De dominee preekt in het Noors over liefde

Eén keer snuit een jonge vrouw haar neus, maar verder huilt er niemand, de hele dienst niet. Veertig, vijftig Noren zijn naar de Noorse Zeemanskerk in Rotterdam gekomen om de dienst van dominee Einar Andreassen bij te wonen, en dat doen ze in diepe, diepe stilte. Het is zondagochtend, anderhalve dag na het bloedbad in Oslo en op het eiland Utøya.

Einar Andreassen (47), een blonde man in een wit gewaad, preekt volgens schema over aartsvader Abraham die naar het beloofde land moest trekken, over de vissers Simon, Jakobus en Johannes die door Jezus werden geroepen om hem te volgen, maar voor vandaag heeft hij er een paar andere teksten bijgezocht. Uit Korinthiërs: „Ons resten geloof, hoop en liefde, maar de grootste daarvan is de liefde.” Uit Jeremia: „Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal jullie een hoopvolle toekomst geven.”

De dominee verbindt daar deze boodschap aan: „Dat er Iemand is die ons liefheeft, dat zal ons op de been houden.”

De Noorse Zeemanskerk, aan de voet van de Euromast, is uit 1914. Een houten gebouwtje, van binnen uitbundig beschilderd in rood en groen. Het ruikt er naar rozen.

Aan het einde van de dienst laat Einar Andreassen een lied zingen dat normaal alleen op nationale feestdagen wordt gezongen. God signe vårt dyre fedreland – God zegene ons dierbare vaderland. De Noren zingen het met heldere stemmen, luid en opmerkelijk zuiver.

Dan is er koffie met Noorse koek. Charley Larsen (77), de enige echte zeeman die er vandaag is, zegt dat zijn zus in Oslo hem gebeld heeft. Haar Iraanse buren, vertelde ze, waren heel bang geweest dat de dader een moslim was. Wat was ze blij voor hen geweest toen het om een Noor bleek te gaan. „Ik begrijp haar wel”, zegt Charley Larsen. „Maar ik was ook boos. Blij omdat de dader een Noor is? Is het dan minder erg?”

De Noren blijven lang zitten en praten met verbaasde gezichten over wat er gebeurd is, zo erg dat ze er „geen woorden voor hebben”. Nog steeds huilt er niemand, dat zou te sentimenteel zijn. Het echte leed is dáár.