Warhol in een oude timmerfabriek

In een voormalige fabriek in Maastricht is het ‘grootste tijdelijke museum voor hedendaagse kunst in Europa’ ingericht. Met werk van bekende en minder bekende hedendaagse kunstenaars.

De hoge hallen van de Timmerfabriek in Maastricht lenen zich goed voor de presentatie van grote sculpturen en schilderijen. De oude fabrieksmuren uit 1905 zijn niet gestuct of geverfd, maar hebben een ruwe schoonheid die mooi wordt belicht door de zon die door het glazen dak naar binnen schijnt. Het dak is nieuw, want het gebouw is in zoverre gerestaureerd dat het gebruikt kan worden voor publieksdoeleinden. Er zijn nieuwe stalen trappen aangebracht en er is een doorgang gehakt naar het belendende pand, waarin zich de voormalige directievertrekken bevinden; statige zaaltjes met hier en daar nog het spoor van een muurschildering en een spierwitte toonzaal waarin de zon zo ongehinderd naar binnen schijnt dat de temperatuur er kan oplopen tot tropische waarden.

De voormalige timmerfabriek van aardewerkproducent Sphinx herbergt tot eind dit jaar het ‘grootste tijdelijke museum voor hedendaagse kunst in Europa’. De tentoonstelling is het resultaat van de vruchtbare samenwerking tussen de Maastrichtse presentatie-instelling Marres en een Franse partner.

Presentatie-instellingen voor beeldende kunst vechten voor hun voortbestaan, nu het kabinet van de elf die er zijn nog maar zes wil subsidiëren. Ook Marres is niet zeker van rijkssubsidie. Directeur Guus Beumer is al een paar jaar op zoek naar een nieuwe legitimering voor zijn kunstinstelling, alternatieve inkomstenbronnen en een breder publiek. Hij richtte Marres Projects op dat probeert nieuwe partners te zoeken waarmee projecten tot stand kunnen worden gebracht. De tentoonstelling Out of Storage maakte Marres in samenwerking met het Fonds Régional d’Art Contemporain (FRAC) afdeling Nord-Pas de Calais.

Het vijfduizend vierkante meter grote industriële complex en de aangrenzende directievertrekken zijn gevuld met zo’n 350 kunstwerken uit de collectie van het FRAC. Werken van internationaal vermaarde kunstenaars als Andy Warhol, Sol LeWitt, Bruce Nauman, Atelier van Lieshout, Superflex en Marcel Broodthaers worden getoond naast werken van minder bekende hedendaagse kunstenaars, bijvoorbeeld het Parijse collectief Claire Fontaine en de Gentse Kelly Schacht, die vorige maand de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst won. De meeste kunstwerken zijn nog niet eerder in Nederland te zien geweest.

Dwarsverbanden

FRAC Nord-Pas de Calais had tot nu toe geen eigen presentatieruimte, maar krijgt in 2013 voor het eerst een eigen gebouw, bij de haven van Duinkerken. Tot die tijd is de instelling afhankelijk van anderen voor het tonen van de collectie aan het publiek. Enige jaren geleden ontstond het contact met Marres. Toen Beumer het idee opperde om in de oude Timmerfabriek een groot deel van de FRAC-collectie tegelijk te laten zien, was FRAC-directeur Hilde Teerlinck meteen verkocht. „Deze tentoonstelling biedt ons de mogelijkheid om dwarsverbanden in de collectie te laten zien.” Teerlinck, die curator was van de tentoonstelling, wil laten zien dat zij haar eigen koers vaart in het aankoopbeleid, maar wel oplet of nieuwe aankopen een ‘dialoog’ aangaan met de collectie. Zo plaatste zij designmeubilair dat haar voorgangers aankochten tegenover foto’s van Barbara Visser van designmeubilair in vernielde staat.

Voor Beumer was de samenwerking met het FRAC een mogelijkheid om antwoord te geven op de vraag „wat een presentatie-instelling nu eigenlijk is en kan zijn”. „Presentatie-instellingen worden wel gezien als een museum zonder collectie”, zegt hij. „Dat is verre van een beperking. Het biedt de mogelijkheid opnieuw over de maatschappelijke rol van kunst en design na te denken en geeft een kans te zoeken naar nieuwe vormen van presenteren.”

In de Timmerfabriek zijn drie presentatievormen uitgeprobeerd. Op de begane grond, het rauwste deel van het gebouw, zijn de werken neergezet als in een depot. De houten kisten waarin ze worden vervoerd staan in het midden van de zaal. De titels van de werken zijn uit de losse pols met viltstift geschreven op bordjes.

Op de bovenverdieping, waarop een modern, glazen dak is geplaatst, heeft de tentoonstelling meer het karakter van een licht en open museum als De Pont in Tilburg. „De bezoeker gaat er als vanzelf flaneren langs de kunstwerken”, zegt Beumer. Hij verkneukelt zich om de liggende bordjes met de namen van de kunstenaars en de werken; bordjes die bijna onvindbaar zijn, zoals dat in een modern museum vaak het geval is.

En in de statige directiekamers in het aanpalende herenhuis waan je je plotseling in het oude Stedelijk Museum in Amsterdam, waar een gewijde stilte in de vertrekken hangt.

Bezoekers kunnen, als ze dat willen, bij binnenkomst kiezen uit vijf routes. Wie maar vijftien minuten de tijd heeft, kan zich langs hoogtepunten laten leiden. Zoals de videofilm Painter van Paul McCarthy, waarin de kunstenaar met pruik en uitvergrote oren, neus en handen op de hem kenmerkende, provocerende manier in de weer is met verf, mayonaise en ketchup. Of de Adjustable Wall Bra van Body-Art-kunstenaar Vito Acconci, een grote sculptuur van een beha die tegelijk een meubelstuk is. Andere routes, zoals de Belgische route, een route die kunstwerken vanuit een Belgische kunsthistorische invalshoek belicht, of de keuze van verzamelaars Anton en Annick Herbert, geven meer verdieping en tonen meer verrassingen.

Komkommer

Aan de kinderen is ook gedacht. Buiten staat een bus met het uiterlijk van een verrotte komkommer van Joep van Lieshout, waarin gespeeld kan worden. Binnen is een zaal met werk voor en over jongeren, met onder meer met een installatie van Erik van Lieshout. Er is ook een familieroute uitgestippeld.

De samenwerking van Marres met het FRAC heeft alweer nieuwe partnerschappen opgeleverd. Onder meer met de gemeente Maastricht, die de ambitie heeft om Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 te worden. De gemeente heeft extra geld uitgetrokken voor het inhoudelijke programma rondom de tentoonstelling en organiseert regelmatig grote ontvangsten in de Timmerfabriek.

Er is ook een mecenas gevonden die de tentoonstelling steunt. Han Nefkens (H + F Mecenaat) liet Otto Berchem een geluidskunstwerk vervaardigen dat te horen is op de trappen die de boven- en benedenverdieping van de Timmerfabriek met elkaar verbinden. Het drijft de spot met al die grote namen op de tentoonstelling. De kunstenaar somt betweterig de namen op van alle deelnemende kunstenaars. „Do you know… Andy Warhol? Do you know…” Het werk zal na de tentoonstelling worden opgenomen in de collectie van het FRAC.

Out of Storage in de Timmerfabriek in Maastricht. (Voorlopig) t/m 18 dec. Inlichtingen op outofstorage.nl