Ook lachen om 'De vloer op' is levensbeschouwelijk

Levensbeschouwelijke omroepen liggen onder vuur vanuit Den Haag. Hun aanbod moet duidelijker de overtuiging uitdragen. Wat is hun bestaansrecht?

Alfred Edelstein, directeur van de Joodse Omroep is nog steeds boos over de opmerking die PVV-Kamerlid Martin Bosma dit voorjaar tegen hem maakte: „We zijn een groot fan van jullie, maar we hebben een hekel aan de IKON. Kunt u niet iets bedenken waardoor de Joodse Omroep buiten de bezuinigingen valt?” Het gaat Edelstein om het principe. „De politiek dreigt zich voor het eerst in de geschiedenis met de inhoud van de programma’s te bemoeien. Daarover kan ik kort zijn: wij gaan niet het programmabeleid van minister Van Bijsterveldt uitvoeren.”

Het kabinet vindt dat levensbeschouwelijke omroepen als IKON of Human – omroepen zonder leden die kerken en dergelijke vertegenwoordigen – zich voortaan moeten beperken tot specifiek levensbeschouwelijke taken. Dat schreef minister Van Bijsterveldt (Media, CDA) in haar Mediabrief aan de Tweede Kamer, waarin zij de bezuinigingen op media toelicht. De zogenoemde 2.42- omroepen moeten zich aansluiten bij de grote omroepen, maar de minister meldt nog niet hoe ver die fusies moeten gaan.

Wat precies wel en niet levensbeschouwelijk is moet de minister ook nog uitwerken. „Ik kan mij voorstellen dat wel kerkdiensten worden uitgezonden, maar bijvoorbeeld geen drama meer”, zegt Kamerlid Anouchka van Miltenburg (VVD). Zij wil deze omroepen liever helemaal opheffen. „Leden moeten de basis zijn van de publieke omroepen, niet geestelijke stromingen.”

Levensbeschouwelijke omroepen mogen zonder leden ontstonden in de jaren dertig. De regering-Colijn vond dat minderheidsgroepen die niet door de bestaande omroepen werden vertegenwoordigd, en die zelf niet genoeg leden bij elkaar konden krijgen, ook een omroepje mochten hebben. De spirituelen, de dierenbeschermers en de drankbestrijders kregen zo een kans. Over de komst van een fascistische omroep woedde destijds nog een hevige discussie, maar die kwam er uiteindelijk niet. De kleine bewegingen zonden uit onder de naam Humanitaire en Idealistische Radio Omroepen en verdwenen net als de algemene omroepen in de Tweede Wereldoorlog.

Na de oorlog keerden de kleine omroepen niet meer terug. Wel kregen de kerken zendtijd en richtten zij de IKOR (later IKON) en de RKK op. Later eisten ook andere stromingen zoals het Humanistisch Verbond en de Boeddhistische Unie eigen programma’s op radio en televisie.

Het Commissariaat voor de Media beslist elke vijf jaar welke stromingen een uitzendlicentie krijgen. Op dit moment zijn er zeven levensbeschouwelijke omroepen (zie kaders). Per jaar maken zij 351 uur televisie (een kleine zeven uur per week) en 1.057 uur radio voor ongeveer acht miljoen kijkers en luisteraars. Dat kost de overheid 26 miljoen euro per jaar.

Om hun licentie te behouden moeten omroepen bij het Commissariaat aannemelijk maken welke achterban zij representeren. Zo is de protestantse IKON verbonden aan acht protestantse kerken, variërend orthodox tot vrijzinnig. En heeft de Humanistische Omroep naar eigen zeggen een achterban van 750.000 mensen .

Uit die achterban wordt een programmaraad samengesteld die controleert of de programma’s stroken met hun stroming. Bij de IKON leidde dat in het verleden nog wel eens tot onenigheid, bijvoorbeeld bij een programma over euthanasie. Tegenwoordig staan de kerken volgens de IKON unaniem achter de vrijgevochten, progressieve programmering.

