Wandeling 2 , de route van Amal: Hebron - Ramadin - Rahat (lopend)

Sheep walk along a road next to the separation wall between Israel and Palestine in Bethlehem, Palestine on March 19, 2007.

De taxi van Adel Bilal is inderdaad zo beroemd als hij door de telefoon had verteld. Mensen op straat in Hebron, in het zuiden van de Westelijke Jordaanoever, kennen zijn rode Subaru allemaal. „Ha! Natuurlijk kennen ze me. Niemand kan om mij heen”, zegt de gezette chauffeur met zware stem. Adel Bilal, herkenbaar aan de sleutelbos om zijn nek, is duur, zegt hij zelf. Maar hij is goed. De beste. Wie hem 250 shekel betaalt, komt gegarandeerd aan op de plaats van bestemming in Israël. Bijna gegarandeerd, corrigeert hij zichzelf, want garanties geeft alleen God.

Vier jonge mannen vervoert hij vandaag. Ze zijn alle vier werkloos en willen aan het werk in Rahat, een bedoeïnenstad aan de andere kant van de afscheiding. De stad is door Israël gesticht om de van oudsher nomadische bedoeïnen uit de Negev-woestijn te trekken en op één plek te huisvesten.

In Rahat is veel werk, zegt Amal, een 28-jarige man uit Hebron. Amal heeft zeven kinderen en heeft geen zin om hen te verlaten. „Als hier werk voor me zou zijn, zou ik blijven. Ik ben satellietmonteur, daar is geen werk in te vinden. De bouw in Israël verdient veel beter. Er is in Rahat ook veel vraag naar winkelpersoneel, dat lijkt me wel wat.” Twee keer is Amal gepakt toen hij de grens overstak. Een derde keer zal hem zes maanden celstraf kosten, maar hij is bereid dat risico te nemen.

Chauffeur Adel bromt: „Je wordt niet opnieuw gearresteerd. Israël weet dat er gaten in de muur zitten en doet er niks aan. Dat betekent dat jullie gedoogd worden, zolang je maar niet in het oog loopt.”

Amal, sceptisch: „Hoe weet je dat nou?”

Adel: „Ze hebben toch ook belang bij jou? Ze hebben personeel nodig, om klusjes op te knappen die niemand in Israël wil doen. Ze bouwden die muur en bedachten zich pas daarna dat het best onhandig is dat er geen goedkoop personeel meer is.”

Adel heeft contact met Israëlische collega’s, die op afgesproken plaatsen zijn klanten komen oppikken. De vier mannen vinden dat te duur worden en besluiten het laatste stuk te lopen.

Dichtbij Rahat loopt de barrière min of meer over de Groene Lijn. Het is een hek dat op deze plaats niet al te best beveiligd is. Adel: „Er zit een gat in bij Ramadin. Daar breng ik deze mannen naartoe. Ze steken de grens over en lopen het laatste stuk. Vroeger was het simpeler: toen lag er een rioolbuis waar ze in kropen en door konden ontsnappen. Die is nu dichtgemaakt.”

De mannen zeggen dat het Israëlische leger de grens op die plek sinds kort bewaakt met honden. Het Israëlische leger erkende vorige maand na een klacht van mensenrechtenorganisatie B’tselem dat het honden gebruikt, naar eigen zeggen om het hek daar te beschermen tegen beschadiging, waardoor terroristen in Israël kunnen ‘infiltreren’.

Adel rijdt zelfverzekerd op een smalle weg over het droge, heuvelachtige terrein naar de grens. De radio staat loeihard. Hij verdient goed aan het vervoer van arbeiders, zegt hij lachend. Van dit ene ritje naar het gat in het hek kan hij een week leven. Je moet in het leven een specialiteit zoeken, zodat je onmisbaar bent. Het is moeilijk werk, maar ik vind altijd weer een nieuwe zwakke plek.”