Curieus samenraapsel van randgroepen in Noorwegen

Het Noorse extreem-rechts stelt qua omvang niks voor. Het is los zand van Noorse neonazi’s, zonderlingen en geëmigreerde Russen. Heeft heel Noorwegen zich in slaap laten sussen?

Op 9 april van dit jaar demonstreerde in Oslo de extreemrechtse Noorse Defensie Liga tegen „de islamitische bezetting van Noorwegen”. De opkomst was pover. Tien à vijftien deelnemers vonden zo’n 700 linkse tegendemonstranten tegenover zich. De leden van de aan de English Defence League gekoppelde groep zijn een curieus samenraapsel van extreem-conservatieve zonderlingen, neonazi’s van de opgeheven Noorse groep Bloed en Eer, maar ook geëmigreerde Russen van de Slavische Unie. Het is los zand, ieder met een eigen Facebookgroep van enkele tientallen tot enkele honderden volgelingen. Extreem-rechts, zo was in Noorwegen de communis opinio, stelt hier niks voor. Totdat dit weekeinde een van die blonde Noren op het eiland Utoya een bloedbad aanrichtte onder sociaal-democratische jongeren uit het hele land.

Heeft Noorwegen zich in slaap laten sussen? Waarom dachten veel mensen na de dubbele aanslag in eerste instantie aan een tot de islam bekeerde Noor? „De publieke opinie”, zegt terrorisme-expert Anders Romarheim van het Noorse Instituut voor Defensiestudies, „wordt gevormd door de pers en door de dreigingsanalyses van de geheime diensten. En die focussen zich sinds 9/11 voornamelijk op de dreiging van jihadisten.” Die nadruk werd gevoed door incidenten als de arrestatie van een paar moslimterroristen in Noorwegen, die een jaar geleden een aanval op de Deense krant Jyllands Posten beraamden, de krant die de cartoons van de profeet Mohammed publiceerde. „De politiek heeft de dreiging van extreem-rechts onderschat.” We moeten constateren, zegt Romarheim, dat er een verschuiving plaatsvindt van internationaal naar ‘homegrown’ terrorisme.

Toch was het probleem in Noorwegen niet onbekend. In de jaren 70 en 80 waren enkele extreemrechtse groepen actief in Noorwegen. Neonazigroepen bliezen een aantal linkse boekhandels op en gooiden bommetjes naar een linkse 1-mei-demonstratie. Ze voerden ook gewelddadige acties tegen asielzoekers. Maar een charismatische leider hadden ze niet en politieke invloed hebben ze nooit gekregen, zegt Harald Stanghelle, politiek commentator van de krant Aftenposten. Maar ook in Noorwegen is het verzet tegen immigratie de afgelopen jaren gegroeid. „De populistische Fremskrittspartiet (Vooruitgangspartij) is op één na de grootste in het parlement, maar die partij is veel gematigder dan de PVV van Wilders. Ze heeft de aanslagen in de meest duidelijke bewoordingen veroordeeld. Maar de partij is erg kritisch over de immigratiepolitiek van de sociaal-democratische regering. Vijftien jaar geleden was Breivik lid van de Vooruitgangspartij, maar hij heeft zijn lidmaatschap opgezegd omdat ze te gematigd waren.”

Breivik koos voor een frontale aanval op de zittende linkse macht, die hij haatte. Hij mikte op het kantoor van premier Stoltenberg en op de jeugd, de linkse generatie-in-wording. Het zomerkamp op Utøya was de trots van de sociaal-democratische partij. Stoltenberg ging er elk jaar heen en zou het kamp op zaterdag opnieuw bezoeken. Dat maakt deze aanslag anders dan de schietpartijen op middelbare scholen of het bloedbad dat Tristan van der V. aanrichtte in Alphen aan den Rijn, zegt Stanghelle. „Die daders zijn meestal gestoorde eenzame mensen die doordraaien. Maar dit is een zeer goed geplande politieke daad van een intelligente man en dat maakt het veel gevaarlijker”, zegt Stanghelle. „De jeugdbeweging van de Arbeidspartij was zeer actief tegen racisme. Ze stond symbool voor alles wat Breivik verafschuwt. Dit is bedoeld om de zenuwen van ons politiek systeem te raken.”

Een aanslag als deze, zegt terrorisme-expert Tore Bjørgo van de Politie-Academie, kun je niet voorspellen. Maar er is een nieuwe ontwikkeling gaande bij islamofobe groepen, die zich voornamelijk manifesteren via sociale media. „Breiviks manifest beschrijft zijn radicaliseringsproces heel gedetailleerd. Hij raakte teleurgesteld in de politieke partijen omdat ze geen oog hebben voor het probleem van de islamitische overheersing. Hij claimt al in 2001 deel uitgemaakt te hebben van een Europese groep van Tempeliers, die misschien wel aan zijn fantasie is ontsproten. Hij plaatst zich daarmee in de traditie van de kruisvaarders. Het is een vorm van christelijke islamofobie, die langzamerhand een grotere aantrekkingskracht lijkt te krijgen dan de oude traditie van puur racistische xenofobie. Zo deed hij bijvoorbeeld inspiratie op bij het Servische culturele conservatisme, dat woedend was over de NAVO-bombardementen op Belgrado. In die visie hadden de christelijke Serviërs het recht om Kosovo te zuiveren van moslims.” Breivik, die hiphopper was en deel uitmaakte van een graffitigroep, had blijkens zijn manifest ook negatieve ervaringen met immigrantenbendes, zegt Bjorgo. „Hij maakte zich kwaad dat ze Noorse meisjes verkrachtten.”