Seks en de Europese Unie

Het klonk aannemelijk genoeg, het bericht van het Duitse weekblad Der Spiegel dat Angela Merkel zich de woede op de hals heeft gehaald van haar illustere voorganger Helmut Kohl. Tegenover een vertrouweling zou de Altkanzler gezegd hebben dat Merkel bezig is zijn levenswerk te vernielen. Haar Europese beleid had hij „zeer gevaarlijk” genoemd. Die macht mir mein Europa kaputt.

Of Kohl dat echt gezegd heeft, weet Merkel waarschijnlijk net zo min als de rest van de wereld. Zelf noemde Kohl het bericht „geheel verzonnen”. Maar Der Spiegel bleef bij zijn verhaal. En het moet gezegd, de woordkeus, de timing en de bezorgdheid over de toekomst van de Europese Unie, het past allemaal erg bij de oud-kanselier.

Maar ook als Kohl het niet gezegd heeft, of niet zó, dan nog is het moeilijk het zinnetje te vergeten. Want het zegt iets wezenlijks over wat er in Europa aan de hand is.

Niet dat Merkel echt bezig is Europa kapot te maken. Samen met Sarkozy heeft ze deze week juist de aanzet gegeven tot redding van de euro en sterkere economisch-politieke integratie van Europa.

Maar het citaat dat aan Kohl wordt toegeschreven legt wel de vinger op een gevoelige plek. In hoog tempo is zijn Europa, het Europa van de grote gebaren, het Europa dat een nieuwe oorlog op het continent onmogelijk moest maken, aan het verdwijnen. En Merkel laat er geen traan om. Zij is bezig aan een nieuw Europees hoofdstuk.

Kohl maakte in 1984 diepe indruk toen hij samen met de Franse president Mitterrand minutenlang hand in hand stond bij een herdenking in Verdun, waar tijdens de Eerste Wereldoorlog honderdduizenden Franse en Duitse militairen zijn gesneuveld. Het beeld van de twee staatslieden op die historische plek drukte het belang van de EU zó duidelijk uit dat er verder geen woord aan te pas hoefde te komen.

Maar in het Europa van nu, het Europa van Merkel, werkt dat niet meer. Anders dan destijds in Verdun, schreef een Duitse krant deze week, zou „handje-vasthouden tussen, laten we zeggen Sarkozy en Papandreou voor de Akropolis, nu geen stabiliteit meer symboliseren, maar alleen nog maar belachelijk zijn”. Met de grote woorden van Kohls generatie kun je bij de kiezer van nu niet meer aankomen. Die weet heel goed dat er tegenwoordig andere zaken op het spel staan dan de onderlinge vrede op het continent.

Nu gaat het om complexe kwesties als het op peil houden van de levensstandaard, het vermogen de concurrentie aan te gaan met Amerika en Azië, de noodzaak samen op te trekken omdat we anders een effectieve aanpak van immigratie, klimaatverandering of georganiseerde criminaliteit wel kunnen vergeten. Politieke integratie blijft daarom hard nodig, ook al is dat woord in Nederland sinds een paar jaar taboe.

Het akkoord over de euro dat donderdag in Brussel werd bereikt is een stevige stap op weg naar een gezamenlijk financieel beleid. Méér Europa dus. Het kabinet zou daarover open kaart moeten spelen.

Begin vorig jaar, toen de VVD nog in de oppositie zat, eiste Ruttes partij dat Nederland op geen enkele wijze zou bijdragen aan het oplossen van de Griekse financiële problemen. Er zou geen euro naar de Grieken gaan – terwijl ook toen al duidelijk was dat we zouden gaan meebetalen aan een oplossing.

Het heeft dus even geduurd, maar nu zijn kabinet en een meerderheid in de Tweede Kamer tot het inzicht gekomen dat het Griekse probleem ook ons probleem is. De realiteit wordt niet langer ontkend.

De volgende stap moet zijn om de oplossing waarvoor in Brussel is gekozen thuis aan de man te brengen. Was de les van de afgelopen jaren niet dat politici niet buiten de kiezer om moeten voortbouwen aan Europa? Nu het kabinet erkent dat het in het nationale belang is mee te werken (en mee te betalen) aan een Europese oplossing voor de crisis en verdere integratie, moet het daar rond voor uitkomen. Dat zal niet makkelijk zijn, want de kwestie is complex en Europa als onderwerp nu eenmaal niet erg sexy.

Hoewel dat laatste kan meevallen. De conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung probeerde onlangs de angst van de Duitsers weg te nemen dat de EU een ‘transferunie’ wordt, waarin economisch sterke landen zwakke lidstaten te hulp komen. Een unie zonder overdracht van goederen, geld en ideeën, schreef de krant, „is als een huwelijk zonder seks – schraal, krachteloos en zonder toekomstperspectief”. Als Rutte en De Jager het zo eens probeerden?

Juurd eijsvoogel