Bossen van Siberië en China temperen broeikaseffect

A wildfire burns on Terrace Mountain north of Kelowna, British Columbia, Canada in the early morning hours of Tuesday August 4, 2009. Hundreds of firefighters are battling raging forest fires in British Columbia and officials have said they may have to call in reinforcements from other nations, including the United States and Australia. (AP Photo/The Canadian Press, Darryl Dyck) ASSOCIATED PRESS

Nieuwe inzichten in de huishouding van broeikasgassen in de atmosfeer – maar geen geruststellende inzichten. Ze betreffen de broeikasgassen CO2, methaan (CH4) en lachgas (N2O).

Science van 14 juli inventariseerde hoeveel CO2 alle bossen op aarde uit de atmosfeer opnemen. Het IPCC-rapport van 2007 schatte de CO2-opname van alle landvegetatie, bossen plus natuurlijke graslanden en cultuurgronden, op 1,0 tot 2,6 gigaton koolstof per jaar. Een recente schatting komt uit op 2,0 tot 3,4 gigaton koolstof per jaar, op grond van waargenomen minieme verschillen in CO2-concentratie van de lucht (inverse modeling).

Yude Pan c. s. hanteren de bottom-up benadering. De CO2-opname van de bossen is berekend uit de toename van stamdiameter, de ophoping van blad en dode bomen, etcetera. Er vinden grote verschuivingen plaats: de Russische bossen groeien goed, de Chinezen planten veel bij, de Amerikaanse en Canadese bossen verdrogen, verbranden en worden door insecten aangevreten. Het beeld in de tropen is onduidelijk. Alles bijeen wordt de bosopname nu op 2,4 gigaton per jaar geschat, wat betekent dat de overige ecosystemen netto nauwelijks CO2 opnemen. Het slechte nieuws is dat de zware ontbossing in de tropen jaarlijks (op den duur) 2,9 gigaton koolstof in de lucht brengt. Herstel van ontbossing compenseert dat met 1,6 gigaton. Het netto-boseffect is dus maar 1,1 gigaton (2,4-2,9+1,6).

In een meta-analyse van 49 eerder verschenen studies waarschuwen Kees Jan van Groenigen c.s. in Nature (14 juli) voor een nog slecht gekwantificeerd neveneffect van de gestaag stijgende CO2-concentratie van de atmosfeer: een oplopende uitstoot van lachgas (N2O) uit de bodem. Onder toenemende CO2-spanning worden planten zuiniger met water en stijgt het vochtgehalte van de grond. Omdat ook de microbiële activiteit door extra CO2 wordt gestimuleerd gaat het zuurstofgehalte dalen. Dit stimuleert de bodemdenitrificatie die uiteindelijk extra N2O in de lucht brengt.

Ook de uitstoot van methaan uit moerassen en natte rijstbouw zal toenemen, hier vooral omdat planten bij hogere CO2-spanning meer organische stof in de bodem brengen. Dat is voedsel voor microben die methaan produceren. Al met al kunnen deze neveneffecten de verwachte extra CO2-opname van het aardse plantendek onder stijgende CO2-concentratie met wel 17 procent verminderen.

Karel Knip