Het drakenhoofd van China

Hard, romantisch, exotisch. Elke wereldstad heeft zijn eigen imago. NRC Handelsblad gaat deze zomer op zoek naar de werkelijkheid achter het cliché van de wereldstad. Elke week een andere, op deze pagina’s en op zaterdag in de bijlage Lux. Deze week: Shanghai

--FILE--Panoramic view of a cluster of skyscrapers and high-rise office buildings in the Lujiazui Financial District in Pudong, Shanghai, China, May 2011. Locals should watch out for glass bombs dropping from high-rises, Shanghai experts warn, as summer weather increases the risk of aging glass falling from the sky. There are between 4,000 and 5,000 buildings clad with glittering exterior decoration, including many built in the 1980s and 1990s, and high temperatures increase the risk of glass panels and windows cracking. Imaginechina

Hoge, blauwe luchten, autoloze straten met twee, drie rijen bomen, fietsen in de winterzon, het geknisper van droge bladeren, de geurende dampen van gestoomd brood, elegante vrouwen in strakke jurken, qipao’s. Filmregisseuse Peng Xiaolian (57) schetst het Shanghai van haar jeugd in de jaren 50 in weemoedige sfeerbeelden.

„Ik vertel je dat omdat het contrast met die allesoverheersende angst in onze hoofden zo groot was. Er was iedere dag een nieuwe politieke campagne. Ik was altijd bang, wij waren altijd bang weer uitgescholden, uitgespuugd of opgepakt te worden. Gelukkig is dat nu niet meer zo. Dat is de allerbelangrijkste verandering in Shanghai”, zegt Xiaolian gedecideerd.

En, zegt zij met strenge blik: „Iedereen ziet de nieuwe gebouwen van honderd verdiepingen, de nieuwe rijken, de hele wereld leest over de spectaculaire modernisering van Shanghai en China. Voor iedereen van mijn leeftijd is dat niet het voornaamste. Er valt nog veel te verbeteren, maar de meest ingrijpende verandering is dat we niet meer in angst leven.”

Ze vertelt dat ze de films kan maken die ze wil, de boeken en artikelen kan schrijven die ze belangrijk vindt en dat ze kan zeggen wat ze wil. „Niet alles wat ik maak, mag in China worden vertoond of gepubliceerd. Maar ik word niet opgepakt omdat ik kritische films maak of omdat ik nu met een buitenlander zit te praten. Er is vooruitgang en daarom woon en werk ik in de stad die in mijn bloed zit.”

Niemand had verbaasd gestaan als ze na haar studies aan de Pekingse Filmacademie (samen met Zhang Yimou) en de New Yorkse Filmacademie (samen met Ai Weiwei) in de VS was gebleven, net als haar twee broers en zus. In 1988 was zij met een Japanse filmbeurs naar New York „gevlucht” om haar hoofd „te bevrijden” van de pijnlijke herinneringen. In 1992 keerde ze terug naar Shanghai.

Haar vader, de schrijver Peng Boshan, was in 1968 doodgeslagen door de rode gardisten, de jonge ideologische stoottroepen van Mao Zedong. Peng Boshan was tot zijn arrestatie in 1955 minister van propaganda in Shanghai. Samen met haar moeder Zhu Weiming en vier broers en zussen zat Xiaolian tussen 1969 en 1978 in arbeidskampen in westelijke provincies.

Over de dodelijke intriges en partijdebatten, die uiteindelijk leidden tot de verstoting en moord op haar vader en andere intellectuelen, maakte Xiaolian de documentaire Storm under the Sun, die in 2009 op het Amsterdamse IDFA werd vertoond. Deze film is niet officieel maar alleen in het ondergrondse circuit in Shanghai verkrijgbaar. Haar andere films over het leven in de schaduw van de Culturele Revolutie en over de veranderingen in Shanghai werden wel door de censuur goedgekeurd. Haar Shanghai Women, over drie generaties vrouwen, werd met prijzen beloond.

„Het was wel een schok om weer thuis te komen na vijf jaar Amerika’’, vertelt zij over haar terugkeer in de zomer van 1992. Het vliegveld Shanghai-Hongqiao was slecht verlicht, zij moest uren wachten op haar koffer en vervolgens op een overvolle bus. Shanghai ging twintig jaar geleden om zeven uur ’s avonds op stok, als de kookvuren waren gedoofd. Restaurants waren er nauwelijks. De verwaarloosde stad, een bastion van de socialistische industrie, verkeerde nog steeds in een recessie en leek bevroren in de tijd. Er was zelfs geen airco.

Na 45 jaar communistisch bestuur was Shanghai in economisch en cultureel opzicht opgedroogd. Het vooroorlogse ‘oude Shanghai’, het ‘Parijs van de Orient’, de vrije stad die onderdak bood aan Wit-Russen, Duitse en Iraakse Joden, Franse en Britse ondernemers en avonturiers, was een legende geworden. De ‘Hoer van de Oriënt’ – het uitgaansleven was berucht – bestond allang niet meer.

‘Het is niet te bevatten hoe snel de stad is veranderd en nog zal veranderen”, vertelt Xiaolian tijdens een wandeling door het park van het Xingguo-hotel. In een van de villa’s die hier staan verbleef Mao Zedong soms, nu zijn er een zakenbank en een reisbureau gevestigd. In het jaar dat Xiaolian naar huis kwam om voor haar stervende moeder te zorgen, besloot leider Deng Xiaoping dat Shanghai als „drakenhoofd” van China „zo snel als mogelijk een internationaal, economisch en financieel handelscentrum” moest worden. Het geëxperimenteer met het kapitalisme beperkte zich tot dat jaar tot het zuiden van China, ver van Peking. Deng Xiaoping vreesde dat China de Sovjet-Unie zou volgen als de hervormingen niet werden uitgebreid.

