Hoe lok je een Vlaming over de grens, dat is de vraag

Kaarsrechte voortuintjes en waterpas gevels, dat is Nederland. En België: verspringende huizen en rolluiken. Een oversteek is niet zo makkelijk.

Hoe lok je een Vlaming over de grens?

Dat zou niet moeilijk moeten zijn. Aan de Vlaamse kant staan mensen jaren op de wachtlijst voor een sociale huurwoning. Aan de Zeeuws-Vlaamse en Brabantse kant krimpt de bevolking en staan de huizen van woningbouwcorporaties leeg. Als de Vlaming nu eens in zo’n Nederlands huurhuis komt wonen, zijn er drie problemen opgelost. Resteert enkel nog de vraag: hoe krijg je ’m zover? Of, in termen van het zojuist verschenen rapport Grensoverschrijdend Wonen van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV): welke belemmeringen moeten worden opgeheven „teneinde Vlamingen te verleiden een huurwoning te betrekken”?

Dat zijn er nogal wat.

Koen van Heesvelde schudt zijn hoofd. Hij heeft nog nooit een oversteek overwogen. Zijn huis staat in de Staakstraat (Assenede, België) die overgaat in de Westdam (Sas van Gent, Nederland). De straat lijkt gebouwd om het rapport van de SEV te illustreren. Links: telefoonkabels over de weg. Rechts: verkeersdrempels met groenbakken. Links: onbestrate stoepen. Rechts: kaarsrechte voortuintjes. Links: verspringende huizen. Rechts waterpas gevels. Links: rolluiken. Rechts: vitrage.

Lasser Van Heesvelde heeft zijn huis honderd meter van de grens gebouwd op 900 vierkante meter eigen grond. Het is een groot, donkergrijs blok met stukken golvend staalplaat aan de gevel. Zo’n huis had hij niet in Nederland kunnen bouwen, denkt hij. „In België mag je meer je zin doen.” Van Heesvelde kent weinig Belgen die de stap over de grens maakten. „De meesten blijven toch op hun eigen kantje.”

Het stel Wendy Van de Winckel en Normandie Benny overwoog toevallig gisteren nog om over te steken. Ze staan met een knorrende bulldog in de Staakstraat een praatje te maken. Tijdens een rondje rijden zagen ze een leuk Hollands huisje tussen Philippine en IJzendijke. Het was een boerenhuisje „met bomen dicht eromheen”. Nee, geen rijtjeshuis, „da’s veel te veel op mekaar.” En het was om te kopen, niet om te huren.

Ze hebben wel vaker leuke huisjes gezien in Nederland, maar er zijn zoveel vragen: moet je het geld in België of in Nederland lenen? Moet je de auto wel of niet over laten schrijven. Een informatieavond zou helpen.  

De lasser en het stel sommen zonder het te weten de bevindingen op uit de studie van de SEV. Die is uitgevoerd in opdracht van vijf Nederlandse woningcorporaties in de leeglopende Zeeuwse en Brabantse grensgebieden. In de gemeente Terneuzen, waar Sas van Gent toe behoort, staat 7,6 procent van alle huizen leeg, tegen een landelijk gemiddelde van 5,7 procent. In Sluis is de leegstand opgelopen tot 21 procent (wel inclusief vakantiehuisjes). De vijf corporaties gaan nu drie jaar lang proberen om Belgen over te halen naar Nederland te komen.

Maar de Vlaming huurt niet graag. „De Vlaming bouwt zijn woning het liefste zelf en bewoont deze voor een leven lang”. Een Belg is geboren met een baksteen in zijn buik, luidt het cliché.  75 procent van de Vlamingen heeft een eigen huis, tegen 56 procent van de Nederlanders.

De Vlaming ziet zijn huis bovendien als „statussymbool”, constateert het rapport, en hecht veel waarde aan „de uniciteit” ervan. Met andere woorden: hij klust vaak aan zijn huis en bouwt er graag een garage, veranda, schuur of hele ‘koterij’ aan vast. Het huis moet groot zijn met veel grond. „Vlamingen vinden de zogenaamde doorzonwoningen repetitief en eng, en houden niet van de ramen met gordijnen open.”

Kortom, de smaak van de doorsnee Belg matcht nauwelijks met het aanbod van de corporaties.

Er zijn wel mensen die willen huren. Ruim 62.000 Vlamingen staan volgens de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen op de wachtlijst. Maar die behoren bij nader inzien toch niet tot de doelgroep. Sociale huur is in België bedoeld voor lagere inkomensklassen dan in Nederland. Die sociaal zwakke groep willen de corporaties niet aantrekken. Bovendien blijken sociale huurders liever in een flat in een stedelijke omgeving te blijven wonen, waar ze al mensen kennen.

Welke Vlamingen blijven er dan nog over? Eén groep: mensen – veelal jonge gezinnen – die een huis willen kopen rond Antwerpen of Gent, maar dat niet kunnen betalen. Uit die groep willen er zo’n 150 per jaar oversteken, schat de SEV. In de Nederlandse krimpregio’s kunnen ze zich wel een ruim huis veroorloven.

En twee: de groep die ‘tussen wal en schip valt’. De mensen die te veel verdienen voor sociale huur, maar te weinig voor een fatsoenlijk particulier huur- of koophuis. De SEV schat dat aantal in heel Vlaanderen op 25.000.

Na lang zoeken is er in Sas van Gent één Vlaming te vinden die in dat profiel past: Cindy. Ze is bezig haar auto vol te laden, want ze gaat weg bij haar Nederlandse man.

Ze verhuist niet terug naar België. Daar is geen huurhuis op een redelijke termijn of tegen een redelijke prijs te vinden. Hier kreeg ze van de corporatie al na één maand de sleutel en betaalt ze honderden euro’s per maand minder.

Haar nieuwe huisje is niet te klein en de tuin „redelijk”. Maar als Nederland meer Vlamingen wil trekken, zegt ze, moet het grotere woningen bouwen, met meer tuin en betere afwerking. Een huis zonder vloeren verhuren is toch niet zo gewoon in België. En de Nederlandse omgangsvormen, die blijven wennen. „Toen we hier net woonden, belden de buren aan en zeiden ze: zo, wij komen hier op de koffie.” Maar verder is het prima toeven in Nederland.

Het is niet eenvoudig de Vlaming te bewegen zich in Nederland te vestigen, concluderen de auteurs. Een krimpregio als Zeeuws-Vlaanderen scoort bovendien niet erg hoog op werkgelegenheid, voorzieningen en bereikbaarheid. En de huizen zijn niet noemenswaardig goedkoper.

Maar het rapport doet toch een paar aanbevelingen. Mik op de woorden ‘groen’, ‘rust’, ‘ruimte’ en ‘open bebouwing’ in de marketing. Bied koopwoningen aan. Geef nieuwe huurders het recht op koop. Bied klushuizen aan (Vlamingen houden van ‘krotjes’ opknappen.) Sta het samenvoegen van huizen toe. En verbied het verbouwen van een huurhuis niet.

Zou het ook niet helpen als er in de grensgebieden minder welstandsregels zouden gelden? Dat de Vlaming ongestoord zijn huis kan verklussen? Dat vindt programmaregisseur Anne-Jo Visser van de SEV wat ver gaan. Maar enige versoepeling van de regels kan wel helpen. „Daar wordt de Nederlander misschien ook wat creatiever van.”