Europese top raakt in de war

De verwarring die na de Europese top van afgelopen donderdag is ontstaan, neemt zorgwekkende vormen aan. De vraag is of de leiders van de zeventien eurolanden zelf wel voldoende nauwkeurig hebben begrepen tot welk steunpakket voor Griekenland ze hebben besloten. Ze weten dat ze een akkoord hebben gesloten, maar de uitleg over de inhoud, met name de exacte bedragen, verschilt nogal.

Het is het vaker voorkomende verschijnsel dat overeenstemming op hoofdlijnen na veel vijven en zessen wel te bereiken is, maar dat de demonische details nog uren vermoeiend overleg vergen. Een Europese ambtenaar heeft in deze krant verklaard dat een probleem van de financiële crisis is dat de regeringsleiders weinig begrijpen van de financiële materie waarover ze beslissen, „op een of twee na”.

Vermoedelijk zal hij tot dat laatste, zeer selecte gezelschap niet de Nederlandse premier Mark Rutte (VVD) hebben gerekend. Berichten dat veel van de vergadertijd in Brussel opging aan uitleg aan hem over het verschil tussen bruto en netto alvorens de slottekst kon worden opgesteld, duiden er niet op dat Rutte en anderen de inderdaad ingewikkelde financieel-economische materie zodanig doorgronden dat ze de appels van de peren konden onderscheiden.

De Nederlandse premier kan niet beweren dat hij het parlement mooie cijfers heeft voorgelegd. Zijn minister van Financiën, Jan Kees de Jager (CDA), becijferde donderdagochtend in de Tweede Kamer nog dat de financieringsbehoefte voor Griekenland 90 miljard euro bedroeg en dat daarvan nog de bijdrage van de particuliere sector (banken, verzekeraars) kon worden afgetrokken. Rutte stemde later die dag in met een financieringspakket van „ongeveer 109 miljard” die in de slotverklaring van de Europese top „de officiële financiering” wordt genoemd. Verderop is sprake van een nettobijdrage van de particuliere sector die „wordt geraamd op 37 miljard euro” en volgens een voetnoot tot 50 miljard oploopt.

In de dagen die op de top volgden, bleek er een nogal essentieel verschil van interpretatie te bestaan, bijvoorbeeld tussen Rutte en de Duitse bondskanselier Angela Merkel, over de vraag of de 109 miljard inclusief of exclusief de bijdrage van de particuliere sector is.

Dat is onbevredigend. Het mag van de regeringsleiders worden verwacht dat zij eenduidige informatie geven over de top die zij gezamenlijk hebben bijgewoond. Premier Rutte en minister De Jager dienen het parlement duidelijk te maken wat zij met hun collega’s in Brussel precies hebben besproken, opdat de Tweede Kamer in staat wordt gesteld haar essentiële functie als controleur van de regering uit te oefenen.