Anders Behring Breivik werkte negen jaar aan zijn terreurplan

Breivik groeide op in een goede buurt en bezocht dezelfde school waarop de koning had gezeten. Het vermoorden van sociaal- democratische jongeren was een stap in zijn grote plan. Portret van een zelfbenoemd kruisridder.

Jarenlang woonde Anders Behring Breivik alleen in een appartement in Oslo. Maar in 2006 ging hij weer bij zijn moeder wonen, om geld uit te sparen dat hij nodig had om zijn plan uit te voeren.

Zijn spaargeld was nagenoeg op. Hij had een boerderij gehuurd in Rena, een dorpje zo’n 170 kilometer ten noordoosten van Oslo van een man die in de gevangenis zat: de boerderij huisvestte ooit de grootste hennepplantage van Noorwegen. Op die boerderij verzamelde hij het materiaal voor zijn bommen en zette hij ze in elkaar. De dag voor de aanslag reed hij naar Kautokeino, in het noorden van Noorwegen, in de buurt waarvan hij enkele proefexplosies uitvoerde om zich ervan te vergewissen dat ze echt zo werkten als hij had gedacht. Dat bleek het geval. Na een lange rit terug naar Oslo begon hij met zijn eerste oorlogsdaad.

Veel van wat bekend is over Anders Behring Breivik weten we uit het 1.516 pagina’s tellende document dat hij heeft geschreven onder het pseudoniem Andrew Berwick, een Engelse verbastering van zijn naam. Enkele gegevens zijn controleerbaar uit publieke bron, een ander deel is bevestigd door diverse Noorse media. Zo sprak de krant VG met zijn vader, die sinds zijn pensionering op het Franse platteland woont. Tot dusverre is niet gebleken dat er van de autobiografische details in het document feiten onjuist zijn, maar lang niet alles is reeds door onafhankelijke bronnen geverifieerd.

Anders Behring (zijn moeders naam) Breivik (zijn vaders naam) is in veel opzichten een typische representant van een Noors grootstedelijk middenklassemilieu. Zijn vader was diplomaat, zijn moeder verpleegkundige. Anders, geboren op 13 februari 1979 in Oslo, was hun enig gezamenlijk kind, maar beiden hadden kinderen uit een eerder huwelijk. Ook de verbintenis tussen Anders’ ouders hield niet lang stand: ze scheidden toen hij 1 jaar oud was. Zijn vader bleef in Londen, waar hij werkte op de Noorse ambassade; Anders ging met zijn moeder en haar dochter in Noorwegen wonen, in Skøyen, een goede buurt in het rijke westen van Oslo. Zijn moeder kreeg een nieuwe relatie: zijn stiefvader was legerofficier. Hij bezocht daar de basisschool waarop ook de Noorse koning en kroonprins hebben gezeten. Het was en is geen pure eliteschool. Er zaten bijvoorbeeld ook immigrantenkinderen op uit de sociale huurwoningen die in de buurt waren gebouwd met het oog op een betere vermenging van bevolkingsgroepen. Verreweg de meeste immigranten wonen, en woonden zeker in de jaren tachtig, aan de oostkant van de stad.

Als jonge tiener verkeerde hij in kringen van hiphopfans en graffitispuiters. Dat gold als een links milieu, waarin hij ook optrok met jonge moslims van Pakistaanse, Somalische en Turkse komaf. Met rechtse jongerencultuur zoals die van skinheads had hij geen affiniteit, omdat hij de daarmee geassocieerde muziek niet mooi vond. Maar links was hij geenszins: rond zijn zeventiende werd hij lid van de jongerenafdeling van de Vooruitgangspartij, omdat die als enige vóór de vrije markt maar tegen immigratie was. Hij is zeven jaar lid gebleven van die partij en heeft twee jaar lang een regionale bestuursfunctie bekleed. Maar rond 2000 begon hij zich naar eigen zeggen te realiseren dat een democratische strijd tegen de islamisering van Europa bij voorbaat een verloren zaak was. Hij wilde in verzet komen.

Met zijn vader heeft hij sinds zijn zestiende geen contact meer gehad, wat deze tegen VG bevestigde. Hij haalde zijn vwo-diploma en ging bedrijfskunde studeren. Die opleiding maakte hij niet af. In plaats daarvan zocht hij werk en ging hij zich verdiepen in filosofie en de islam, maar hij is in dit opzicht autodidact. In die tijd begon hij aan zijn grote plan, wat negen jaar later tot een climax leidde in de vorm van de bomaanslag in Oslo en de massamoord op het eilandje Utøya.

Rond 2002 raakte bij betrokken bij een obscuur internationaal gezelschap dat zich ziet als een soort hedendaagse kruisridders en Europa van moslims wil zuiveren. Deze orde, PCCTS Knights Templar, zou worden geleid door een Serviër die vele moslims in de strijd heeft gedood. Volgens het document zou er ook een Nederlander bij de kerngroep van deze orde betrokken zijn. In de afgelopen jaren schreef hij tal van bijdragen op conservatieve en anti-islamfora op internet.

Omdat hij met een baan niet genoeg zou kunnen verdienen om zijn plan te financieren, begon Anders Behring Breivik een eigen bedrijf in e-commerce-toepassingen. Op het hoogtepunt had hij naar eigen zeggen zes mensen in dienst. In 2006 ging zijn bedrijf failliet, maar hij had er wel – deels zwart via een Caraïbisch belastingparadijs – een half miljoen euro aan overgehouden. Sindsdien heeft hij voor zo ver valt na te gaan op zijn vermogen geteerd, waarbij hij naar eigen zeggen nog een deel verloor door mislukte speculatie met opties. Volgens de belastingdienst heeft hij in 2006 tot en met 2009 – recentere cijfers zijn er nog niet – nauwelijks inkomsten gehad. Wel had hij een officieel vermogen van 50.000 tot 80.000 euro. In Noorwegen zijn inkomens en vermogens openbaar.

Hij was enthousiast speler van computerspellen via internet, met name World of Warcraft en Call of Duty: Modern Warfare. Sinds 2005 was hij lid van een schietclub, waardoor hij een wapenvergunning kon aanvragen, zowel voor een Glock (een pistool) als een Ruger Mini 14 halfautomatisch geweer, het meest automatische vuurwapen dat in Noorwegen legaal te verkrijgen is. Pogingen om in Praag een AK47 te kopen waren mislukt.

In de media is hij een christenfundamentalist genoemd, maar dat beeld vindt geen bevestiging in zijn geschriften. Hij noemt zich wel christen, maar dat is wat hem betreft meer een culturele dan een religieuze aanduiding. Hij staat in elk geval niet te boek als kerkganger. Hij schrijft dat wetenschappelijke kennis altijd voorgaat op Bijbelse geschriften. Als een van de jongste leden trad hij ruim vijf jaar geleden toe tot de in Oslo gevestigde vrijmetselaarsloge St. Olaus til de tre Søiler, met ruim 800 leden waarschijnlijk de grootste van het land.