Bijna uitgeleend

 Boeken en artikelen van papier worden steeds minder gebruikt. Wat moet de universitaire bibliotheek nog doen? Jeroen Stoffels studeert muziekwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Als hij snel een essay moet schrijven, speurt hij in databanken naar wetenschappelijke artikelen of zoekt hij op internet. Alleen voor een paper of een lang essay raadpleegt hij

 Boeken en artikelen van papier worden steeds minder gebruikt. Wat moet de universitaire bibliotheek nog doen?

Jeroen Stoffels studeert muziekwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Als hij snel een essay moet schrijven, speurt hij in databanken naar wetenschappelijke artikelen of zoekt hij op internet. Alleen voor een paper of een lang essay raadpleegt hij boeken – vaak via Google Books, waar de almachtige zoekmachine honderdduizenden boeken heeft gedigitaliseerd. “Nu ben ik bezig met een essay over de opera Don Giovanni van Mozart. Op Google Books vond ik een oud boek, dat in de universiteitsbibliotheek in Leipzig bleek te staan. Een vriend die daar toch moest zijn, nam het voor me mee”, zegt Stoffels.

Studenten en onderzoekers zoeken steeds minder in de universiteitsbibliotheken naar boeken en gedrukte tijdschriften en steeds vaker in databases en op internet. Dat blijkt uit tientallen tabellen in een eerder dit jaar uitgebracht rapport van de Koninklijke Bibliotheek naar de Nederlandse universiteitsbibliotheken (zie infographics). Zo werden bij de UvA in 2009 ruim 280.000 boeken uitgeleend, een fractie van de aantallen zoekacties in databanken (3,7 miljoen) en online geraadpleegde artikelen (6 miljoen). De digitalisering is goed te merken bij bijvoorbeeld de UvA, die met 120 kilometer aan boeken de grootste universiteitsbibliotheek van Nederland heeft. “De afgelopen zes jaar is het aantal boeken in open kasten teruggelopen van 50 tot 20 kilometer”, zegt directeur Nol Verhagen. Veel boeken zijn naar magazijnen buiten het centrum gebracht. Andere universiteiten hebben ook veel zelden geraadpleegde werken uit de leeszaal gehaald.

Toch blijven universiteiten bibliotheken bouwen. De Universiteit van Utrecht opende enkele jaren geleden een nieuwe bibliotheek. De UvA is al ruim tien jaar bezig met omstreden plannen voor nieuwbouw in het historisch centrum van Amsterdam; de rechter verbood onlangs de sloop van enkele monumentale panden. “Die bibliotheek is bedoeld voor de geesteswetenschappen, waar naar verhouding nog veel boeken worden gebruikt”, zegt Verhagen. “Bovendien is met het verdwijnen van veel boekenkasten het aantal werkplekken toegenomen. Die zijn goed bezet. De leeszaal aan het Singel is altijd vol.” De universiteitsbibliotheek transformeert zo van een boekenverzameling met leeszaal tot een studiezaal, waar boeken en artikelen al dan niet digitaal kunnen worden opgevraagd.

In het buitenland is dat ook zo, zegt Leo Plugge van SURF, een platform dat universiteiten en hogescholen adviseert over digitalisering. “Tijdens de verbouwing van de Universiteit van Antwerpen ontstond er een rel, doordat studenten hun werkplekken niet meer konden gebruiken. Maar moet een bibliotheek zorgen voor werkplekken? Universiteitsbibliotheken kunnen zich beter bezinnen op hun rol, nu onderzoekers en wetenschappers buiten de bibliotheek om websites en databanken van uitgevers raadplegen.”
Dat bypassing is inderdaad een groot gevaar voor universiteitsbibliotheken, zegt Ian Rowlands, hoogleraar informatietechnologie aan University College London. Hij begeleidde een beleidsonderzoek naar de manier waarop de bibliotheken van vier Amerikaanse en vier Britse universiteiten proberen hun bestaansrecht te bewijzen in het digitale tijdperk. De resultaten staan in Supporting Research: Environments, Administration and Libraries, vorige maand gepubliceerd door de OCLC, een onderzoeksbureau van bibliotheken.
Voor het onderzoek werd een experiment gedaan bij een universiteit. Een wetenschappelijk tijdschrift, waartoe onderzoekers via een abonnement van de bibliotheek al lang (digitaal) toegang hadden, werd openbaar toegankelijk gemaakt via internet. “Het aantal keren dat eigen wetenschappers het tijdschrift raadpleegden, verdubbelde in korte tijd”, vertelt Rowlands. “De onderzoekers konden het tijdschrift blijkbaar makkelijker vinden via Google dan via de eigen bibliotheek.”

