Verbrande kippen

Het avondnieuws op de televisie, dinsdag 19 juli, op RTL4 en het NOS Journaal. Een gewone dag, geen terroristische aanslagen, geen kerncentrales ontploft, geen tsunami’s, geen zendmasten omgevallen. Rupert Murdoch liegt erop los, maar dat is geen verrassing. Er is hongersnood in Afrika, zoals dat vaker gebeurt, maar op giro 555 is al een behoorlijk bedrag gestort. Hier of daar in het vaderland is iemand doodgeslagen, maar dat hoor je vaker. En in een kippenfokkerij is brand uitgebroken waarbij 170.000 kippen het leven hebben gelaten. Morgen hier en daar zon, af en toe een bui, temperatuur omstreeks twintig graden.

Ik bewaar het portret van een kip, en face gefotografeerd. Nog meer foto’s van dieren trouwens. Een koe die wegens een mond- en klauwzeerepidemie op het punt staat geëxecuteerd te worden. Een speciaal pistool is op haar voorhoofd gericht. Ze heeft geen idee van wat er de volgende seconde zal gebeuren. Na haar zullen er nog vierduizend volgen. Een kalf dat uit een veewagen over een loopplank de vrijheid inspringt. Wie zegt dat dieren geen gezichtsuitdrukking hebben? Dit beest kijkt buitengewoon monter. Zijn begeleiders hebben het gezien. Ze lachen mee. Een paard, in Bagdad dodelijk door bomscherven getroffen, liggend in een plas bloed, in de laatste seconden van zijn aardse leven. Aan zijn gezicht zie je dat hij het weet. Een stuk of twintig omstanders beseffen wat er gebeurt, maar ze staan machteloos. Een hond die op een snikhete dag door de bazin wordt afgesproeid. Wat kijkt dat beest dankbaar. De groep van honderdtwintig paarden die in november 2006 door het opkomende water bij het Friese Marrum was ingesloten. Je kunt hun gezichten niet zien, maar ze gedragen zich kalmer dan mensen in een overeenkomstige situatie.

Ten slotte de rat die zich in een doolhof regelrecht naar de uitgang knaagt. Jammer genoeg is dat niet echt gebeurd, het is de reclame van een of ander adviesbureau, maar toch heb ik dit plaatje uitgeknipt. Het is de perfecte illustratie van het fenomenologisch beginsel dat volgens de grondlegger Edmund Husserl (1859-1938) deze stroming kenmerkt: Das reine Zu-den-Sachen-selbst-gehen. De meeste ratten zijn intelligente, rusteloze dieren, hoewel er ook heel domme en luie zullen zijn. Het best kun je ze zien in de Parijse metro en de subway in New York als je op de trein staat te wachten. Het doel van deze fenomenologische rat is de vrijheid. Geen poespas van een doolhof. Je regelrecht naar de uitweg knagen. Daar zouden veel mensen nog een voorbeeld aan kunnen nemen.

Nu verder over de kip, waarschijnlijk het meest uitgebuite en mishandelde dier van de schepping. Dat heb ik pas langzaam beseft. Als kleine jongen woonde ik naast een familie die een hok met een stuk of tien kippen en een haan had. Elke ochtend werd ik wakker van hun getok en gekraai. Ik wilde ook kippen, timmerde om te beginnen in de tuin een hok. Mijn moeder zwichtte. Ik kreeg twee kippen met wie ik de beste maatjes werd. Tegelijkertijd hoorde kip met appelmoes tot mijn lievelingsgerechten. De tegenstelling tussen dierenliefde en tafelgenot viel me toen nog niet op.

Onvermijdelijk komt voor ieder kind de eerste kennismaking met de dood. Een van mijn kippen stierf van ouderdom. Die komt in de kippenhemel, zei mijn moeder. Ze kon wel gelijk hebben, maar toch was ik diep bedroefd. Ik begroef de vogel en zong er een somber, eigengemaakt lied bij. Daarna is ook de andere kip verdwenen, ik weet niet meer op welke manier, maar in ieder geval niet in de pan. Bent u met lezen tot hier gekomen? Ik kan me voorstellen dat u het een geweldig geouwehoer vindt, maar ik moet verder, ter wille van de kip.

Als ik van iets spijt heb, is het dat ik geen vegetariër ben geworden, zei Harry Mulisch. Als ik het met een van zijn uitspraken eens ben, dan deze. De vader van mijn moeder was slager, ook onder rabbinaal toezicht. Zo komt het dat ik koeien op deze vrome wijze heb zien slachten. Voor de toeschouwer al geen pretje en voor de koe helemaal niet. Maar ik bleef biefstuk eten. In Amerika eten de beter gesitueerde families met Kerstmis, dat heilige feest, kalkoen. Naar traditie krijgt één kalkoen van de president gratie, dat komt ook op de televisie, en dit dier mag tot zijn laatste snik in een comfortabel hok wonen. Wat een arrogantie. Een president die onder een lacherige belangstelling even voor opperwezen speelt.

En nu deze 170.000 verbrande kippen, waarvan de journaalredacties vonden dat ze een berichtje waard waren. Een enkele keer, in een programma dat door dierenvrienden is gemaakt, krijg je een kijkje in het dagelijks leven van de kip. Ze slijten hun bestaan in vernuftig ingerichte concentratiekampen, worden dan met evenveel vernuft massaal geslacht en komen ten slotte op je bord terecht. Tenzij er brand uitbreekt. Stel je je die megacatastrofe voor. Een Hiroshima, Dresden, Rotterdam voor de kippen. Het is uitgesloten, maar soms denk ik: wat zou er met ons mensen gebeuren als de kippen de macht overnamen?