Geen Al-Qaeda? Dan is de dader een soort Karst T.

Het zouden wel weer radicale moslims zijn. Toch? Dat zullen veel televisiekijkers hebben gedacht bij de beelden van de ravage in Oslo en het bloedbad op Utøya. Geen wonder. Moslims pleegden een reeks bloedige aanslagen in Europa. Noorwegen werd bedreigd. Bovendien, in Nederland gaat het al jaren over bijna niets anders dan de islam.

Maar een beetje meer afwachten had de media wel goed gedaan.

De tv-berichtgeving over de Noorse aanslagen stond vrijdagavond – toen er nog bitter weinig duidelijk was over de gruweldaad – onverkort in het kader van het moslimterrorisme. Toen een dag later duidelijk was geworden dat de dader een christelijk-conservatieve man is met extreem-rechtse opvattingen, klonk opnieuw een gelijkgestemd koor: het ging hier om een lone wolf. Een zonderling wiens daad eerder vergelijkbaar is met het zinloze geweld van Tristan van der V. en Karst T. dan met dat van islamitische terroristen.

Maar beide reflexen zijn discutabel. Het speculeren was prematuur en eenzijdig. En de lone wolf-theorie doet geen recht aan de politieke en ideologische motieven die de dader zelf uitvoerig heeft gedocumenteerd in zijn 1.500 pagina’s tellende Onafhankelijkheidsverklaring.

Alleen oud-politieman Hans Slaman wist op televisie vrijdagavond het hoofd koel te houden. Nadat terrorismedeskundige Beatrice de Graaf in Nieuwsuur had beweerd dat „de meeste indicaties” erop wezen dat het ging om aanslagen door radicale moslims (later sprak ze van „ontzettend veel aanwijzingen”), reageerde hij nuchter. „Het is ook misschien iets dat we graag willen horen”, zei hij, „dat het Al-Qaeda is.” Hij vond het beter om voorlopig „alle opties open te houden”.

En gelijk had hij.

Maar de framing van de aanslagen was toen al in volle gang. Het NOS Journaal meldde dat ,,deskundigen wijzen in de richting van moslim-extremisten”. Verslaggever Dirk Evers wees er in Kopenhagen behoedzaam op dat deskundigen daar alles nog in kaart moesten brengen. Toch volgde daarna een verslag waarin omstandig werd uitgelegd waarom Noorwegen een doelwit is van jihadisten. In Nieuwsuur volgde een overzicht van eerdere terreuraanslagen door radicale moslims in Europa.

In EénVandaag zei terreurdeskundige Bibi van Ginkel (Clingendael) die vrijdag: ,,In eerste instantie denkt men natuurlijk altijd aan Al-Qaeda.” Een tweede instantie kwam pas een dag later, toen duidelijk werd dat het ging om een ander type extremist.

Ook NRC Handelsblad zat in dit spoor. In het artikel Rol Al-Qaeda niet uitgesloten werd in de zaterdagkrant uitgebreid gespeculeerd over de aanslagen. Alle elementen die vrijdagavond op televisie waren langsgekomen keerden terug: de Noorse rol in Afghanistan en Libië; het publiceren van de Deense cartoons; imam Mullah Krekar, de kwetsbaarheid van het land als soft target. Het stuk werd gedragen door woorden als ,,zou” en ,,zou kunnen”. Andere opties dan islamitische terreur werden niet uitgewerkt.

Allemaal verklaarbaar, in de hang naar snelle duiding en brede berichtgeving, maar toch: waarom zo uitgebreid speculeren op basis van zo weinig feiten?

Ook toen identiteit en antecedenten van de arrestant bekend werden, vertoonden de media een opvallende eensgezindheid. Het ging nu om „een gevaarlijk individu”, een man die bij zijn moeder woonde en „in zijn eentje achter de computer geradicaliseerd was” (NOS Journaal). Het Journaal plaatste hem – met foto’s van betrokkenen – in dezelfde categorie als Volkert van der G., Karst T., en Tristan van der V. Gestoorde eenlingen. Mohammed B. – toch ook geen man met veel vrienden – ontbrak in het rijtje.

Breivik is inmiddels op televisie en in kranten behalve een „eenling” ook een „schutter” en een „massamoordenaar” genoemd. Dat is hij inderdaad. Maar hij is ook: een politieke terrorist. Zijn motief is, blijkens zijn manifest, ideologisch (oorlog tegen multiculturalisme en de islam) en zijn doelen waren politiek: het dodelijk treffen van een politieke tegenstander en het in gang zetten van een conservatieve revolutie.

Breiviks daad was de daad van een fanaticus. Maar zijn gedachtengoed – dreigende kolonisatie van Europa door de islam, een complot van ‘culturele marxisten’, de onbetrouwbaarheid van moslims (taqiyya) – is niet alleen de koortsige fantasie van een geïsoleerde eenling. Het is een anti-islamitische ideologie die wordt uitgedragen door een internationaal netwerk, vooral op internet, en die breed ingang heeft gevonden in Europa – ook in Nederland.

Over de geschriften van Mohammed B. merkte rechtsfilosoof Paul Cliteur geregeld op: laten we die serieus nemen, als verklaringen voor zijn gedrag. Volgens Cliteur was B. geen simpele godsdienstwaanzinnige, maar het product van een overtuiging. Hij meende wat hij zei.

Waarom zou dat niet gelden voor de lone wolf Breivik?

(ombudsman NRC Handelsblad)