Dode Man

Ik zat halverwege de klim van Col de l’Homme Mort. De mistral van de Provence blies onstuimig. Het was stil op de weg. Zondag, rustdag. In de berm verscheen een monument. Ik las de Franse inscriptie: de zoveelste variant voor hen die vielen voor het vaderland.

De Tour de France zat erop. Cav had net het Parijse sprintje gewonnen. Wat ik deed met mijn pedalen was drie weken televisiebeelden vermalen tot een hapbare homp, die lang in mijn maag moest blijven hangen. Het was de voeding voor mijn tocht over de top van de Dode Man.

Herinneringen aan het kopwerk van Cadel Evans in de bergetappes. Met altijd concurrenten als remblokjes aan zijn achterwiel. Evans heeft forse dijen en kuiten. Hij werkt als hij fietst. Evans heeft geen lijf voor souplesse, wel de hersens van een rekenmeester.

Ik nam twee haarspeldbochten. Op een leeg terras stond een bordje: snacks te koop. Ik had genoeg eten in de achterzakken.

Het viel me op hoe stil mijn fiets was. Nergens een rateltje te bekennen.

Cadel Evans stapte tijdens de beklimming van de Télégraphe van zijn fiets. Kapotte derailleur. De kalmte die hij bewaarde, verraadde de concentratie die nodig is om de Tour te winnen. Hij haalde het computertje van zijn kapotte fiets en sprong op een nieuwe. Computertje erop, instellen en rustig in de achtervolging op Alberto Contador.

Col de l’Homme Mort ouvert. Sneeuw ligt in de bergen altijd op de loer. Op naar de top van 1.213 meter, een berg van de eerste categorie. De Tour ging hier jaren geleden ook overheen, maar de gekalkte namen op het asfalt waren weggespoeld door het regenwater.

De oude Tours zijn vergeten, leve de laatste Tour. Deze editie was verslavend. De toppers toonden pas laat hun ware gezicht. Contador en Andy Schleck kregen de rekening betaald voor hun aanvalsdrift. De klimstijl van Thomas Voeckler deed pijn aan de ogen – een aap zit nog sierlijker op een fiets. De drie renners bepaalden de strijd om het geel, maar wonnen niet.

De tijdrit van Evans was fenomenaal. Terwijl Contador op het startpodium al een steek liet vallen en Andy Schleck het parcours onvoldoende kende, raasde Evans zelfverzekerd over de weg.

Evans is met zijn 34 jaar de oudste winnaar na de oorlog. Het is mooi als je op latere leeftijd de Tour wint. Dan heb je er lang op gehoopt.

In de verte zag ik de Mont Ventoux liggen, de baas over de streek en twee jaar terug nog opgenomen in het Tourparcours. Dit jaar was Alpe d’Huez de kabaalberg waar topsport hand in hand ging met carnaval. De beuk van Contador naar een meehollende supporter had mijn volledige instemming.

Ik kwam aan op de top van de Dode Man. Meteen afdalen. De mistral duwde in mijn rug. Het tellertje gaf een snelheid aan die eigenlijk bij een auto hoorde.

Drie weken behoorde ik tot het luie kijkvolk. Nu moest ik zelf trappen. Zweetdruppels gleden als zoute tranen van mijn voorhoofd in mijn ogen.

Weg van de Dode Man, weg van de Tour. Op naar het dal waar de ober niet meer zou reppen van Voeckler maar comme toujours bijna drie euro zou vragen voor die smerige Franse koffie.

Wilfried de jong