Angst te dalen en tijdrit vergeten te verkennen

De gebroeders Schleck gingen naar de Tour voor de eindzege, maar ze reden zaterdag een slechte tijdrit. En ze waren bang om te vallen in de afdaling.

Voor het eerst in de Tourhistorie stonden gisteren twee broers op het podium in Parijs. Maar op de hoogste trede, tussen nummer twee Andy en nummer drie Fränk Schleck in, glunderde een Australiër.

De nauwkeurig voorbereidde machtsgreep van de Luxemburgse wielerfamilie Schleck naar de macht in het peloton was halverwege de Tour spaak gelopen. En in de tijdrit op de voorlaatste dag werden ze definitief verslagen. Cadel Evans is een betere tijdrijder én hij had, anders dan de broers Schleck, ook het parcours vooraf uitgebreid verkend.

De Schlecks waren naar Frankrijk gekomen om de Tour te winnen. Wie van de twee, dat maakte niet uit, zeiden ze vooraf. Andy Schleck, de meest getalenteerde van de broers, leek de grootste kanshebber. De afgelopen twee jaar was hij tweede geworden in de Ronde van Frankrijk, achter Alberto Contador. En juist Contador was dit jaar niet in goede doen. De Spaanse renner had al gepiekt in de Giro, omdat het lang onzeker was of hij wel mocht starten na de vondst van een uiterst minieme hoeveelheid van het spiergroeimiddel clenbuterol in zijn bloed tijdens de Tour van vorig jaar.

Andy en Fränk Schleck hadden ook de beste ploeg van het peloton meegenomen naar Frankrijk. Ze hadden hun teamgenoten geheel zelf uitgekozen, nadat ze vorig jaar uit het team van oud-Tourwinnaar Bjarne Riis waren gestapt en een eigen team begonnen. Vader Johnny Schleck, die in de jaren 70 zelf de Tour reed, had zijn jachtvriend en vastgoedmagnaat Flavio Becca bereid gevonden miljoenen te investeren in een wielerteam voor zijn zoons. Na de breuk met Riis namen de Schlecks bijna zijn hele ploeg mee: ploegleider Kim Andersen en toprenners als Fabian Cancellara, Stuart O’Grady en Jens Voigt maakten de overstap naar Team Leopard-Trek. Het budget van de ploeg wordt geschat op 20 miljoen euro.

In de tumultueuze eerste Tourweek ontliepen de Schlecks de vele valpartijen, in tegenstelling tot klassementsrenners als Alberto Contador, Robert Gesink, Bradley Wiggins en Jurgen Van den Broeck – zij vielen uit of raakten geblesseerd. Volgens de Nederlander Joost Posthuma, ploeggenoot van de Schlecks, kwam dat door de sterkte van zijn team. „Voor een deel is het natuurlijk geluk”, zei Posthuma zaterdag na zijn tijdrit in Grenoble. „Maar wij hebben met minimaal vier of vijf man om Andy en Fränk heengereden, vooraan in het peloton. Daarmee kan je problemen voorkomen.”

Nadat Andy op de rustdag had verklaard dat hij zijn broer als voornaamste concurrent voor de eindzege beschouwde, verliepen ook de Pyreneeënetappes voorspoedig. Fränk Schleck veroverde in de rit naar Luz Ardiden de tweede plaats in het algemeen klassement en Andy won tijd op Contador.

In de derde Tourweek ging het echter mis. In de laatste kilometers van de rit naar Gap opende Contador de aanval op de beklimming van de Col de Manse. Cadel Evans kon hem volgen, de Schlecks niet. In de gevaarlijke afdaling van La Rochette liepen Fränk (20 seconden) en vooral Andy (1.09 minuut) meer achterstand op. De afdaling boezemde Andy angst in, had hij vooraf al gezegd. Tijdens een trainingskamp in de Alpen was hij speciaal een paar keer naar beneden gereden. Vader Johnny Schleck zei zaterdag in sportkrant L’Equipe dat zijn zoons ook zwaar aangeslagen waren nadat hun Belgische ploeggenoot Wouter Weylandt in mei in de Giro om het leven kwam. „Diezelfde avond zei Andy tegen mij: Ik neem nooit meer risico’s, ik doe dit vak niet om zo te eindigen”, vertelde Johnny Schleck.

Twee dagen later sloegen de Schlecks en hun ploeg echter terug. In de zware bergetappe naar de Galibier sprong Andy op zestig kilometer van de finish weg uit het peloton. Zijn vooruit gestuurde ploeggenoten Joost Posthuma en Maxime Montfort brachten hem vervolgens naar de voet van de Galibier, waar hij als eerste bovenkwam.

In de laatste bergetappe naar Alpe d’Huez veroverde Andy Schleck de gele trui op Thomas Voeckler. Maar Cadel Evans, die op de Galibier het tijdverlies beperkt had gehouden, kreeg hij niet uit zijn wiel. Toen Andy een dag later in de tijdrit over de finish kwam en zwijgend omhelsd werd door zijn broer, wist hij genoeg. Ze hadden de Tour verloren. „Ik kom volgend jaar terug en dan win ik. Ik ben ook pas 26”, zei Andy niet veel later.