'Op het topje van de wereld'

Het zomergevoel van Jaco de Groot (25), Nederlands kampioen polsstokverspringen.

„De zomer staat voor mij in het teken van trainen. Per week heb ik twee wedstrijden, train ik twee keer in het veld en doe ik nog een paar keer krachttraining. Ik heb samen met mijn ouders een biologisch melkveebedrijf, en alle vrije tijd die ik heb steek ik in mijn sport. Ik noem het niet fierljeppen maar polsstokverspringen, want ik kom uit Woerden. Er zijn twee competities, een in Friesland en een Hollandse. Een paar keer per jaar strijden we tegen elkaar.

„Inspanning is voor mij ontspanning. Door het verspringen maak ik mijn hoofd leeg. In niksen ben ik niet goed. Als je een eigen bedrijf hebt ben je al gauw ook ’s avonds aan het werk, dus de sport is een uitlaatklep. Ieder jaar kijk ik uit naar maart, als het seizoen weer begint. Ook al is het dan eigenlijk nog te koud – één van de vier keer sprongen eindigt in het water.

„Op vakantie ga ik niet in de zomer. Mijn vrouw springt ook, dus we zijn daar druk mee. We steunen elkaar. Voor een polsstokverspringer is het belangrijk om niet te zwaar te zijn. Je moet goed kunnen rennen, goed omhoog kunnen klimmen, goed je evenwicht kunnen bewaren. Daarom maakt mijn vrouw mijn favoriete eten, boerenkool met worst en spekjes, niet vaak. Liever eten we macaroni, dat verteert sneller.

„Als ik boven in die stok zit, voel ik me op het topje van de wereld. Daar zit je dan een moment, zo’n elf meter boven het water, en even later kom je bijna twintig meter verder neer. Alsof je over een huis heen springt. Dat is de kick.”

tekst Janna Laevenfoto Krijn van Noordwijk