Hij wilde een Europese burgeroorlog burgeroorlog

Vrijwel meteen aanslag in Noorwegen circuleerden er theorieën over de dader.

Was het Al-Qaeda? Nee. Een rechts-extremist? Of was hij een ‘lone wolf’?

Eerst dacht iedereen aan Al-Qaeda. Daarna leek duidelijk dat de Noorse schutter een rechts-extremist was. En hoewel het nog steeds te vroeg is voor een definitieve conclusie, dook er ineens een nieuwe term op in het debat: nee, hij zou een ‘lone wolf-terrorist’ zijn.

Wat is dat eigenlijk? Ramón Spaaij, verbonden aan La Trobe University in Melbourne, heeft als een van de weinigen in de wereld onderzoek gedaan naar dat verschijnsel. Hij inventariseerde gevallen van terroristen die in hun eentje aanslagen pleegden en niet gelieerd waren aan een terroristische organisatie. In de Verenigde Staten, ontdekte hij, is het aantal gevallen de laatste decennia gestaag toegenomen: van één in de jaren 50 tot dertien in de jaren 90. In Europa lijkt het aantal sinds de jaren zeventig stabiel, rond net niet één geval per jaar. Zijn onderzoek is vorig jaar gepubliceerd in Studies in Conflict & Terrorism.

Vooral in de Verenigde Staten maakt men zich zorgen over het verschijnsel, vertelt Spaaij aan de telefoon vanuit Australië. „Het lijkt op het concept ‘leaderless resistance’ van de anarchisten, eind negentiende eeuw. Toen kwam het idee opnieuw op dat je het beste alleen of in kleine groepen kunt opereren om de staat te ondermijnen. Swarming wordt het ook wel genoemd, als bij een bijennest – je weet niet welke kant je op moet slaan, ze zitten overal. Het ging destijds vooral om blanke mannen die zich in hun acties niet richtten tegen immigranten persoonlijk, maar tegen politici, de falende overheid, of bijvoorbeeld abortusklinieken.”

Symbolische doelen dus, net als bij Anders Behring Breivik. Maar wat precies onder lone wolf-terrorisme valt, is niet altijd gemakkelijk te zeggen, benadrukt Spaaij. De definitie van terrorisme is al moeilijk: volgens de definitie die hij hanteert, gaat het om aanslagen die tot doel hebben een groep mensen te intimideren, een regering of organisatie ergens toe te dwingen of ernstig te destabiliseren. Maar het motief achter een aanslag is niet altijd bekend. Er is, zegt Spaaij, vaak veel discussie over de vraag: is dit een politieke daad of gebaseerd op individuele paranoia? Dat Breivik een uitgebreide politieke verantwoording op internet achterliet, zegt wat dat betreft nog niets. „Je hoort wel vaker dat iemand zo’n rationale geeft, maar dan blijkt later bijvoorbeeld dat hij ook aan depressies leed, maar dat hij zijn daad liever anders opdiende.”

En bij veel lone wolfs, zegt Spaaij, blijft de vraag of ze echt alleen hebben gehandeld. „Vooral als het gaat om mensen die wel degelijk putten uit dezelfde poel van ideeën als terroristische organisaties.” Dat is inderdaad het geval bij Breivik, die in methodes en taalgebruik leentjebuur lijkt te hebben gespeeld bij organisaties als Al-Qaeda. En het was bijvoorbeeld ook het geval bij David Copeland, de ‘London nail-bomber’, die in 1999 drie mensen vermoordde en 129 verwondde met zelfgemaakte spijkerbommen, geplaatst in allochtone wijken en een homobuurt. „Copeland was aanvankelijk onderdeel van een rechts-radicale organisatie, maar die vond hij niet ver genoeg gaan.”

Wat is dan eigenlijk het nut van het hanteren van zo’n aparte lone wolf-categorie? „Onderzoek naar terrorisme gaat vaak alleen over netwerken, cellen, collectieven. Over charismatische leiders die jonge rekruten indoctrineren. Het is belangrijk je ervan bewust te zijn dat de dynamiek van radicalisering ook individueel kan plaatsvinden. En er is bijvoorbeeld onderzoek waaruit blijkt dat leden van terroristische groepen geen afwijkende psychologische kenmerken of stoornissen hebben. Maar bij lone wolfs is dat anders, daarbij gaat het vaak om mensen die in organisaties niet goed liggen of zich er niet thuis voelen en dan hun eigen gang gaan.”

Anders dan de eenzame, gestoorde mannen die uit boosheid op de wereld op scholen of in winkelcentra om zich heen gaan schieten, plegen lone wolf-terroristen dan ook geen zelfmoord na hun daad. „Het is moeilijk te zeggen waarom niet”, zegt Spaaij, „maar zeker als iemand een bepaalde politieke boodschap wil uitdragen kun je redeneren dat dat een motivatie is om in leven te blijven. Zo’n manifest als Breivik op internet achterliet, kun je een kenmerk noemen van 21ste-eeuws lone wolf-terrorisme.”

In dat manifest schrijft Breivik trouwens verschillende keren hoe sociaal handig hij is als het gaat om het manipuleren van mensen. Hij beschrijft ook de levens van een stuk of vier van zijn beste vrienden. Spaaij reageert verrast: „Dat is alsof hij zich ervan bewust is dat hij als sociaal onhandig zal worden gezien. Ik ben te zijner tijd benieuwd naar de verhalen van die vrienden. Je ziet wel vaker dat mensen die een reeks aanslagen plegen, op een gegeven moment gaan zeggen hoe slim ze zijn. Maar dit is een van de weinige gevallen waarin dat al na één aanslag gebeurt. Het is trouwens ook een heel hoog dodental voor een lone wolf, als zou blijken dat dit een lone wolf-geval is. Timothy McVeigh had er meer dan honderd, maar die had een handlanger.”

Overigens twijfelt Spaaij aan de relevantie van de vraag of Breivik een lone wolf is of niet. „Als je kijkt vanuit de gruwelijkheid van de daad is het feit dat ze hem gepakt hebben belangrijker dan de theoretische kwestie wat voor soort terrorisme het is.”