Verdwaald in eigen land

Fotograaf Kadir van Lohuizen (1963) reist in veertig weken van het zuiden van Vuurland, over de Pan-American Highway, naar Alaska. Hij bezoekt de vele migranten die langs de route leven en werken. Deel 4 van een tweewekelijkse rubriek.

Er is geen stad zoals Lima, hoofdstad van Peru. Gebouwd in de woestijn op de steile kliffen van de kust van de Stille Oceaan. Lima is grijs; de meeste dagen van het jaar is er zeemist, maar Lima heeft ook de beste keuken van Latijns Amerika en dat maakt alles goed.

Lima is ook de oneindige stad van ‘sloppenwijken’, geplakt tegen de woestijnheuvels.

Eén ervan heet Cantagallo, de zingende haan. Een wijkje gebouwd pal naast de Panamerican Highway, die naar het noorden gaat.

Veel inwoners van de arme wijken, komen uit alle hoeken van het land, in de hoop werk te vinden. Die van Cantagallo hebben een ander verhaal. Het zijn Shipibo indianen uit de Amazone.

De eerste families kwamen in de jaren tachtig op de vlucht voor het ‘Lichtend Pad’.

In de loop van de jaren maakten steeds meer Shipibo’s de gang naar de grote stad, vooral op zoek naar werk. Cantagallo werd gesticht, waar nu zo’n duizend mensen wonen.

Makkelijk is het leven niet in de stad, gewend aan de tropische Amazone is Lima koud en kil.

Maar de vrouwen van de gemeenschap hebben het heft in eigen hand genomen, ze hebben het Comité van de Moeders opgericht, ze delen naaimachines en maken samen hun traditionele kleren en sieraden.

Deels voor eigen gebruik, deels voor toeristen. Zo houden ze in elk geval hun cultuur in stand.

Ik ga de volgende dag met Nimia Garcia Nunta en haar moeder de straat op.

Na twee uur willen ze terug; ze vinden het echt te koud in hun tradionele jurken. Thuis gaat de spijkerbroek weer aan.

Reis mee via de app voor de iPad of via www.viapanam.org