Een vriend die elke avond langskomt

Vertel ons wat u van ons denkt, vroegen we u, de lezers, een maand geleden in het grote NRC Handelsblad Lezersonderzoek. U reageerde massaal. Waarvoor veel dank. Hierbij een samenvatting van de resultaten en een paar voornemens voor de toekomst.

Niet minder dan 13.337 lezers vulden de vragenlijst online in en nog eens 1.750 ingevulde enquêtes bereikten ons per post. Dat is zonder meer overweldigend. Het geeft nog eens aan hoe betrokken de NRC-lezer – of die nu abonnee is of de krant los koopt – bij zijn of haar krant is. En daar kunnen wij alleen maar erg blij mee zijn.

Maar is de lezer ook blij met ons, en met name met de vernieuwingen van het afgelopen half jaar? Want het ging hard. We veranderden het formaat van de krant, lanceerden een nieuwe weekeindkrant waarbij het Weekblad verdween en Lux werd ingevoerd, introduceerden enkele nieuwe columnisten, voerden dagelijkse mediapagina’s in, benoemden een ombudsman, maakten de krant dikker, lanceerden een nieuwe website en kwamen met een iPad-abonnement op de proppen.

Het credo van dat alles: NRC Handelsblad moet niet enkel breder informeren en analyseren, maar moet grondiger en genuanceerder. Daarom ook werden de dagelijkse pagina’s ‘In het Nieuws’ ingevoerd, werd in de schoot van de redactie een onderzoeksgroep opgericht, wordt de economieredactie versterkt en bouwen we het correspondentennetwerk van de krant verder uit.

In grote mate blijkt de lezer dat te appreciëren. Zes op de tien lezers zeggen over de vernieuwingen (zeer) tevreden te zijn, twee op de tien zijn tevreden noch ontevreden en twee op de tien zijn (zeer) ontevreden.

„De nieuwe redactionele formule is vernieuwend. Lees met plezier”, schrijft iemand. „Ik vind de ingeslagen weg van vernieuwing hoopgevend voor de toekomst”, voegt een ander daar aan toe. Een vrouw zegt dat „mijn man en ik zeer vrolijk van de nieuwe NRC worden. Bedankt”.

Als de lezer voor iets beducht is, dan is het wel voor popularisering. „Ga voor kwaliteit en populariseer niet”, spoort iemand ons aan. „Kijk uit voor vulgarisering”, schrijft een ander. Nog een lezer heeft het gevoel dat „de krant minder gedegen informatieve artikelen heeft”. Een lezer vindt NRC „oppervlakkig en populistisch” worden. En voor een van onze lezers is het al te laat en „kan het haast niet slechter”.

Neen, dat kan niet de bedoeling zijn. Oppervlakkig en populistisch zijn termen die we op de redactie schuwen. Wel: toegankelijk, helder en prettig leesbaar.

Gelukkig dus dat negen van de tien lezers de begrippen ‘kwaliteit’ en ‘betrouwbaarheid’ associëren met NRC Handelsblad. Dat bijna acht op de tien lezers ons ‘onafhankelijk’, ‘breed en volledig’ noemen en in NRC veel buitenlands, wetenschaps en economisch nieuws vinden. En bijna zeven van de tien lezers verbinden de termen ‘kritisch’, ‘cultuur’ en ‘ruimte voor opinie en debat’ met onze krant.

Kwaliteit hangt voor sommige lezers samen met de lengte van de artikelen. Die is de afgelopen periode – in tegenstelling tot wat wel wordt gedacht – niet gewijzigd. Toch schrijft iemand: „Terug naar de oude lengte van achtergrondartikelen.” Andere lezers klagen juist over „artikelen die – te – uitgebreid zijn.” Terwijl we van een abonnee weer lof krijgen toegezwaaid: „De laatste maanden verschijnen er langere en meer verdiepende artikelen. Dat is een ontwikkeling die zich mag voortzetten.”

Ontspoorde zinnen

Een kwart van de lezers is ongelukkig over de spelling. „Dringend verzoek om teksten beter te controleren op spelling en ontspoorde zinnen”, spreekt iemand ons bestraffend toe. En een ander: „Ik zou het zeer op prijs stellen als redacteuren hun stukken, voor het ter perse gaan, nog eens na zouden lezen op slordigheden en stijlfouten”. Afgesproken.

