Exotische Mongolen

Khadak (Brosens & Woodworth, 2006)Ned. 2, 0.10 / 1.50 uur

Een paar jaar geleden was er een opvallend golfje filmhuisfilms die zich afspeelden in Mongolië. Ze hadden tot de verbeelding sprekende titels: The Story of the Weeping Camel, The Cave of the Yellow Dog en Mongolian Pingpong. Sommige critici repten van ‘exotisme’. De films zouden inspelen op de westerse hang naar het oosters spirituele en naar de wens om weg te dromen bij verre, onbekende landen.

Een van de betere is Khadak van Peter Brosens en Jessica Woodworth. Zij wilden zich verre houden van exotisme, maar ook zij ontsnappen er niet helemaal aan.

Khadak draait om de jonge nomade Bagi die in een joert woont. Als er een mysterieuze epidemie uitbreekt, plaatst de overheid zijn familie in een half vervallen flatgebouw uit de tijd van de Sovjetoverheersing. De epidemie lijkt een verzinsel, een excuus om de nomaden te verdrijven, opdat in hun woongebied weer een kolenmijn kan worden geopend.

Het magisch-realistische Khadak gaat over het snelle verdwijnen van de nomadencultuur; ook Mongolië moet opstuiten in de vaart der volkeren. Brosens en Woodworth leggen de verdwijnende cultuur gedetailleerd vast, inclusief de vele sjamanistische elementen. De gadak uit de titel is bijvoorbeeld een blauwe sjaal die Bagi om zijn paard bindt om hem tegen de dood te beschermen.

Maar eigenlijk doet het verhaal er weinig toe, de makers zelf noemden hun film ‘ervaringscinema’. De schitterende, bijna surrealistische beelden van de winterse steppe, het troosteloze flatcomplex en de immense mijnen nodigen sterk uit om je erin onder te dompelen.

André Waardenburg