Kriek

Reiziger van beroep Ivo Weyel gaat zijn handen wassen. En schrikt.

Nietsvermoedend deed ik ’s morgens de gordijnen open, en de ramen, want het was warm in Zürich. Nespresso- machine op de kamer, koffie gezet, chocolaatje erbij dat de vorige avond op mijn kussen was gelegd en toen – het klinkt niet zo prozaïsch – naar de wc. Zittend, u begrijpt het, het was immers ’s morgens. Het duurde even voor ik de situatie helemaal doorhad – halve slaap nog – maar ik keek recht in de gezichten van zeker een man of vijf die aan de overkant op het terras van hun kantoor een sigaret stonden te roken. Eén wees naar me. Kijk daar! Een ander zwaaide zelfs. De rest lachte zich een kriek.

Het is tweeëntwintig jaar geleden dat de Berlijnse Muur viel. Nu is de beurt aan de Badkamer Muur. Massaal breken hotelarchitecten de scheiding tussen slaap- en badkamer af en vervangen dat door glas. Dat vinden ze leuk en het staat zo modern. Zo loftachtig hip. Dit hotel, het Glockenhof, bestaat honderd jaar en om dat tevieren werd het helemaal verbouwd. De kamers zijn nu stilvoll eingerichtete Designerzimmer mit innovativer Raumaufteilung. Dat laatste betekent dus weg muur. Nou heb ik al in heel wat hotels geslapen waar dit ook speelde, maar meestal zit er een knop bij het bad waardoor de glazen wand elektrisch kan worden geblindeerd door een luxaflexvariant of – chiquer nog – het heldere glas in een fractie van een seconde ondoorzichtig mistig wordt. Dat is het beste van twee werelden; dan kun je vanuit bad de skyline van Singapore zien (in het Fullerton Bay hotel), of die van New York (in The Standard) dan wel de boel blinderen. Want laten we eerlijk zijn, hoe intiem je met je kamergenoot ook bent, niet iedereen wil zittend op de wc of poedelend douchend gadegeslagen worden. In de Glockenhof is dit allemaal achterwege gelaten. Geen luxaflex, geen mistige knop, niet eens een gordijntje om dicht te trekken. Welke idioot bedenkt zoiets? En welke hotelmanager keurt dat goed?

Maar er is meer. De allerhipste hotels doen niet eens meer aan glas. Die zetten het bad en de douche gezellig midden in de kamer, liefst aan het voeteneind van het bed waardoor alles lekker nat en dampig wordt en de krant die de geliefde in bed leest op het moment dat de ander staat te douchen, in zompige pulp uiteenvalt. Onlangs had ik zelfs een jacuzzi naast het bed, waarbij het badschuim over de badrand richting bed bubbelde. Vroeger heette dat een overstroming. Nu een innovatieve Raumaufteilung. Daarbij heeft het ook iets bordelerigs, zo’n bad naast het bed, iets Yab-Yummerigs. En zelfs daar – ik heb het van horen zeggen – zit de wc achter een gesloten deur.