Voor Plugge van SURF zijn dergelijke experimenten een bewijs van een paradigmaverschuiving waarbij universiteitsbibliotheken de digitalisering niet zullen overleven, zoals fabrikanten van ijsblokken verdwenen met de komst van de koelkast. “De vraag is niet: hoe ziet de toekomst van de bibliotheek eruit? De vraag is: hoe gaat de informatievoorziening voor onderwijs en onderzoek eruit zien? Daarover discussiëren met de bibliotheken lijkt op het praten met de kalkoen over Kerst.”

Maar Michael Jubb, mede-auteur van het Britse onderzoek naar universiteitsbibliotheken, vindt berichten over de dood van de bibliotheek zwaar overdreven: “Als de universiteitsbibliotheken zichzelf heruitvinden, hebben ze een grote kans op overleven.” Bibliotheken kunnen volgens hem een cruciale rol spelen bij het regelen van licenties voor wetenschappelijke tijdschriften, bij het vinden van de weg in de informatiejungle en bij het beheren van data van wetenschappelijk onderzoek.

Slechts 20 procent van de wetenschappelijke tijdschriften is gratis toegankelijk, voor de rest moet abonnementsgeld worden betaald. Bibliotheken doen dat nu (deels gezamenlijk) voor hun studenten en medewerkers. “Die licenties kunnen ook worden geregeld door instellingen zoals SURF, die dat voor softwarepakketten al doet”, zegt Plugge van SURF. Zijn organisatie werkt bij de licenties al samen met universiteiten, maar zou graag een grotere rol spelen. Toch kunnen bibliotheken dit beter, vinden onderzoekers Rowlands en Jubb, door hun jarenlange ervaring.

Hetzelfde geldt voor het navigeren over de oceaan van digitale informatie. Jubb zegt: “Wetenschappers zijn helemaal niet efficiënt in het vinden van relevante informatie op de honderden webpagina’s die je krijgt bij het intikken van enkele zoektermen.” Wetenschappelijke bronnen zijn volgens informaticaspecialist Rowlands dan ook vaak opgeslagen in silo’s vol ongelijksoortige informatie: “Data van catalogi naast e-books, digitale proefschriften naast databanken met indexen. Vaak met verschillende zoekprogramma’s, wachtwoordcontroles en gebruikersvoorwaarden.” Universiteitsbibliotheken moeten volgens hem alle publicaties full text samenvoegen in een informatiewolk op internet: “En die doorzoekbaar maken met een Google-achtig zoeksysteem.”

De belangrijkste taak van bibliotheken wordt volgens Jubb het ordenen, opslaan en verwerken van onderzoeksdata: “Traditioneel slaat die informatie alleen neer in een tijdschriftpublicatie. Maar eigenlijk moet al het materiaal dat wetenschappers verzamelen tijdens het onderzoek, zo worden verwerkt dat anderen het kunnen raadplegen.”
Daarmee wordt al voorzichtig geëxperimenteerd, zegt Verhagen van de UvA: “Maar in de praktijk blijken onderzoekers dingen als portals en communities nog niet echt op te pakken.” Jubb en de zijnen concluderen in hun rapport: ‘We kunnen moeilijk om de conclusie heen dat bibliotheken naarstig hebben geprobeerd om een bijdrage te leveren aan het werk van onderzoekers, maar met betrekkelijk gering resultaat.’

Een van de problemen, zegt Jubb, is dat bibliotheekmedewerkers en onderzoekers elkaar door de digitalisering minder vaak zien dan vroeger. “De communicatierevolutie heeft de communicatie tussen hen slechter gemaakt; dat is de ironie. Wetenschappers en bibliothecarissen zullen meer moeten samenwerken.” Als de universiteitsbibliotheken blijven bestaan, natuurlijk.
Bibliotheek veranderen van uitleenplek en leeszaal tot studiezaal
Met universiteitsbibliotheken (hier die van Stanford University) over informatievoorziening discussiëren, lijkt volgens sommigen op het praten met de kalkoen over Kerst.

Karel Berkhout.