Een vriend roept: een bom!

Een bomexplosie veranderde gistermiddag het centrum van Oslo in een oorlogsgebied. Ooggetuigen doen hun verhaal. „Het leger heeft de stad ingenomen.”

Zes uur zijn verstreken na de verwoestende bomexplosie die het hart van Oslo heeft getroffen, als Angela Wieggers probeert om op de een of andere manier terug te komen naar haar hotel, een paar honderd meter van het rampgebied verwijderd. Maar overal ligt puin, en de hele stad is afgezet. „Het leger heeft Oslo ingenomen”, zegt ze door de telefoon. Op de achtergrond klinken sirenes van voorbij razende ambulances. Boven haar zweven voortdurend helikopters van het leger in de lucht.

Eigenlijk weet Wieggers niet eens of ze wel terug wil. „Er wordt overal gezegd dat er nog een bom is.” De autoriteiten hebben het nabijgelegen treinstation afgesloten. De explosievenopruimingsdienst zoekt volgens berichten koortsachtig naar nog meer bommen. Kantoorgebouwen in de buurt zijn geëvacueerd. Wieggers is bang. „Het liefst wil ik naar huis.”

De 31-jarige Nederlandse kwam vrijdagochtend aan in Oslo voor de bruiloft van een vriend. Ze zat net met vrienden aan de borrel, toen een gigantische explosie het hotel op zijn grondvesten deed schudden. „Een vriend schreeuwde: een bom! een bom!”, vertelt ze. Buiten zag ze grote rookpluimen opstijgen. Overal dwarrelde papier door de lucht.

Een uur of nog wat later ging ze voorzichtig buiten kijken, misschien ook wat eten, bijkomen van de schrik. Maar dat lijkt achteraf toch niet zo’n goed idee. De Noorse autoriteiten hebben de mensen opgeroepen om het centrum te verlaten, of in ieder geval toch binnen te blijven. Nu staat Wieggers buiten, en ze weet niet of en hoe ze terug kan komen.

Zes uur na de bomexplosie bij het regeringsgebouw zit de angst er ook bij Noren nog goed in. Vlak na de explosie heerste in het centrum een surreële rust. Op YouTube staan amateurbeelden van een jongen die met een camera enkele minuten na de explosie naar het regeringsgebouw loopt. Het anders zo opgeruimde Oslo is veranderd in een oorlogsgebied. Er hangt een dunne mist als op Oudjaarsavond, en het is stil. Op straat ligt over een lengte van een paar honderd meter overal puin, verwrongen staal, glasscherven. Van het regeringsgebouw zijn complete rijen bakstenen van de gevel afgeslagen. Ervoor ligt het karkas van een uitgebrande auto.

Maar niet lang na de explosie rukten de ambulances en de reddingsdiensten massaal uit. Mensen ontvluchtten in allerijl het gebied en nog later werden er mensen geëvacueerd. Dat gaat tot laat in de avond door. Simon Saetre, een Noor die vlakbij het regeringsgebouw werkt, vertelt aan de telefoon dat hij bij zijn huis, een kilometer verderop, allemaal mensen uit het centrum voorbij heeft zien komen. „Sommigen gewoon wandelend. Maar anderen rennend.”

Zelf had hij vandaag net vrij. Omdat zijn vriendin moet bevallen. Maar de schrik zit er ook bij hem goed in. Noorwegen is in shock, zegt hij. „Dit is het ergste wat ons is overkomen sinds de Duitsers ons aanvielen in de Tweede Wereldoorlog.” Hij maakt zich zorgen over vrienden en familie die wel in het gebied zouden zijn geweest op het moment van de explosie. Maar hij durft er niet heen. „Stel je voor dat er nog iets gebeurt.”