Niets is zo Amerikaans als het homohuwelijk

Terwijl in New York homoparen in het huwelijk treden, staat Andrew Sullivan stil bij zijn eigen zoektocht naar life, liberty, and happiness .In een land waar trouwen met wie je wilt als het belangrijkste recht wordt beschouwd, was een eigen huishouden voor hem geen optie.

Wanneer ik als kleine jongen aan de toekomst dacht, was alles zwart. Ik was niet ongelukkig of neerslachtig. Ik was een vrolijke jongen en speelde even blijmoedig met mijn vriendenclub op de lagere school als in mijn eentje op dagen dat ik het bos in de omgeving van het dorp waar ik woonde, in trok. Maar als ik aan de verre toekomst dacht, wat ik zou doen en worden als volwassene, was alles blanco. Ik wist gewoon niet hoe en waar ik zou leven – en met wie ik zou kunnen leven. Ik wist maar één ding: ik zou niet kunnen worden als mijn vader. Ergens diep van binnen wist ik eigenlijk toen al, dat een huwelijk als dat van mijn ouders voor mij niet weggelegd was.

Het is moeilijk uit te leggen wat dat gevoel bij een kind aanricht. Achteraf gezien was het een scherpe, verdrongen wond in de ziel. Zodra je een besef krijgt van seks en emotie, weet je meteen ook dat er voor jou geen toekomstige voortplanting, geen toekomstig gezin, geen toekomstig huishouden zal zijn. Ik zou in de toekomst plotseling worden afgesneden van alles wat ik kende: mijn familie, mijn vrienden, elk gezin op de televisie, elk einde van elke romantische film die ik ooit had gezien.

Mijn oma vatte het op klassieke en ietwat wrede Engelse wijze samen: „Jij bent geen type om te trouwen”, zei ze. Ze raakte een zeer pijnlijke snaar, maar uit trots gaf ik haar gelijk. „Nee, inderdaad”, antwoordde ik. „Ik hou van mijn vrijheid.” Dit was geen leugen. Maar een uitvlucht was het wel, en dat wist ik. En toen de puberteit toesloeg en ik besefte dat ik misschien wel ‘zo’ was, keerde ik in mezelf. Het was een vreemd gevoel – de opwinding van seksueel verlangen en tegelijk de hartverscheurende paniek dat ik mijn hele leven alleen zou moeten leven en met leugens of eufemismen een vernisje zou moeten verzinnen om mijn schande te verbergen. Het was net of je in een lift stapte in de verwachting dat die omhoog zou gaan, en zodra de deur dicht was plotseling besefte dat je een paar etages naar beneden ging. Op dat soort momenten werd de toekomst zwart voor mij, wanneer ik heel af en toe dacht aan zelfmoord, wanneer mijn enige legitieme passie nog hoge cijfers halen was omdat ik daarvan tenminste wist hoe het moest. Ik ging niet naar feestjes, ik haalde niet mijn rijbewijs, ik raakte het contact met vrienden kwijt die opeens belang in meisjes stelden, en ergens vanbinnen stierf gaandeweg iets af.

Het wordt niet voor niets de gelukkigste dag van je leven genoemd. Vaak zijn huwelijken het scharnier waaraan elke familiegeneratie openzwaait. Het was in mijn kleinstedelijke leven veel belangrijker dan geld of een carrière of roem. Ik begreep wat mijn oma wilde zeggen: door de afwezigheid van afspraakjes of interesse daarin en het gebrek aan vrienden of normaal tienergedrag, leek ik inderdaad gewoon een klassieke einzelgänger. Maar dat was ik niet. Want dat is niemand. In ieder sluimert/ Het gevoel van een leven geleid door liefde, zoals de dichter Philip Larkin het verwoordde, en eveneens de angst om nooit bemind te worden. Die is niet te genezen, zei Larkin er ook nog bij. Een tijd voelde ik me ongeneeslijk.

Je kunt over het homohuwelijk blijven discussiëren. In de tweeëntwintig jaar dat ik me er nu voor inzet, heb ik mijn portie daarvan ook wel gehad. Je kunt praten over theologie en de kloof tussen kerk en staat, de kwestie van de voortplanting, het zijspoor van de polygamie en ga zo maar door. Maar waar het allemaal op neerkomt, is het grondbeginsel van de liefde. Het kleine percentage homoseksuelen is net als alle andere mensen geboren met het vermogen lief te hebben en de behoefte bemind te worden. Dat is, wat boven alle andere dingen, het leven de moeite waard maakt.

