Het lijkt vanzelf te gaan bij Carlsen

S ergei Karjakin, die net als Magnus Carlsen in 1990 is geboren, zei laatst in een interview dat Carlsen een beetje lui was, omdat zijn openingsrepertoire niet zo scherp is geslepen als je van moderne topschakers mag verwachten. Als Carlsen niet lui zou zijn, zou hij alles winnen, dacht Karjakin.

Het was een opmerkelijke buiging voor een leeftijdgenoot. Karjakin, zelf ook lang niet mis, staat vierde op de wereldranglijst, maar kennelijk vindt hij Carlsen iemand van een hogere klasse. Als hij dat denkt, dan is het zo.

De Noor Carlsen, twintig jaar oud, heeft een imponerende reeks van toptoernooien gewonnen en staat eerste op die wereldranglijst. Stel je voor dat hij ook nog hard zou werken, wat dan?

Het deed me denken aan een artikel van Hein Donner waarin die beschreef hoe een arts hem vertelde dat hij door een ongelukje bij zijn geboorte altijd een zeer gebrekkige bloedtoevoer naar de hersenen had gehad. 'Maar dokter, wat als er wel bloed naar mijn hersenen was gegaan, wie was ik dan geweest?' 'In dat geval een Shakespeare, of een Leonardo misschien. Maar u heeft pech gehad.'

Misschien is het waar dat Carlsen een beetje lui is. In de tijd dat hij met Kasparov samenwerkte legde die hem een straf regime op van noeste arbeid van vroeg in de ochtend tot 's avonds laat. Kasparov wilde wel verder met Carlsen, maar die had er na een tijdje geen zin meer in.

Deze week is het traditionele toernooi in Biel begonnen. De hoofdgroep is een dubbelrondige zeskamp met Carlsen, Morozevitsj en Shirov als prominente deelnemers. Als ik het zo uitdruk doet dat misschien onrecht aan de jongelui Vachier-Lagrave en Caruana, die ook heel hoog op de ranglijst staan, maar hun fanclubs van aanbidders nog moeten verdienen met het soort romantische gevechten waar Morozevitsj en Shirov patent op hebben. In ieder geval is Carlsen verreweg de beste in Biel en hij begon dan ook met een keurige score van 2,5 uit 3.

Als je de volgende partij uit Biel ziet, krijg je niet de indruk dat hij zo lui is als Karjakin het deed voorkomen. Carlsen brengt op de zestiende zet een openingsnieuwtje. Hij moet het thuis voorbereid hebben, want hij speelde het heel snel. En ook daarna vielen de zetten vlot uit zijn handen, alsof hij alles al wist wat er kon gebeuren. Toen Shirov nog maar een paar minuten bedenktijd had, had Carlsen nog bijna een uur over.

Karjakin noemt hem lui en Carlsen zelf heeft vaak gezegd dat hij niet bijzonder intelligent is. Hij vindt de Engelsman John Nunn zeer intelligent, maar zichzelf niet. Kan het waar zijn, lui en niet bijzonder slim en toch alles moeiteloos winnen? Dan moet hij een engelbewaarder hebben.

Magnus Carlsen-Alexei Shirov, Biel 2011

1. Pf3 d5 2. d4 Pf6 3. c4 c6 4. Pc3 e6 5. e3 Pbd7 6. Ld3 dxc4 7. Lxc4 b5 8. Ld3 Lb7 9. 0-0 a6 10. e4 c5 11. d5 c4 12. Lc2 Dc7 13. Pd4 Een niet erg gebruikelijke zet, die meestal beantwoord wordt met 13...Pc5 of 13...0-0-0. 13...e5 14. Pf5 g6 15. Ph6 In Anand-Van Wely, Monaco 2005, speelde wit het bescheiden 15. Pe3, wat niet veel opleverde. 15...Ph5 16. g3 Deze voor de hand liggende zet is nieuw. In Gelfand-Drejev, Tilburg 1993, stond het na 16. Df3 Pf4 17. Pxf7 Kxf7 18. g3 g5 ongeveer gelijk en later won zwart fraai. 16...Lc5 Nu zou 16...Pf4 17. Pxf7 heel goed voor wit zijn. 17. Df3 Tf8 Een zware beslissing. De korte rochade kan nu niet meer, de lange rochade is levensgevaarlijk, dus in feite veroordeelt hij zijn koning tot een verblijf in het midden. 18. Ld2 Ld4 19. b4 cxb3 Het openen van de damevleugel is niet gunstig voor zwart, maar als hij het niet doet komt het sterke 20. a4. 20. Lxb3 Dd6 20...b4 lijkt een kwaliteit te winnen, maar wit heeft 20. Pe2 Lxa1 21. Lxb4 en als zwart dan zijn loper redt met 21...Lb2 komt 22. Lxf8 Pxf8 23. d6 Dd7 24. La4 en wit wint. 21. Tac1 Pg7 22. a4 f5 Zwart zit al zo in het nauw dat dit als een wanhoopsaanval moet worden beschouwd. Hij kon materiaalverlies vermijden met 22...b4 23. Pe2 Lc5, maar wit zou heel goed staan. 23. axb5 f4 24. Pe2 Lb6 25. bxa6 Lxa6 26. Lc4 g5 27. Lxa6 Txa6 Carlsen gaf na afloop nog de volgende variant aan: 27...Dxh6 28. Lb5 Dh3 29. Kh1 g4 30. Pg1 Dxf1 31. Lxd7+ Kd8 32. Dxg4 en wit wint. Op zichzelf aardig, maar in feite zou wit een ruime keus aan winstvarianten hebben. 28. Tc8+ Ld8 29. Pf5 Pxf5 30. exf5 Pf6 31. Dd3 Zwart had nog drie minuten bedenktijd voor zijn volgende tien zetten, wit had nog bijna een uur. 31...Ta7 32. Db5+ Dd7 Met 32...Kf7 kon hij het langer volhouden, maar na 33. Lb4 staat wit gewonnen.

33. Txd8+ Zwart gaf op. Na 33...Kxd8 34. Db8+ komt hij een stuk achter.