Mode is vlammetje onder de geest

Het is een modeshow, maar het lijkt meer een gezellige receptie. De locatie is het landhuis Frankendael aan de Middenweg in Amsterdam-Oost. Over die Middenweg waait trouwens „een echte Middenwegwind”, zoals de moeder van Frits van Egters in De Avonden hem noemt. De regen jaagt ons naar binnen. Er is geen catwalk, wel couture. Modellen in de ontwerpen van Rima Freeman, an American in Amsterdam, scharrelen tussen ons door. Haar label Revolution In Material Apparel – inderdaad, RIMA – verwijst naar haar aanpak. Ze ‘remixt’ kledingstukken. Ze maakt van iets ouds en gewoons iets nieuws en opwindends. Zo loopt er een uitdagende jurk rond die vroeger een herenpantalon was, met de broeksband geherformuleerd tot halslijn en de knoopgulp tot V-hals. Een indrukwekkende mantel was in zijn vorige leven een verhuisdeken. Ik houd een model staande, want ik wil het collier beter bekijken dat Rima om haar hals vleide: slierten uitgeknipte jeansnaden, versierd met zoetwaterparels. Wat is dit goed. Hebzucht – ook dat is mode.

Modemakers zijn waaghalzen. Ze beperken hun fantasie tot het menselijk lichaam en kijken wat ze desondanks allemaal kunnen doen. Mode is daarom meer dan kleren. Mode is een podium voor het lichaam en een vlammetje onder de geest. Mode is theater.

De bekende modemensen, de stylisten, de pers, de iconen, ontbreken bij Rima Freeman. Sommigen kondigden wel hun komst aan. Maar, zo hoor ik, die verkozen een bezoek aan de Amsterdam International Fashion Week. En daar werd hun een geweldige poets gebakken.

Er werd een nieuw modelabel gelanceerd. De ontdekking van dit jaar, ging het gerucht. ‘Frank’ heette het label. Goeie naam. Bij ‘frank’ hoort ‘vrij’, precies wat de modebewuste mens wil. En ‘Frank’ echoot zo’n beetje ‘Victor & Rolf’– waarmee het nieuwe label aanschurkt tegen Nederlands bekendste couturiers.

Over de catwalk van de Fashion Week liepen de mannequins in de ontwerpen van Frank. Fotografen. Blocnotes, dictafoons. Applaus. Geen onvertogen woord. En toen veranderde de dia van het Frank-label van stemmig zwart in snerpend geel. Plus een vrolijke matrozensnoet. Plus blauwe letters: Zeeman.

De goedkooptextielketen Zeeman weet best dat in deze kringen op hem wordt neergekeken. Des te mooier is dat het met deze stunt de modebranche op eigen erf inwreef dat schijn soms bedriegt en dat snobisme verblindt.

Fashion-Week-directeur Bart Maussen reageerde aangebrand.

Zeeman zou met zijn guerrilla-actie de strenge selectieprocedure ontmaskerd hebben. Nee hoor, zei de directeur, niet waar. Iedereen die 15.000 euro betaalt mag hier showen.

Hè? Een modefestival zonder selectie? Laat de modepers het maar niet horen, dan kan de Fashion Week wel inpakken. Die komt voor het Nederlandse modetalent. Niet voor shows van willekeurige patsers die zich kunnen inkopen.

Ach, vond de directeur, de stunt van Zeeman was trouwens toch mislukt. Want „er was helemaal geen pers op afgekomen”. Aha. Dat dachten wij al: de modewereld is eenkennig en bekrompen. Die komt alleen in beweging voor de beroemde namen.

Zou het?

Laat de directeur even de dvd huren van Robert Altmans Prêt-à-Porter. Die film neemt de Parijse shows op de hak, en niet zo zuinig. Hij besluit met een catwalk met blote mannequins, toegejuicht door de modeadepten. Sliep uit met je mode, zegt de film en de modewereld deed voluit mee: Jean-Paul Gaultier, Sonia Rykiel, Issey Miyake, Claude Montana. Naomi Campbell en Linda Evangelista, ze zitten er allemaal in. Ze zijn een grap waard, beseffen ze. Zo’n kans laten ze niet liggen.

Joyce Roodnat