Maar anders dan elke andere minderheid zijn wij bijna allemaal opgegroeid te midden en als onderdeel van de meerderheid, in gezinnen waar de hoogste vorm van die liefde die tussen onze getrouwde ouders was. Het gevoel dat je dat nooit zult kennen, nooit zult voelen, slaat een diepe psychische wond waarvan je jaren moet herstellen. Je wordt psychisch dakloos. Daarom is volgens mij ‘uit de kast komen’ niet echt het juiste beeld. Het zou eigenlijk ‘thuiskomen’ moeten heten.

Vlak na mijn 21ste verjaardag vertrok ik uit Engeland naar Amerika, met zijn eenvoudige basisbelofte: het streven naar geluk. En ik mócht er van mezelf ook naar streven.

Nooit zal ik het moment vergeten dat ik voor het eerst een andere man kuste – het leek of zwart-wit opeens kleurenfilm werd. Nooit zal ik de eerste keer vergeten dat ik naast een andere man sliep – althans probeerde te slapen. Nooit heb ik ook maar even het gevoel gehad of echt geloofd dat dit verkeerd was, laat staan dat het ‘het wezenlijke kwaad’ was, zoals me door mijn strenge katholicisme werd voorgehouden. Het was zo natuurlijk, zo spontaan, zo vreugdevol – dat kon net zomin verkeerd zijn als ademhalen. En toen ik voor het eerst als volwassene intimiteit en liefde beleefde, was het gedaan met al die breekbaarheid van de homoseksuele puber, al die verstijfde verlegenheid, al die listen en excuses en donkere, diepe depressies. Dit was geluk. Dat zal Amerika altijd voor me blijven betekenen.

Daarom zie ik gelijke huwelijksrechten als het wezen van Amerika. Voor zover u dit als heteroseksueel leest, hebt u dan ook ooit maar een ogenblik bedacht, dat uw recht om naar geluk te streven, zich weleens niet zou kunnen uitstrekken tot het recht te trouwen met degene die u liefhebt? Daarom heeft het Amerikaanse hooggerechtshof elke burger of zelfs reiziger het recht gegund om te trouwen – als een onvervreemdbaar recht, geschonken door de Onafhankelijkheidsverklaring zelf. Het hof heeft geoordeeld dat het recht om te trouwen boven de Bill of Rights gaat, het heeft besloten dat ter dood veroordeelde gevangenen het recht hebben te trouwen, ook als ze nooit het huwelijk kunnen consumeren. Het heeft geoordeeld dat er voor niemand beperkingen aan mogen worden gesteld – slampampers van vaders, meervoudig gescheiden echtelieden, criminelen, niet-ingezetenen. Hannah Arendt schreef in 1959 dat „het recht om te trouwen met wie we willen een elementair mensenrecht is. (...) Zelfs politieke rechten, zoals het kiesrecht, en bijna alle andere rechten die de grondwet opsomt, zijn ondergeschikt aan het onvervreemdbare mensenrecht op ‘leven, vrijheid en het streven naar geluk’, zoals vastgelegd in de Onafhankelijkheidsverklaring. Tot die categorie behoort ongetwijfeld ook het recht op huwelijk en gezin.” Ten slotte werd na lange strijd ook het raciaal gemengde huwelijk tot grondwettelijk recht uitgeroepen. In misschien wel de meest verregaande uitspraak aller tijden, waarbij het hof het burgerlijk huwelijk betitelde als „een fundamenteel burgerrecht van de mens, fundamenteel voor ons bestaan en voor ons voortbestaan”. Barack Obama is geen historische Amerikaanse figuur omdat hij zwart is, maar omdat hij de zoon van een zwarte vader en een blanke moeder is. Hij is het levende voorbeeld van het streven naar geluk waarvan het huwelijk de belichaming is.

Toch dacht ik niet dat het mij ooit zou overkomen. Ik dacht dat ik emotioneel te beschadigd was, dat mijn emoties door al die jaren van eenzaamheid en gefnuikte emotionele ontwikkeling afgesneden waren van seksualiteit. Ik meende dat mijn hart te veel littekenweefsel had en dat ik met alleen vriendschap en nu en dan een seksueel avontuur of een afspraakje kon overleven. Maar toen mijn oog voor het eerst op mijn man viel, wist ik dat ik had geboft.

