Fusie drie universiteiten is belachelijk

Bestuurders die een sterke merknaam als TU Delft opgeven voor een gefuseerde constructie, moet je op staande voet ontslaan, meent Ed van den Heuvel.

De universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam willen samengaan in één mega-universiteit met 55.000 studenten (NRC Handelsblad, 22 juli). Deze universiteit zal ‘Leiden University’ gaan heten. De bestuurders van deze drie universiteiten menen dat hierdoor in de toekomst hun nieuwe universiteit een hogere plaats zal krijgen op de Shanghai wereldranglijst van universiteiten, waarop Leiden nu op de 70ste plaats staat en de andere twee nog lager.

De Universiteit van Utrecht staat op die lijst, als hoogste Nederlandse universiteit, op de 50ste plaats. Heeft Utrecht dit te danken aan haar omvang, zoals de bestuurders van die drie universiteiten kennelijk denken? Neen, want de Shanghai ranking is gebaseerd op kwaliteit en niet op omvang. De Utrechtse universiteit heeft haar plaats als hoogst geklasseerde Nederlandse universiteit op Shanghailijst voornamelijk te danken aan haar twee Nobelprijswinnaars natuurkunde, Gerard ’t Hooft en Tini Veltman.

De nieuwe Randstad-universiteit zal, zo vermelden de bestuurders trots, een eigen vermogen hebben van 588 miljoen euro. Een lachertje. De Amerikaanse en Engelse universiteiten die de Shanghailijst aanvoeren (in Engeland zijn dit Oxford en Cambridge) hebben ieder een eigen vermogen van vele tientallen miljarden euro’s. En ze zijn vaak heel klein. De drie topuniversiteiten Princeton University, Massachusetts Institute of Technology (MIT) en California Institute of Technology (Caltech) hebben elk minder dan tienduizend studenten, maar eigen vermogens van tientallen miljarden.

Deze topuniversiteiten liggen niet zelden geografisch vlakbij elkaar maar ze zullen er niet over piekeren om, zoals de drie Randstaduniversiteiten, met elkaar te fuseren. MIT en Harvard University liggen binnen 10 kilometer van elkaar in Cambridge Massachusetts. Caltech en de University of California Los Angeles (UCLA) liggen binnen 20 km van elkaar in de Los Angeles agglomeratie. Deze vier universiteiten hebben ijzersterke merknamen, evenals de Universiteit Leiden en de TU Delft. Ze zouden er niet over piekeren om via ondoordachte fusies die merknamen kwijt te raken.

Ik zou er als TU Delft voor passen om de internationaal ijzersterke merknaam van mijn universiteit te doen verdwijnen en in de toekomst verder te gaan onder de naam ‘Leiden University’. Men zou eens, net als bij bedrijven, moeten laten bepalen hoeveel de merknaam TU Delft waard is. Vermoedelijk vele miljarden euro’s. Bestuurders die zo’n naam willen laten verdwijnen, doen enorme schade aan hun universiteit en je zou ze op staande voet moeten ontslaan.

Hoe komt het dat universitaire bestuurders in Nederland zulke rare sprongen maken? In de besturen van de topuniversiteiten in de VS en ook in Oxford en Cambridge, zitten altijd mensen die hun sporen in de wetenschap verdiend hebben, niet zelden Nobelprijswinnaars, zoals in Princeton destijds mijn collega Joseph Taylor. Die mensen hebben uit eigen ervaring benul van hoe je het doen van goede wetenschap bevordert.

In Nederland zitten slechts zelden topwetenschappers in besturen van universiteiten. Men zoekt vaak bestuurders „met goede contacten in Den Haag”, dikwijls voormalige politici en hoge ambtenaren. Die zijn weliswaar van goede wil, maar hebben dikwijls weinig benul van hoe wetenschap werkelijk werkt. Daarom bedenken ze dan maar bizarre dingen zoals dit voorliggende fusieplan en denken ze met het creëren van bestuurlijke constructen het ontstaan van topwetenschap te bevorderen.

Ze realiseren zich niet dat het creëren van topwetenschap heel eenvoudig is: je moet gewoon de beste onderzoekers steunen, en van voldoende middelen voorzien om hun onderzoek te doen. Zo doen die Amerikaanse topuniversiteiten dat. Bestuurlijke constructen doen er niet toe.

Bijna 25 jaar lang (1970-1995) hadden de universiteiten in ons land een tot in het absurde gedemocratiseerde WUB bestuursstructuur, die goed wetenschappelijk werken bijna onmogelijk maakte. Niettemin deden ’t Hooft, Veltman en vele anderen ondanks die structuur toch hun wetenschappelijk werk, gedreven vanuit hun wetenschappelijke interesses. Dit werd in belangrijke mate mede mogelijk gemaakt doordat we in Nederland gelukkig ook nog de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) hebben die, zich niets aantrekkend van welke universitaire bestuursstructuur dan ook, of van wat universitaire bestuurders allemaal bedenken, gewoon door dik en dun goede wetenschap blijft steunen.

Topwetenschap komt voort vanuit de beste wetenschappers, die met zorg hun studenten en promovendi opleiden, een werk dat decennia vergt. Topwetenschap komt niet voort uit nieuwe bestuursconstructies. Men verzint dit soort kortetermijnoplossingen vaak omdat men meent daarmee politici gunstig te stemmen en daarmee geld van hen te krijgen. De besturen van de drie genoemde universiteiten noemen het thans bij politici populaire rapport-Veerman als een reden voor hun megalomane constructie. Over vijf jaar is er vermoedelijk weer een nieuw populair idee uit Den Haag dat men meent te moeten volgen.

Gelukkig zijn er in Leiden, Delft en Rotterdam nog heel veel goede wetenschappers, die gedreven vanuit hun wetenschappelijke interesses, zeer goede wetenschap zullen blijven doen, no matter wat die bestuurders boven hen nu weer aan kosmetische onzin-constructies bedenken.

Ed P.J. van den Heuvel is emeritus hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam.