Hoe een Fransman in het geel zijn land verenigt

Thomas Voeckler heeft de Fransen hun liefde voor de Tour de France teruggegeven. De renner lijkt te willen zeggen: ik ben misschien niet de beste renner, maar in elk geval de meest karaktervolle. Dat zien de Fransen graag.

’Extra, extra, extra-ordinaire!’ Dat is dus niet zomaar buitengewoon, maar extreem buitengewoon. Nu zijn Fransen een lichte overdrijving wel gewoon, dus verwoordde politicus Jean-Louis Borloo donderdag op de top van de Galibier het volksgevoel, toen bleek dat klassementsleider Thomas Voeckler zijn gele trui met succes had verdedigd.

Niet de aanvalslustige etappewinnaar Andy Schleck sierde gisteren de voorpagina’s van de Franse kranten, maar Voeckler, de ogen dicht, de vuist in de lucht terwijl hij over de streep fietste. Een droomdag, kopte L’Equipe. Voeckler blijft aan de top, aldus Libération, dat doorgaans sport ver van de voorpagina houdt. Heroïsch, kopte Le Parisien.

Dat Voeckler die vijftien seconden bonus op aanvaller Andy Schleck bijna uitsluitend had te danken aan het achtervolgende werk van Cadel Evans, werd in al het Franse enthousiasme even vergeten. Frankrijk heeft eindelijk weer een Tourheld. De 32-jarige Voeckler realiseerde wat iedere Franse renner ambieert: hij werd een voornaam. Thomas, spreek uit Tomá, zoals er eerder een Bernard en een Laurent waren, in jaren tachtig de laatste Franse Tourwinnaars.

De organiserende sportkrant L’Equipe had het maandag op de rustdag mooi samengevat op de voorpagina: ‘Envie de croire en lui’. Zin om in hem te geloven. Daarnaast een grote foto van Voeckler in het geel, met die typische, verbeten trek om de mond waarmee hij lijkt te willen zeggen: ben ik misschien niet de beste renner, dan toch de meest karaktervolle. En dat zien de Fransen graag.

„Ik heb deze week wel iets meer L’Equipe verkocht dan anders, maar het is toch niet te vergelijken met de gloriedagen van Hinault en Fignon”, zegt de verkoopster in een krantenkiosk op de Place de la République, „of toen Frankrijk wereldkampioen voetbal werd. Toen kon ik de kranten niet aanslepen. Nu kijken de mensen meer op internet. Dit jaar valt het mee, maar ik had toch de indruk dat vooral jonge mensen niet meer echt geïnteresseerd zijn in de Tour”.

Want hoe groots en populair de Tour de France ook is, door dopingschandalen, minder aansprekende winnaars – herinnert u zich de eindwinnaar van 2008 nog?* – en een schrijnend gebrek aan Franse klassementsrijders was de Franse liefde voor de Tour de afgelopen jaren flink gedaald. Zeker toen bleek dat de laatste Fransman die begin jaren negentig het podium haalde, Richard Virenque, ook niet helemaal zuiver op de graat was, daalde het Franse enthousiasme tot een dieptepunt.

Halverwege de jaren zestig zei nog 65 procent van de Fransen van de Tour te houden. Vorig jaar zakte dat percentage tot 44 procent, een dieptepunt. Dit jaar zegt opnieuw 49 procent van de Fransen van de Tour te houden, blijkt uit een opiniepeiling . En wat belangrijker is, zo blijkt uit de peiling: de Tour is van iedereen, van links en rechts, arbeider en bediende, jong en oud, Parijzenaar of provinciaal, de verschillen in Tourliefde zijn minimaal. Alleen mannen (60 procent) blijken meer van de Tour te houden dan vrouwen (40 procent), maar ze kennen de Tour allemaal. Dat is in andere Europese landen, ook die met een mooie wielertraditie, niet het geval. En terwijl jongeren de laatste jaren afhaakten, stijgt het aantal liefhebbers onder 35 jaar weer met 9 procentpunt tot 40 procent.

De Tour is spannend, in het weekend dat de koers naar Parijs komt maakt een Fransman nog steeds kans op het podium. Van de ruim 27.000 wielerliefhebbers die stemden op de website van L’Equipe, gelooft 56 procent dat Voeckler morgenavond op het podium staat. Maar er is meer: Franse renners trokken massaal ten aanval – in de 18 ritten waarin de prijs voor de strijdlust werd uitgereikt, ging die zeven keer naar een Fransman – en de Fransen doen het goed in diverse klassementen.

Dat heeft zijn invloed op de kijkcijfers van France Télévisions: bijna 9 miljoen Fransen zagen hoe Voeckler donderdag zijn gele trui behield tijdens die zware Alpenetappe, een marktaandeel van ruim 60 procent. In Parijse bistrots wordt de renner uit de Elzas massaal aangemoedigd door liefhebbers die even spijbelen van het werk. Dankzij de Tour maken de openbare zenders France 2 en France 3 deze maand hun achterstand op de commerciële zender TF1 bijna helemaal goed.

Frankrijk zit dus massaal aan het scherm gekluisterd, en toen moest Voecklers teamgenoot Pierre Rolland nog zegevieren op Alpe d’Huez, de eerste Franse zege in deze Tour.

„Voeckler heeft het niet gered, hè”, zegt de kioskdame na afloop van de rit. „Maar hij heeft fantastisch gereden. Podium of niet, hij zal morgen mee gevierd worden op de Champs-Elysées! Allez, bonne weekend!”

*(De Spanjaard Carlos Sastre, voor Cadel Evans en Denis Mensjov.)