Over opiniestukken en columns zijn de meningen verdeeld. Bijna acht op de tien abonnees zijn er tevreden over. Maar „waarom zo’n pedante toon in de hoofdredactionele commentaren”, vraagt iemand. Wat door een ander meteen wordt beantwoord met: „Ik waardeer de nuchtere en onafhankelijke opinies van NRC als tegengif tegen hedendaags getetter, subjectieve opinies en populisme.” Een andere lezer valt hem bij: „De niet-hysterische toon van NRC is een zeldzaam geluid geworden.”

Maar staan er niet te veel meningen in de krant, vragen enkelen zich af. „Moeten er zo veel columns in NRC staan?” Een lezer weet wel hoe hij de krant beter zou maken: „Schop die verschrikkelijke columnisten de laan uit.” En als het over erg zichtbare columnisten gaat krijgen we zowel te horen dat Fokke en Sukke „moet verdwijnen” als dat „Fokke en Sukke superieur” is.

Ruim drie maanden na de invoering van het tabloidformaat waren we nieuwsgierig naar de reacties van de lezer op formaat en opmaak. De abonnees zijn in grote mate gelukkig met dit ‘half-formaat’, zo blijkt. Slechts 15 procent wijst het af. 60 procent van de respondenten geeft aan een voorkeur te hebben voor de tabloid. En voor een kwart van onze lezers maakt het niet uit.

„De overstap naar tabloid vind ik een geweldig succes”, schrijft een lezer. „Hulde voor u en uw medewerkers.” Een andere lezer is verrast: „Ik had niet verwacht dat ik de broadsheet niet zou gaan missen.” Maar anderen willen dat statige formaat juist terug. „De inhoud van de krant was en is uitstekend. Het formaat van de krant was uitstekend”, aldus een half-ongelukkige lezer. Iemand vindt „de overgang naar tabloid belachelijk”.

Mag die overgang naar tabloid in het algemeen dus op instemming rekenen; de vorm en opmaak blijven sommigen ergeren. „Geen stukken over twee pagina’s. Dat staat rommelig en is irritant”, schrijven verschillende lezers. „Aangezien mijn echtgenote en ik de krant delen is het zeer hinderlijk dat artikelen doorlopen van linker- naar rechterblad.”

„Een warrige opmaak”, zegt iemand. Het feit dat er geregeld – grote – afbeeldingen in de krant staan, wordt door enkele lezers als ‘bladvulling’ en ‘opvulling van ruimte’ gezien. Maar iemand anders juicht: „Werkelijk fantastische foto’s op groot formaat. Kunst!”

Het nietje

Als het over de vorm gaat, betreft de allerbelangrijkste discussie... het nietje. „Graag nietjes in de katernen”, smeken heel wat lezers. Want zonder die nietjes „valt de troep uit elkaar”, moet de lezer „puzzelen om de bijlages te vinden”, is de krant als een „ei dat je moet pellen” en „waait de krant uit elkaar als ik in de tuin een slokje koffie neem”. Enkele lezers nieten de krant zelf. „Ik snij ze open en niet ze dan aan elkaar. Verzoek een iets grotere kantlijn, waardoor er na het nieten geen tekst verloren gaat.”

Maar ook hier is niet iedereen het met elkaar eens. „Laat a.u.b. die rotnieten eruit”, schrijft een lezer. Iemand is boos want „dankzij het nietje is nu mijn tafelblad beschadigd”.

Over de nietjes dit: vanaf september zijn op donderdag en vrijdag het Cultureel Supplement en Boeken geniet. En op zaterdag de vijf katernen.

Vijf katernen op zaterdag? Ja. Want een van de grote klachten uit dit lezersonderzoek is de omvang en de ondoorzichtigheid van het eerste katern op zaterdag. „Het eerste katern op zaterdag is onhandelbaar dik”, schrijft iemand. „De zaterdagkrant vergt veel tijd om uit te pakken”, aldus een ander. En nog een lezer vergelijkt de zaterdagkrant met een „Ikea-bouwpakket”.

„Waarom leveren jullie de krant niet met de verschillende katernen niet in elkaar geschoven”, vraagt iemand. Dat zouden we graag willen, maar technisch kan het niet. Wat wel kan is Opinie&Debat weer als apart katern publiceren, een wens van velen. Dat is het geval vanaf 3 september. Dan bestaat NRC Weekend uit een nieuwskatern met Z&Z; Opinie&Debat; Economie; Wetenschap; en Lux. Vijf katernen, elk met twee nietjes.