De opdracht van Deng Xiaoping (formeel van het 14de Partijcongres van oktober 1992) werd in recordtempo uitgevoerd. Inwoners van Shanghai maakten hun reputatie competente, hoogopgeleide en gehoorzame werkers te zijn meer dan waar. Peng Xiaolian zag hoe haar dorpse stad veranderde in een zee van wolkenkrabbers, industrieterreinen, havens en vliegvelden. „Sim City, maar dan in het echt”, zegt ze, met een verwijzing naar het computerspel waarin een stad gebouwd moet worden.

Sociale onrust werd met royale regelingen afgekocht, of snel en hard onderdrukt. Nog steeds gebeurt dat, want Shanghai investeert jaarlijks 20 miljard euro in nieuwe infrastructuur, metro’s, treinstations en andere projecten waar oude buurten voor moeten wijken.

„Iedere keer als ik zie dat er weer een oud huis wordt gesloopt, mijd ik die straat. Ik kan het niet aanzien, het is of er een oude vriend sterft’’, zucht Peng. „Waarom laten ze de oude stad niet met rust en bouwen ze Shanghai-Pudong helemaal vol”, vraagt zij zich af.

Zij doelt op het nieuwe stadsdeel – zo groot als Zuid-Nederland plus Vlaanderen – ten oosten van de rivier de Huangpu. Hier bevindt zich de nieuwe skyline van Shanghai, pal tegenover de gerenoveerde Bund, de oude skyline van bankgebouwen uit de 19de eeuw. Samen met de goed bewaarde Franse Concessie, de wijk waar vroeger de Fransen woonden, is de Bund (van het Hiundi-woord Banda, oever), de enige fysieke herinnering aan het koloniale opiumtijdperk.

Hier op de terrassen drinken de Chinese yuppen en expats ’s avonds chardonnay en betalen voor on-Chinees kleine porties bespottelijke bedragen. Dit decor gebruiken partijpropagandisten en reclamemakers om van Shanghai te presenteren als het ‘New York van China’.

De moderne architectuur, het hippe uitgaansleven, de aandelenbeurs en de legers van juristen, ondernemers, advocaten en accountants doen op het eerste gezicht vermoeden dat zij gelijk hebben. Echte Shanghaiers versterken graag die indruk. In de propaganda is Shanghai al het financiële centrum van Azië. Inderdaad wordt Hongkong met snelle stappen ingehaald, maar het gaat zeker nog tien, vijftien jaar duren voordat Shanghai een financieel wereldcentrum is. Als dat al gebeurt, want daar zijn ingrijpende politieke en economische hervormingen voor nodig.

Peng Xiaolian schaterlacht: „Ach ja, Shanghaiers zijn altijd snobisten geweest. Natuurlijk is Shanghai modern, modebewust en trendy, maar een New York is het niet en zal het ook niet worden, want Shanghai is een communistisch statusproject.” Iedere nieuwe bewoner of werkelijk nieuwsgierige bezoeker ontdekt al snel dat zij gelijk heeft.

Achter de façade van glas, staal en moderniteit, achter de ‘hardware’, gaat de realiteit van de centrale sturing schuil, de planners in de partij. Peng Xiaolian: „Shanghai oogt als Manhattan, maar mist de culturele energie. In New York kan iedereen opgewonden raken over nieuwe films, nieuwe boeken, nieuwe tentoonstellingen. Dat ontbreekt hier, omdat de artistieke en journalistieke ruimte nog heel beperkt is. Onderhuids barst het hier van de energie, maar het mag niet naar de oppervlakte komen. Gelukkig kunnen we op de zwarte markt illegaal alle dvd’s en boeken kopen en bestaat er internet, anders zou ik stapelgek worden.’’

Peng Xiaolian vertelt dat ze zich, als ze geen films maakt of schrijft, soms verveelt. „De bioscopen, de theaters! Ach, allemaal zo saai, alleen maar westerse producties uit Hollywood, Berlijn, Londen of Tokio. Niets is origineel Chinees of spannend. Als het uit het buitenland komt, mag er veel meer dan als het van een Chinees is. Niemand van mijn vrienden praat nog over films, tentoonstellingen en boeken. Boeken, lees jij die nog, zei iemand pas tegen mij. Iedereen vindt nieuwe kleren, nieuwe huizen en auto’s belangrijker. Typisch Shanghais is dat, altijd heel praktisch en gericht op geld verdienen.”

De tijd dat de Shanghaise filmindustrie, de schrijvers, de kranten en weekbladen ‘leidend’ waren in China, werd afgesloten toen de communisten aan de macht kwamen. „Daar wordt nu in Chinese films op een gecensureerde manier heel nostalgisch over gedaan. Maar ik zou graag Chinese films willen zien die over echte mensen, echte geschiedenissen gaan en niet al die zoetgevooisde of gewelddadige troep”, stampvoet ze op het strak gemaaide grasveld.

De economische renaissance van Shanghai is een feit, erkent Xiaolian. De stad is een van de motoren van de wereldeconomie geworden. Of de stad ooit weer in cultureel opzicht zo vrij en dynamisch zal worden als een eeuw geleden betwijfelt zij. Xiaolian zucht en lacht tegelijk: „Weet je wat het probleem is? Shanghaiers zijn volgzaam en zeer gedisciplineerd. Heel anders dan de luidruchtige, praatgrage Pekingers. Vooral daarom zijn de Shanghaise mannen zo succesvol in de partijorganisaties en in de staatsbedrijven. Ze zeggen niet voor niets dat als Peking hikt, Shanghai schudt. Maar misschien zorgen jongeren en het internet voor echte culturele veranderingen die ondergronds al broeien.”