Secondenspel eindigt in een gevecht van man tegen man

De Ronde van Frankrijk wordt beslist in een tijdrit over 42,5 kilometer rond Grenoble. De nieuwe geletruidrager Andy Schleck verdedigt een voorsprong van 53 seconden op zijn broer Fränk en 57 op Cadel Evans. De strijd om de Tourzege roept herinneringen op aan historische ontknopingen.

Waarover spraken Andy Schleck en Cadel Evans, de twee grootste kanshebbers voor de overwinning in de Ronde van Frankrijk, vijf kilometer onder de top van gekkenhuis Alpe d’Huez?

„Ik vroeg hem of hij ook kopwerk wilde doen”, zei Andy Schleck, die gisteren de gele leiderstrui overnam van de Fransman Thomas Voeckler. Evans antwoordde ontkennend.

Vandaag is er geen tactisch gepraat meer mogelijk, in de individuele tijdrit over 42,5 kilometer rond Grenoble. De 98ste Tour de France wordt beslist in een ultiem duel van man tegen man.

Andy Schleck start om achttien minuten over vier als laatste, met een voorsprong van 53 seconden op zijn broer Fränk en 57 seconden op Evans, normaal gesproken de beste tijdrijder van de drie.

Niet voor het eerst is de slottijdrit doorslaggevend. Beroemd blijft voor altijd hoe de Amerikaan Greg LeMond in 1989 op de Champs Elysées met acht seconden verschil het geel afpakte van de vorig jaar overleden Laurent Fignon, die morgen wordt herdacht bij de start van de slotetappe van Créteil naar Parijs.

Jan Janssen versloeg in 1968 in de beslissende tijdrit de Belg Herman van Springel en werd de eerste Nederlandse Tourwinnaar.

Vorig jaar begon Andy Schleck (26) met een achterstand van maar acht seconden op Alberto Contador aan de tijdrit over een biljartlaken naar Pauillac. Even leek hij aan de winnende hand, maar uiteindelijk won de Spaanse favoriet met 31 tellen voorsprong.

„Vorig jaar raakte ik het geel een paar dagen voor de tijdrit kwijt”, trok Schleck gisteren op Alpe d’Huez een vergelijking. „Nu pak ik de leiderstrui een dag voor de tijdrit. Ik sta bijna een minuut voor. Mijn motivatie is goed, de benen en de conditie ook. Ik geloof dat ik het geel kan behouden tot Parijs.”

Weinigen geloven dat Fränk Schleck (31) nog kans heeft op het parcours rond Grenoble, dat in het eerste deel twee keer licht omhoog loopt en in de laatste vijftien kilometer 300 meter daalt. Zelden wist hij een tijdrit van zijn jongere broer te winnen. In de Tours van 2008 en 2009 was Fränk de mindere van Andy.

Vlak voor deze Ronde van Frankrijk eindigde hij als zestigste in de afsluitende tijdrit in de Ronde van Zwitserland, hoewel hij voor een goed klassement reed. Andy reed er om te trainen, maar eindigde wel 34 tellen sneller op de 46ste plaats.

Op exact hetzelfde parcours als vandaag eindigde Evans begin juni in de Dauphiné Libéré als zesde, 1.20 minuut achter winnaar Tony Martin. Niet fameus, de Australiër won in 2007 al eens een tijdrit in de Tour en geldt als een specialist. Benieuwd of hij morgen zijn eindtijd van juni haalt: 56.47 minuut.

Gisteren bleek uit de klimtijden van Alpe d’Huez weer dat ook de toppers van het Tourpeloton op het tandvlees rijden. Evans en de Schlecks deden 42.28 minuut over de klim. Ter vergelijking: het record van Marco Pantani is 36.50 (1995) en bij de laatste keer dat de Tour Alpe d’Huez aandeed won Carlos Sastre in 39.29.

„De tijdrit is niet echt voor specialisten, maar voor degene die de meeste reserve heeft”, zei Andy Schleck gisteren. Onberispelijk in zijn gele trui en fris gewassen straalde de kopman van Leopard-Trek zelfvertrouwen uit in de interviewbus aan de finish.

Terwijl hij half over zijn fiets hing, hield Evans zich intussen met een verwrongen en bezweet gezicht op de vlakte over zijn kansen in de tijdrit. „We zien morgen wel wie de Ronde van Frankrijk wint.”

In 2008 werd de Australiër op Alpe d’Huez door tempoversnellingen van de Schlecks stuk gereden in zijn jacht op concurrent Sastre. In de afsluitende tijdrit slaagde hij er tegen de verwachting niet in zijn achterstand goed te maken. Weer tweede in de Tour, net als een jaar eerder.

Maar de Evans van nu is niet te vergelijken met die van drie jaar geleden. Sinds zijn wereldtitel in 2009 is hij een andere renner. Zelfbewuster vooral.

„Het geel hoef ik pas in Parijs”, zei de kopman van BMC na zijn zege in de vierde rit op de Mûr-de-Bretagne, waar hij op één seconde strandde van leider Thor Hushovd.

Buiten de koers houdt hij zich op de vlakte, erbinnen profileert hij zich waar nodig. Zoals in de ziedende afdaling naar Gap, waar hij vorig jaar nog zijn schouder brak. En gisteren op de Col de Galibier, waar hij net als een dag eerder indruk maakte met een achtervolging bergop. En op Alpe d’Huez, waar hij zich niet uit de tent liet lokken door de Schlecks en in hun wiel uitstraalde wat hij niet durfde te zeggen: ik maak mijn achterstand in de tijdrit goed.

Vorig jaar reed de zwaar geblesseerde Evans een ontluisterende slottijdrit: 166ste op 10.57 van winnaar Fabian Cancellara. In zijn laatste onderlinge confrontatie in de Tour met de Schlecks, in 2009 over 40,5 kilometer rond het meer van Annecy, won hij met slechts 31 tellen van Andy en 1.20 minuut van Frank.

„Cadel is favoriet”, stelde vijfvoudig Tourwinnaar Eddy Merckx gisteren. Of doet het geel wonderen voor Andy Schleck?