Zij: Ik heb niet zoveel nodig

Bastiaan Vervoort trekt sinds vijf jaar elke zomer langs festivals met een mobiele cocktailbar. Zus Sarah van der Toorn is een van zijn freelance medewerkers. Hun werk is hun vakantie, en omgekeerd.

Sarah en Bas gefotografeerd door David Galjaard op het ADM in Amsterdam voor de rubriek "Het Huishoudboekje" - Economie pagina zaterdag editie NRC Handelsblad

Sarah van der Toorn (27) is freelance medewerker van cocktailbar Bombascha. ’s Winters maakt ze in India hoeden en kleding, die ze ’s zomers verkoopt op festivals:

„Bombascha is echt een rondreizend circus. Het is dus heel erg lastig dat ik niet alleen durf te rijden. Ik was ook niet goed in opbouwen, maar het is minder erg als je de bar op z’n kop in elkaar zet dan wanneer je onhandig doet met een aanhanger op de snelweg.

„In de winter werk ik in India, in de zomer werk ik voor Bas: het voelt alsof ik al tweeënhalf jaar op vakantie ben. Ik voel me wel bezwaard als Bas me, zeker na een slechte dag, uitbetaalt. Hij is mijn broer en ik weet dat hij er niets aan overhoudt. Dat voelt scheef. Ook omdat ik het gewoon leuk werk vind. Ik ben altijd ergens waar de mensen vrolijk zijn. Ik heb niet zo veel nodig. Als ik een hoedje verkoop op een festival, heb ik weer een boterham verdiend. Op feestjes en in vakanties werk ik; is het niet voor Bas, dan wel als straatartiest. Ik maak mijn eigen kleren met gerecyclede materialen. Ik geef mijn geld dus alleen uit aan de huur en aan mijn wekelijkse boodschappen op de biologische markt.

„Het is heel leuk om samen te werken met mijn broer, omdat ik weet: die gaat niet weg, die raak ik niet kwijt. Ik kan me geen broer-zusconflict heugen. Ik vind het goed dat hij niet zo zakelijk en formeel is. En hij kan echt alles zelf maken. In de breedste zin van het woord, want hij is ook altijd meteen vrienden met de festivalorganisatie en kan goed onderhandelen. Vooruitkijken vind ik heel moeilijk, maar het voelt alsof ik dit voor altijd wil blijven doen.”