijkje op het Tahrir-plein.

De demonstranten en de vele nieuwe politieke partijen zijn extreem verdeeld.

Sinds de ‘red de revolutie-dag’ van 8 juli is het Tahrir-plein in Kaïro weer een gigantisch tentenkamp. Tienduizenden demonstranten protesteren elke dag opnieuw tegen de interim-regering van Premier Sharaf en Opperst Bevelhebber van de Egyptische strijdkrachten Mohamed Hussein Tantawi.

Ik neem elke dag een kijkje op Tahrir, spreek met jonge activisten, lees de teksten op de spandoeken, koop wat eten van de vele verkopers en staar naar de politieke bedrijvigheid. Er worden enquêtes opgesteld, debatten gevoerd en petities ingediend. Het is geweldig om de activiteit, de gemoedelijkheid en de toewijding van de betogers te zien. Toch stemmen de beelden me ook moedeloos, want wie luistert naar hen? De regering kondigt nieuwe hervormingen aan, vervangt de totaal onbekende vicepresident en de premier laat zich filmen terwijl hij een broodje foul (bruine bonen) in een volkswijk koopt. Maar ondertussen wordt er van alles achter de schermen bekokstooft. Het leger lijkt het op een akkoordje met de Moslimbroederschap te gooien, maar ook dat is onzeker. Naar het schijnt zijn de interim-regering en het leger onderling sterk verdeeld over de te varen koers. Niemand die weet wie er nu echt aan de touwtjes trekt. De oppositie, de potentiële presidentskandidaten en de tientallen nieuwe politieke partijen die als paddenstoelen uit de grond schieten, laten evengoed weinig zien. Egypte is politiek stuurloos en hield het gewone volk het land niet braaf draaiende, dan was Egypte zeker tot een tweede Libië verworden.

Het land mag dan verenigd zijn in z’n afkeer van Mubarak, de corruptie van de oude elite en de macht van het leger, over de toekomst zijn de meningen extreem verdeeld. Er wordt van alles geroepen, maar een duidelijke langetermijnvisie is bij velen afwezig. Op welke presidentskandidaat ze gaan stemmen? Geen idee.

„Die zit nog in de koelkast”, grapt Ahmed Mary, een jonge medewerker bij de Arabische Liga. En of een van de partijen geschikt is? Nee. Belangrijker nog wordt de nieuwe constitutie waarin het karakter van de Egyptische staat, het gewenste politieke systeem en de rechten van de bevolking moet worden gewaarborgd.

Onder druk van de demonstranten heeft de militaire raad nu aangekondigd een nieuw constitutioneel ontwerp uit te vaardigen. Maar ook hier is niet iedereen blij mee. De Moslimbroederschap wil eerst verkiezingen zodat zij meer in te brengen heeft in het definitieve voorstel, terwijl mensenrechtenactivisten waarschuwen voor de ultieme macht voor het leger.

„Ik vrees dat er een artikel in komt te staan in de trant van ‘het leger beschermt of bewaakt de constitutie’ ”, zegt Ahmed Salah, veldleider van de campagne voor de hervormingsgezinde presidentskandidaat ElBaradei. „Ik weet niet of mensen doorhebben hoe gevaarlijk dat is.”

Toch is Ahmed optimistischer over de politieke toekomst van Egypte dan ik. Hij verwacht dat ElBaradei president gaat worden en een megacoalitie van communisten en Kopten tot Moslimbroeders en salafisten kan creëren. Ik denk dat zo’n coalitie een totale utopie is die – mocht hij überhaupt van de grond komen – slechts tot eindeloos geharrewar en goedkope retoriek zal leiden.

Wanneer ik Bessam Kamel, een van de vijftien architecten van de revolutie en campagneleider voor de net opgerichte Egyptisch Sociaaldemocratische Partij (het Egyptische zusje van de PvdA) naar het beste politieke systeem voor Egypte vraag, volgt er een onsamenhangend antwoord. In eerste instantie prijst hij het systeem van parlementaire democratie. Maar als ik vervolgens opmerk dat dit model slechts in kleine landen werkt en dan vaak ook nog tot grote politieke instabiliteit en ingewikkelde coalities leidt, noemt hij snel het Franse duale systeem. „Maar daarin staat het parlement bijna geheel buiten spel en kan de president het kabinet elk gewenst moment ontbinden!” merk ik op. „Oh, maar dat is geen probleem”, antwoordt Bessam vrolijk. „Dat lossen we wel op.” Ik kijk hem verbijsterd aan en schud vermoeid m’n hoofd.

Egypte kent geen parlementaire cultuur en zonder duidelijke leider zal het democratische experiment weleens flink in de soep kunnen lopen. Het zou niet voor het eerst zijn, in de jaren dertig van de vorige eeuw kende Egypte ook een korte periode van semidemocratisch bestuur waarin parlementariërs elkaar voortdurend in de haren vlogen en de ene regering de andere in razendsnel tempo opvolgde.

Maar net zoals de meest cynische activist ben ook ik hoopvol over de kracht van het Egyptische volk. Egypte zal de komende decennia op zoek moeten gaan naar een nieuwe sociaal-politieke identiteit. Maar het grootste succes is al geboekt. Het echte Tahrir zit in het hoofd: de sociaal-culturele revolutie is een feit. Dat kan niemand deze mensen meer afpakken.

Monique Samuel is schrijver en Midden-Oostendeskundige.