Tango op de kade

Hard, romantisch, exotisch. Elke wereldstad heeft haar eigen imago. NRC Handelsblad gaat deze zomer op zoek naar de werkelijkheid achter het cliché van de wereldstad. Deze week: Moskou.

apitein Vjatsjeslav Abramov ziet door zijn verrekijker een bierblikje drijven en stuurt zijn MS-1 er onmiddellijk op af. Dan laat hij de grote schep op de boeg van zijn reinigingschip in het water zakken en vaart net zo lang door totdat hij het blikje gevangen heeft. Twaalf uur lang zigzagt de MS-1 dagelijks over een twaalf kilometer lang traject van de Moskou-rivier, op jacht naar bierblikjes, frisdrankflessen, plastic tassen, stukken hout, slap geworden ballonnen, chips- en ijsverpakkingen, verloren badslippers.

Een paar voorbijgangers op de hoge kadewallen kijken hun ogen uit als ze het krokodilachtige gevaarte voorbij zien komen. „Toeristen zeker”, zegt Abramov. „Gewone Moskovieten lopen zelden langs hun rivier.” Het drijvend zwerfafval in de Moskou-rivier neemt toe als de MS-1 het Kremlin passeert. „Het zijn vooral de passagiers van rondvaartboten en de straatvegers die er verantwoordelijk voor zijn”, zegt Igor Epifanov, voorlichter van de hoofdstedelijke waterreinigingsdienst Mosvodostok, die meevaart.

Terwijl hij dat vertelt, halen gammele rondvaartboten ons in. Hun passagiers deinen mee op de Russische discomuziek, die over het water galmt. Ineens besef je dat Moskou wel degelijk aan het water ligt, al stroomt de gelijknamige rivier niet door, maar langs het centrum. Varen is in deze stikhete julimaand vrijwel het enige wat nog verkoeling biedt. En aangezien de rivier voor plezierbootjes verboden is, vormen rondvaarten voor gewone stervelingen de enige mogelijkheid om het water op te gaan en zich te laten strelen door zuchtjes wind.

Rio de Janeiro

Toch heeft de Russische hoofdstad het waterleven de afgelopen jaren ontdekt – maar dan op de oevers. Vooral nu in de voormalige chocoladefabriek Rode Oktober een paar expositiecentra, musea en restaurants met terrassen zijn verrezen, kan Moskou de concurrentie met menig andere stad aan het water makkelijk aan. Zo’n tweehonderd welvarende jonge Russen, die net hun dure auto’s hebben geparkeerd, zitten er in de Strelka-bar onder parasols aan de champagne, mooie vrouwen op stilettohakken dralen om hen heen. Hier draait alles om uiterlijk vertoon. Ook is er een einde gekomen aan het Moskouse euvel dat je het water op weinig plekken kunt aanraken. De kademuren zijn op de meeste plaatsen weliswaar nog altijd hoog en rivierstrandjes zeldzaam, maar voorbij het Gorkipark is sinds een paar jaar een laag stuk kade in gebruik bij tientallen tangodansers. Zij verzamelen hier aan het eind van de dag voor hun lessen. Bij een mooie zonsondergang waan je je er eerder in Rio de Janeiro dan in een stad die de onuitroeibare reputatie heeft dat het er altijd koud is. Als de rondvaartboten harder varen dan is toegestaan, slaan de golven op de kade stuk en rollen over de voeten van de dansers. Over de rivierboulevard tussen het park en de Mussenheuvels flaneren, rolschaatsen en fietsen op datzelfde tijdstip honderden Moskovieten, zonder schaamte voor het tonen van overtollig vlees en vet.

Bij de Mussenheuvels begint het ware strandleven. Op keurig aangeharkte gazonnetjes bakken de Moskovieten er in de zon. Bij hoge temperaturen wordt er ook gezwommen. Dat is niet altijd zonder gevaar, want aangezien er in de hitte stevig gedronken wordt en weinig Russen goed kunnen zwemmen, komen er jaarlijks in de Moskouse wateren honderden badgasten bij het rivierpoedelen om het leven.

„Maar een echt lijk schep ik zelden op”, bekent kapitein Abramov geruststellend. Een andere geruststelling is dat het zwemmen, anders dan je in een zwaar verontreinigde stad als Moskou zou verwachten, botulisme-veilig is. „Dat komt ook doordat er nu veel minder afval in de rivier ligt dan anders”, zegt voorlichter Epifanov. „In mei is het het ergst. Dan is het ijs net gesmolten en gaan de sluizen voor het eerst in het jaar open.”

Zwemmen

In het westen van Moskou, bij het strand van Serebrjanyj Bor, een bosrijke villawijk, ziet het zwart van de badgasten. De sfeer doet niet onder voor die van Zandvoort. Pleziervaart is hier op de meertjes toegestaan, al maakt de onervarenheid en roekeloosheid van veel motorjachtbezitters zwemmen levensgevaarlijk. In de bosschages langs de oevers is het niet aan te raden je kinderen los te laten. „De neukende paren, die ik op ieder uur van de dag in allerlei samenstellingen voor mijn deur zie, doen me zo onderhand walgen van deze buurt”, zegt een Nederlandse villabewoonster.

Terug op de MS-1 wijst Epifanov even later op de, voor een megapolis redelijke, zij het kleine, visstand in zijn stad. Een enkele visser op de kade is er het bewijs van. „Er zijn hoge sanitaire normen voor de zuiverheid van het water. Ze dateren uit de jaren dertig, toen Stalin de baas was en er nog weinig industrie was in de stad. Iedere maand worden er op vierentwintig plekken in de stad monsters van het water genomen, die in een laboratorium worden getest.”

Dan wijst hij op een rioleringsbuis die op de rivier uitkomt. „Daar loopt het ondergrondse riviertje de Neglinka, die zevenenhalve kilometer onder het centrum van de stad door stroomt.” Kapitein Abramov schept intussen opgewekt door. Zijn stuurhut is als een gezellig kamertje ingericht, met een icoon, een samowar, een knuffeldier, een slaapbank en een computer. Zijn aandacht richt hij vooral op het water. „Bij de Christus Verlossers Kathedraal vind je zelfs schildpadden”, zegt hij met een glimlach. „En verder zijn er zwanen en siereenden, die uit de dierentuin zijn ontsnapt. Dat alleen al maakt deze rivier bijzonder.”