Overigens waardeert menig lezer de nieuwe zaterdagkrant. „Het is een traktatie in het weekend”, schrijft iemand. Een ander: „Ik verheug me altijd op de zaterdagkrant. Lekker dik en heel veel nieuws en interessante artikelen.” Vooral het eerste katern (met nieuws, opinie en Z&Z), de economiebijlage en het wetenschapskatern krijgen mooie rapportcijfers (abonnees geven hiervoor, op een schaal van 1 tot 10, een 7,7). Maar voor een op de vier lezers mag de weekendkrant wel minder dik zijn. „Ik heb soms schuldgevoelens als ik die niet volledig tot me kan nemen.”

Over de lifestylebijlage Lux, die met een rapportcijfer van 6,8 in waardering lager scoort dan de andere katernen, lopen de emoties hoog op. Hier vallen woorden als ‘decadent’, ‘smakeloos neoliberaal’, ‘snobistisch’, ‘hedonistisch’, ‘opportunistisch’ en ‘materialistisch’. Volgens sommigen is Lux ‘NRC-onwaardig’ of ‘een aanfluiting voor deze krant’. Maar de meningen zijn verdeeld, geeft een lezer toe. „Lux vind ik geen verbetering”, schrijft hij. „Mijn vrouw wel.” Anderen roepen: „Lux vond ik meteen helemaal TOP! Niet afschaffen hoor!” Iemand schrijft dat „Lux van zaterdag mijn luxe voor zondag is.” En een lezer had het „aanvankelijk lastig met de nogal elitaire uitstraling van Lux”, maar kan zich „inmiddels beter in de inhoud vinden”. Enkelen hebben heimwee naar het vroegere weekblad.

De weekendkrant mag voor ruim een kwart van de lezers te dik zijn, de omvang van de doordeweekse krant lijkt perfect. „Neen, dikker hoeft echt niet”, schrijft iemand. Maar tegelijkertijd vragen veel lezers ‘meer’. Meer buitenlands nieuws. Meer EU-nieuws. Meer inhoudelijke bijdragen. Meer kritische commentaren. Meer over computers. Meer over gezondheidszorg. Meer over wetenschap. Meer onderzoeksjournalistiek. Meer over het koningshuis. Meer over reizen. En meer humor. Meer dus. Maar liefst in een krant die niet meer papier bevat.

Meer sportnieuws ook? Sport is al jaren een splijtzwam onder de lezers van NRC. „Uitgebreider sportnieuws”, antwoordt een lezer op de vraag wat hij in NRC nog zou willen. En een sportliefhebber vindt het leuk dat hij soms eens „een special kan lezen over grote sportevenementen”. Maar iemand anders vindt dat sport niet thuis hoort in deze krant. Hij pleit voor drastische maatregelen. „Ik zou het zeer waarderen als NRC het zou aandurven om het sportkatern te laten vervallen.”

Die gemengde gevoelens over sport blijken uit de cijfers. De sportbijlage op maandag kan een op de drie lezers boeien; Lux op zaterdag een op de twee; het Cultureel Supplement en Boeken twee op de drie en Wetenschap zelfs zeven op de tien. De waarderingscijfers voor sport (rapportcijfer 7) wijken dan echter weer niet veel af van die van het CS (7,5) en Boeken (7,7). Maar sportliefhebbers hoeven zich geen zorgen te maken. Bij een goede krant hoort ook goede en grondige berichtgeving over sport en maatschappij. Ook daar wil NRC excelleren.

Hoe laat moet de krant in de bus vallen? Ruim driekwart van de abonnees wil de krant voor 18.00 uur. Iets meer dan de helft wil uitdrukkelijk niet dat de krant naar de ochtend gaat. „Indien NRC Handelsblad geen avondkrant meer zou zijn, zou ik mijn abonnement direct beëindigen”, dreigt een bezorgde avondlezer. Hij vindt geen gehoor bij die lezer die juist vindt dat het „helemaal top zou zijn als de krant nu nog een ochtendkrant wordt”. En iemand smeekt zelfs: „Please, word een ochtendkrant.” Dat zou de helft van de losse kopers wel willen.