Toen we een paar jaar later trouwden en onze moeders ons naar het provisorische altaar in de tuin liepen, mijn betraande zus haar toespraak hield, een van onze beagles door de trouwgelofte heen jankte en mijn vader stevig zijn armen om me heen sloeg, heb ik de beschaving niet horen instorten. Ik voelde een wond genezen. Het is een zeldzaam voorrecht om je volwassen leven lang te strijden voor een recht dat eerst werd weggelachen, maar dat uiteindelijk in zes Amerikaanse staten en Washington DC verworven is. En dat dan in mijn eigen leven mee te maken! Die blijdschap wordt nog vergroot, verdiept, verstevigd door de wetenschap dat ergens een kind zoals ik was, nu naar de toekomst zal kunnen kijken en dan geen duisternis zal zien. Daarvoor had ik twintig jaar gestreden, besefte ik: om het kind dat ik eens was geweest te genezen – en daarmee de talloze kinderen van nu wier toekomst een model van betrokkenheid en verantwoordelijkheid en liefde verdiende, en dringend nodig had.

Daarom was het zo verdrietig dat de conservatieven zulke felle tegenstand boden, zo hardnekkig deze vooruitgang wilden tegenhouden. Ik kon het ook niet volgen. Het ging om een minderheid die vroeg om verantwoordelijkheid en betrokkenheid en integratie. De conservatieven wilden hen per se geïsoleerd, gestigmatiseerd en in een beschamende, onbespreekbare marge houden, waar homoseksuelen konden worden gebruikt om het primaat van de heteroseksualiteit te schragen. Wat ze niet inzagen, was dat de conservatieve traditie van hervorming en integratie, van sociale verandering via bestaande instellingen, van de verantwoordelijkheid van gezin en persoon, onverbiddelijk naar het burgerlijk huwelijk voor homo’s leidde.

Het grote struikelblok was godsdienst. Maar we hadden het niet over het godsdienstig huwelijk en we waren maar al te bereid om, zoals in de staat New York, op te komen voor de onaantastbare godsdienstvrijheid van kerken, moskeeën en synagogen om aan hun verbod op het homohuwelijk vast te houden. We hadden het over het burgerlijk huwelijk – en in die zin was de godsdienstige traditie al lang niet meer van toepassing.

De burgerlijke echtscheiding veranderde het huwelijk veel ingrijpender en voor veel meer mensen dan wanneer dat kleine percentage buitengeslotenen zou worden opgenomen. Niemand twijfelde aan het recht van een atheïst om buiten een kerk of een godsdienst te trouwen, zoals ook niemand het huwelijk van kinderloze of onvruchtbare echtparen in twijfel trok. Eigenlijk hield bij nadere beschouwing geen enkel argument tegen gelijke huwelijksrechten voor homoseksuelen stand. En toen de gegevens uitwezen dat sinds het begin van het homohuwelijk, het heterohuwelijk zich zelfs ietwat had versterkt, dat de echtscheidingscijfers waren gedaald en huwelijken langer duurden, erkenden ook mensen die bezorgd waren over de onbedoelde gevolgen dat de discussie in feite beklonken was.

Daarom is het nog steeds zo treffend dat Ted Olson, advocaat-generaal onder George W. Bush, de juridische strijd tegen de beknotting van de huwelijksvrijheid in Californië leidde. Dat de nog door Reagan benoemde Anthony Kennedy de belangrijkste rechter in het Hooggerechtshof was die de gelijkheid van homoseksuelen bevestigde, en dat de winnende stemmen in Albany ten slotte van Republikeinen kwamen die hun geweten volgden.

Nieuw is het niet. Er waren al lang homoseksuelen die moediger waren dan ik, die in feite getrouwd waren en samenwoonden, waarbij ze geweld, schande en isolatie riskeerden. Deze verbintenissen bestonden al tientallen jaren en we wisten ervan, al spraken we er nooit over. Als jonge man zag ik hen van dichtbij in de donkerste jaren van de aidsplaag. Ik zag echtgenoten hun stervende man omarmen in hun doodsuur, katheters plaatsen, kapotte lichamen schoonmaken. Voor mij bewees dit onomstotelijk dat homoseksuele paren tot evenveel liefde, volharding, tederheid en trouw in staat waren als heteroseksuele paren. En als ik de band tussen hen hoorde beschimpen of demoniseren, wegwuiven of kleineren, dan werd het verdriet daarom een soort aansporing.

We hebben de plaag niet alleen overleefd. We hebben hem gebruikt om een andere toekomst te maken. Naarmate zich steeds meer heteroseksuelen in die jaren van strijd bij ons aansloten, zijn we ten slotte gaan inzien dat het niet echt om homo’s ging. Het ging om het mens-zijn. Zoals homoseksualiteit er niet per se meer om gaat dat iemand buitenstaander is. Het gaat erom dat hij Amerikaan is.

Andrew Sullivan is Amerikaans journalist. Hij was hoofdredacteur van het politieke weekblad The New Republic . Hij schrijft de blog ‘The Dish’ op The Daily Beast.