„Levensbeschouwelijke omroepen zijn niet minder levensbeschouwelijk dan vroeger”, zegt mediahistoricus Huub Wijfjes. Dat de regering er nu over valt komt volgens hem door de PVV. In het mediadebat over de toekomst van de omroepen zei Martin Bosma dat de programma’s van IKON hem al langer een doorn in het oog zijn. „Op de radio was er zelfs een speciale rubriek, gericht tegen kiezers van mijn partij.” Levensbeschouwelijke omroepen moeten volgens het Kamerlid geen politiek bedrijven, daarvoor krijgen zij geen geld. Bij andere omroepen ziet Bosma dat probleem overigens niet, laat hij telefonisch weten.

De IKON vindt de kritiek onterecht. Plaatsvervangend directeur Job de Haan: „Vanuit het christendom stelt de IKON zich teweer tegen onderdrukking en discriminatie en komt zij op voor minderheidsgroeperingen; ook voor moslims, mocht dat nodig zijn.” Volgens De Haan haalt Bosma de voorbeelden bovendien uit hun verband. „In de radiocolumn Beste PVV-stemmer bijvoorbeeld, kwam zowel rechts als links aan bod. De heer Wilders is ook zelf voor deze rubriek gevraagd, maar heeft daar niet op gereageerd.”

Van Bijsterveldt onderbouwt haar plannen met een onderzoek uit 2010, waaruit blijkt dat de levensbeschouwelijke omroepen efficiënter kunnen werken door te fuseren. De onderzoekers schrijven ook dat de omroepen een platform zijn om kennis te nemen van de verschillende stromingen in Nederland. „Zij vervullen daarmee niet alleen een belangrijke rol bij meningsuiting, maar ook bij meningsvorming.” Dit weerspreekt het idee dat levensbeschouwelijke omroepen alleen moeten prediken voor eigen parochie.

Alfred Edelstein: „Wij willen geen Joods onderonsje zijn en bereiken veel niet-Joodse kijkers.” Hij voegt er aan toe dat het voor de Joodse Omroep praktisch onmogelijk is om zich te beperken tot het uitzenden van synagogediensten omdat Joden niet mogen werken op de sabbat, en dus ook niet de camera mogen aanzetten.

Ook Human kan geen eigen kerkdiensten uit te zenden, want deze stroming is niet religieus. Wel levensbeschouwelijk, meent directeur Bert Janssens. Wat is er volgens hem humanistisch aan het improvisatietoneel van De vloer op? „De acteurs krijgen te maken met humanistische dilemma’s.”

De RKK is het als enige levensbeschouwelijke omroep eens met de minister. „Je kunt niet alles levensbeschouwelijk noemen”, vindt directeur Leo Fijen. De programma’s van de RKK zijn dat volgens hem wel: „In elk programma verwijzen wij expliciet naar God.”

Genootschappen als IKON, Human en de Boeddhistische Omroep zijn groot genoeg om een ledenomroep te beginnen, maar willen dat niet. Job de Haan (IKON): „Dan moeten wij, net als de ledenomroepen, onze oren laten hangen naar de kijkcijfers. Wij willen juist tegen de stroom in kunnen roeien.”

De Boeddhistische omroep heeft wel even overwogen een C-omroep te worden, omdat de omroepen met leden betere uitzendtijden krijgen. Maar ook zij wil niet afhankelijk zijn van leden en kijkcijfers. Directeur Gertjan Mulder: „Wat wij bieden is nergens anders te vinden. En daarom is het juist een publieke zaak, misschien nog wel meer dan de ledengebonden omroepen.”

Alfred Edelstein van de Joodse Omroep beaamt dat: „Levensbeschouwelijke omroepen maken de diversiteit van dit land zichtbaar. Dat is een publieke taak die echt nooit door de commerciëlen zal worden overgenomen.”

Opmerkelijk aan de plannen van Van Bijsterveldt is dat er na 2015 geen levensbeschouwelijke omroepen meer bij mogen komen. Dat betekent dat 800.000 moslims in Nederland niet gerepresenteerd zullen worden sinds de licentie van moslimomroep SMON vorig jaar werd ingetrokken omdat zij de tweede en derde generatie moslimjongeren onvoldoende zou bereiken (zie kader).

Dat betekent ook dat een eventuele nieuwe stroming in Nederland in de toekomst geen eigen zendtijd zal krijgen. Maar het is de vraag of er tegen die tijd überhaupt nog levensbeschouwelijke omroepen bestaan.