Gladde krant

Of het nu ’s ochtends of ’s middags is, de krant moet op tijd en niet gescheurd in de brievenbus zitten. Met name de dikke weekendkrant valt niet altijd ongeschonden op de mat. „De krant is op zaterdag lichtelijk gekreukt door de vele bladzijden”, schrijft iemand. „Ik heb liever een keurige gladde krant” – om daar bijna beschroomd nog aan toe te voegen: „Ik weet dat het tuttig zal overkomen, dit antwoord.”

De bezorging mag dan voor acht op de tien lezers correct verlopen, sommigen hebben terechte klachten. „Een krant die pas om 20.30 uur in de bus valt, is te laat”, klaagt een lezer. Iemand anders heeft „blijvende bezorgproblemen die slecht werden afgehandeld”. Een abonnee stelt „slechte bezorging bij slecht weer” vast. En nog iemand concludeert dat er „wordt nabezorgd, maar weinig aan de oorzaak van het probleem wordt gedaan”.

Bij de meesten loopt het gelukkig wel vlekkeloos. „De vriendelijke Afrikaanse bezorger komt altijd stipt om 18.00 uur de krant met een grote glimlach bezorgen. Dan begint je avond al goed”, merkt iemand op. En een andere abonnee schrijft: „Toen onze bezorger ziek was werd de vervanging uitmuntend geregeld.”

Als er problemen zijn kan de lezer terecht bij de Klantenservice. Zes op de tien lezers die contact opnamen met die dienst zijn (zeer) tevreden. Maar ook hier loopt het soms mis. „Ik wacht al ruim een week op antwoord”, klaagt iemand. En over die spraakcomputer die je te woord staat, is maar een kwart van de lezers te spreken.

Een vlekkeloze service hoort bij een krant waarvan vier op de tien lezers toch wel vinden dat het abonnement duur is. „Die prijs is voor mij geen probleem”, schrijft een lezer, „maar voor anderen regelmatig wel”. De helft van onze lezers vindt het abonnement „niet duur, maar ook niet goedkoop”. Maar heel wat lezers die al vele jaren een abonnement hebben, ergerden zich wel aan de iPad-actie voor nieuwe lezers. „Ik vind dat een abonnee die veertig jaar trouw is, ook beloond moet worden”, zo drukt een abonnee het ongenoegen van velen uit. En helemaal ongelijk heeft hij niet. Maar, legt uitgever Hans Nijenhuis uit: „Het is een manier om nieuwe lezers naar de krant te brengen. En veel lezers zijn weer goed voor het garanderen van de blijvende kwaliteit van de krant.”

De dagelijkse versie van NRC op de iPad is intussen een groeiend succes. Bijna de helft van de abonnees heeft het (voor hen gratis) digitale abonnement geactiveerd en leest de krant regelmatig digitaal op huiscomputer, laptop of iPad. „Ik ben zeer tevreden en blij dat NRC de iPad-editie vroeg heeft geïntroduceerd”, schrijft een lezer die de krant ’s middags op zijn tabletcomputer leest.

Of het nu op de iPad of op papier is, doordeweeks of in het weekend, als abonnee of losse koper: uit de enquête komt vooral het beeld bovendrijven van de intensieve, soms passionele verhouding van de lezer met NRC. Die daarbij evenwel ook streng naar de krant en haar redactie kijkt, vervlakking en popularisering vreest en inzicht en diepgang zoekt in een dagblad dat niet modieus maar wel modern moet zijn. „Een prachtige krant, soms een beetje saai”, vat een lezer nuchter samen.

„NRC is voor mij een vriend die elke avond langs komt”, zo schetst iemand haar verhouding met NRC. Een ander: „Een waardige, soms verslavende krant. Leve de durf van de voorbije maanden!” Iemand anders wordt „zo blij van jullie krant”. En meer dan één lezer spoort de redactie aan met een stevig: „Ga zo door!”

Dat willen we ook. Ook gesterkt door dit lezersonderzoek willen we doorgaan met het maken van een krant die zich ontwikkelt in de breedte en de diepte; die helder gestructureerd is en een overzichtelijke lay-out heeft; waarvan de vormgeving de genuanceerde inhoud ondersteunt. Een krant die luistert naar de lezers maar ook eigenzinnig en koppig is. Die kwaliteit hoog in het vaandel voert. Een krant van het hoofd, maar ook van het hart. Die helderheid niet verwart met popularisering en omvang niet met kwaliteit. Een krant die rotsvast gelooft in de toekomst van goede journalistiek. Daar staat elke redacteur van NRC voor.