Eurocrisis noopt tot unie

Het Europese project is een proces van vallen en opstaan. Maar bij de staatsschuldencrises in de eurozone is het principe van ‘trial and error’ tot aan het ravijn beproefd. De regeringsleiders van de 17 eurolanden gokten er op dat ze de tijd de tijd konden geven. De kern van de zaak – de weeffout dat die ene munt niet wordt geschraagd door een gemeenschappelijke politiek – bleef daardoor buiten schot.

Tijdens het spoedberaad van donderdag in Brussel lijken ze dit pad te hebben verlaten. De 17 lidstaten hebben een stap gezet naar een vorm van ‘convergentie’ en supranationaal financieel beleid. In weerwil van bezweringen van kanselier Merkel, premier Rutte en anderen is er namelijk wel degelijk een begin gemaakt met ‘convergentie’.

Vroeg of laat zal de beleidssoevereiniteit van de nationale staten door deze sturing via de European Financial Stability Facility (EFSF) worden bepaald en eventueel beperkt. De EFSF is niet veel meer dan technisch beheerder van een reddingsfonds van 750 miljard euro. Maar door de beslissingen in Brussel kan ze uitgroeien tot een soort Pan-Europees agentschap van Financiën.

De EFSF kan ‘pro-actief’ interveniëren, mits dat spoort met de analyses van de Europese Centrale Bank (ECB). De EFSF mag nationale schulden opkopen en zal wellicht ook een gemeenschappelijke Europese obligatie gaan uitgeven. De nationale staten, de aandeelhouders van de EFSF, kunnen de interventies blokkeren. Maar de regeringsleiders hebben zich donderdag niet gewaagd aan stemprocedures en andere details.

Los van deze nieuwe entiteit in de eurozone zijn ook andere inbreuken op de nationale autonomie denkbaar. In 2012 moeten de „begrotingskaders” voor de lidstaten worden ingevoerd.

De nationale parlementen kunnen alles nog teniet doen. Maar al doende zal zich hoe dan ook een nieuwe realiteit uitkristalliseren. Zo is het in Europa tot nu toe altijd gegaan.

Deze eerste stap naar een soort Europees Monetair Fonds, zoals de critici de nieuwe institutie noemen, is het resultaat van het herstel van de as-Berlijn/Parijs. Ook Londen lijkt zich neer te leggen bij politieke integratie, getuige de uitspraak van de Britse minister van Financiën dat de monetaire unie logischerwijs uitmondt in een „fiscale unie”.

Maar daarmee is het basisprobleem binnen de eurozone nog niet opgelost. Zolang er schuld op schuld wordt gestapeld en er een kloof bestaat tussen staatsopvatting en belastingmoraal in, boud gesteld, het Zuiden en het Noorden is een nieuwe crisis niet uitgesloten.

Juist daarom geeft het te denken dat alle partijen op hun manier met de resultaten van de top aan de haal gaan. Frankrijk werpt zich op als natie die een echec heeft afgewend. Duitsland benadrukt dat het de EFSF zal blokkeren als haar grotere actieradius er toe leidt dat de eurozone sluipend verwordt tot ‘transferunie’. Nederland doet alsof niet de burgers maar de banken bloeden. Overal zijn de regeringsleiders thuisgekomen met een verhaal dat het bij het eigen electoraat goed doet. Dat er is gewerkt aan politieke kop bovenop de monetaire romp van de euro wordt echter zoveel mogelijk verzwegen.

Dat is politiek. Zeker. Maar er zit een riskant kantje aan. Het komt namelijk ooit uit. De noordelijke eurolanden kunnen niet eindeloos de indruk wekken dat alleen de debiteuren langs de Middellandse Zee geen baas meer in eigen huis zijn. Ierland ervaart dat al. Maandenlang heeft Dublin gedaan alsof het de lage vennootschapsbelastingtarieven overeind kon houden. Sinds de top in Brussel moet Ierland zich voorbereiden op fiscale harmonisatie onder Europese auspiciën.

Helaas wordt dat feit hooguit schroomvallig toegegeven. Dat is niet bevorderlijk voor het politieke draagvlak van de weg die in Brussel is ingeslagen. Maar dat neemt niet weg dat de weeffout in de eurozone nu gecorrigeerd kan worden. En dat was onvermijdelijk.