Euthanasie is nu eenmaal dokterswerk

In de bespreking van de film De Goede Dood (NRC Handelsblad, 16 juli juli) verwoordt acteur Peter Tuinman de gevoelens van artsen die hij over euthanasie heeft gesproken: „Het is een rotklus” en „niet iets wat een dokter zou moeten doen, het gaat volledig tegen de eed in”. Afgezien van het feit dat dit laatste onjuist is – in de actuele artseneed staat hierover niets – getuigen deze opmerkingen van een betreurenswaardige opvatting over de rol van de arts bij patiënten in de eindfase van hun leven. Gelukkig zijn er steeds meer mogelijkheden dit proces te verlichten en soms te versnellen. Goede dokters behoren van die mogelijkheden gebruik te maken en zij deden dat ook: stervenssituaties kunnen dermate schrijnend zijn dat een arts zich niet kan en niet mag onttrekken aan actieve hulp. De laatste 25 jaar is dit alles veel meer openbaar geworden, mede door het wantrouwen van het Openbaar Ministerie, dat artsen meende te moeten verdenken van moordpraktijken. Parallel hieraan kwam de discussie over de wettelijke regeling van euthanasie op gang.

Uitlatingen met een zoals hierboven geciteerde strekking hoort men de laatste tijd vaker van artsen. Vreemd. Zij zouden juist dankbaar moeten zijn dat zij hun patiënten bij het onafwendbaar doodgaan op een in een gegeven situatie passende wijze kunnen helpen. Waarom doen ze daar zo zielig over, alsof iedereen moet weten hoe zwaar en moeilijk zij het hebben. Wat een onzin, het is nu eenmaal dokterswerk.

W.J. Feikema

Gepensioneerd neuroloog, Deventer