Laat staan, die ministerietorens

Den Haag zit met de huidige ministeries van Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie in zijn maag door vastgelopen stadsontwikkeling, meldt NRC Handelsblad van 15 juli. De panden worden in het artikel ‘onverkoopbaar’ en ‘gedateerd’ genoemd. De laatste typering is vermoedelijk eerder gebaseerd op het aanzicht van de panden dan op de beleving van mensen die er werken.

Tot 2007 heb ik zeven jaar lang met veel genoegen in de beide torens gewerkt. De indeling was heerlijk eenvoudig, en met de loopruimtes bij de liften en koffieautomaten kwam je nog eens te weten wat er op een ‘andere vloer’ speelde. De wat verouderde computerapparatuur en bedrading maakte het aansluiten van eigen printers op de kamers mogelijk – wat een flexibiliteit en tijdwinst in vergelijking met latere ervaringen bij een ander ministerie.

De corridor tussen beide ministeries was een voorloper van het nieuwe werken. Je liep gewoon even naar het andere pand om ervoor te zorgen dat ook bij de buren de spoedstukken wat sneller door de lijn gingen. De vriendelijke dame achter de koffiecounter en een ambtenaar die met fijne pen heeft geageerd tegen het besluit om in de kantine de dienbladrekken te vervangen door een (toen veelal niet) lopende band, hebben de tand des tijds goed doorstaan.

Mijn suggestie: laten staan, die panden. Likje verf aan de buitenkant, misschien nieuwe verwarmingsketel, en ze zijn weer helemaal van deze tijd. Voor je het weet wordt het nieuwe werken als oud ervaren en het oude werken als nieuw, en dan blijk je een prachtproduct in handen te hebben voor (overheids)huisvesting. Zie het maar als een vorm van duurzaam denken. Ik vermoed zo dat toekomstige bewoners van het VROM-gebouw er mettertijd belangstelling voor zullen tonen. En dan mag het best wat kosten natuurlijk.

Patricia Gerrits

Den Haag