De wanhoop school in die weggegooide bidon

Na zijn nederlaag in de etappe naar Alpe d’Huez gaf Thomas Voeckler zijn gele fiets aan een mecanicien. Die heeft hij niet meer nodig. De geschied-schrijving blijft achterwege.

Nadat Thomas Voeckler bovenop Alpe d’Huez van zijn fiets is gestapt, staan zijn benen nog steeds krom. In de laatste bergetappe van de Tour de France hebben ze hem tóch klein gekregen. Zijn spieren zijn totaal verkrampt en de zeven treden van het trapje van de vrachtwagen van zijn ploeg zijn nu een beklimming teveel voor de Franse wielrenner. Hij moet zich aan de deurposten omhoogtrekken.

Tien dagen lang was Voeckler de held van Frankrijk. Sterker nog: hij wás Frankrijk, had sportkrant L’Equipe gisteren nog geschreven. Tien dagen lang reed Voeckler in de gele leiderstrui. Geen renner werd zoveel aangemoedigd als hij. ‘Allez Thomas’, riepen zijn landgenoten langs de weg. En Thomas ging met de besten mee naar boven. In de Pyreneeën en op de eerste Alpencols. Pas op de flanken van de Izoard en Galibier, donderdag, boog hij voor het eerst. Ritwinnaar Andy Schleck naderde Voeckler tot op vijftien seconden.

In de etappe van gisteren, van Modane naar Alpe d’Huez, was een vroege aanval van drievoudige Tourwinnaar Alberto Contador beslissend. Voeckler kon de Spaanse renner niet volgen, Andy Schleck wel.

In een wanhopige achtervolging van bijna negentig kilometer blies Voeckler zich vervolgens op. „Thomas wilde geschiedenis schrijven”, zei zijn ploegleider Jean-René Bernaudeau na afloop.

Uiteindelijk finishte de Franse renner op twee minuten en vijfentwintig seconden van Andy Schleck, die de gele trui van hem overnam. Maar Voeckler is in het harnas gestorven. Wel drie keer.

Uitgeput gaat de renner op het trapje van de aanhangwagen zitten, trekt zijn knieën tegen zijn borst en slaat zijn armen eromheen. ‘Bravo, Thomas’, roepen de fans die hem zien zitten.

Ook zijn teamgenoten rijden hem juichend tegemoet. Pierre Rolland, Voecklers metgezel in de bergen, was in de laatste twee kilometer van de beklimming van Alpe d’Huez bij Contador en Samuel Sánchez weggereden en had de etappe gewonnen. „Bedankt Anthony, bedankt Vincent”, zegt Chouchou, zoals zijn bijnaam luidt, tegen de ploegmaats die hem vandaag over de Col du Télégraphe en Col du Galibier hebben gesleept. Hinkend geeft Voeckler zijn gele fiets daarna mee aan een mecanicien. Die heeft hij niet meer nodig.

De laatste bergetappe van deze Tour, een rit van slechts 109 kilometer, kende een verrassende start. Contador demarreerde al na zestien kilometer uit het peloton en Andy Schleck en Cadel Evans, de nummers twee en drie in het algemeen klassement, sprongen mee. Voeckler had de aanval niet verwacht en reed nog middenin het peloton, waardoor hij een paar honderd meter achterstand opliep. Maar Voeckler sloot zich snel aan bij zijn concurrenten.

Na een nieuwe demarrage van Contador, die in de etappe van donderdag nog anderhalve minuut had verloren, moest Voeckler echter lossen. Op hetzelfde moment liep ook de derailleur van Cadel Evans vast. De Australiër moest wachten op een nieuwe fiets en viel terug in het peloton. Op de Col du Galibier, waar de renners na de etappe van donderdag gisteren nog een keer overheen moesten, achterhaalde Evans Voeckler, en reed vervolgens weg bij de moegestreden Fransman. Niet veel later smeet Voeckler kwaad zijn bidon weg. Hij leek de gele trui nu echt kwijt te zijn.

Een Frans samenwerkingsverband bracht Voeckler aan de voet van Alpe d’Huez weer terug bij de klassementsrenners. Zijn ploeggenoten van Europcar offerden zich op en vonden bondgenoten bij Cofidis, dat reed voor de Estse kopman Rein Taaramae. Eerder hadden de Franse renners Jérôme Pineau van Quickstep en Jérôme Coppel (Saur-Sojasun) al het nodige kopwerk voor Voeckler verricht.

Maar de achtervolging had zijn tol geëist. Voeckler had zijn krachten al verspeeld en moest de favorieten Contador, Evans, Andy en Fränk Schleck al snel weer laten gaan. Uit dat groepje sprong Contador weg, en later Samuel Sánchez en Voecklers ploeggenoot Pierre Rolland.

Twee kilometer voor de finish achterhaalden Sánchez en Rolland de moegestreden Contador. De Franse renner reed vervolgens alleen door en werd de eerste Franse winnaar op Alpe d’Huez sinds Bernard Hinault in 1986. De vierentwintigjarige Rolland bedankte bovenop Alpe d’Huez zijn kopman. „Bekommer je niet meer om mij”, had Voeckler op de Galibier tegen hem gezegd.