Architect die wilde bijdragen aan geluk van de mens

‘Razend’ was een woord dat Wiek Röling vaak gebruikte. Het kon hem razend maken als de ‘schrijftafelslopers’ een stedelijk monument dreigden af te breken, als ‘de vernieuwers’ ten behoeve van een verkeersweg een doorbraak door de historische stad forceerden, of als ‘de onverschilligen’ een 19de-eeuws gebouw lieten verkommeren om het daarna onder het mom van renovatie onherstelbaar te verminken.

De ethisch bevlogen architect en hoogleraar ‘ontwerpen gebouwen’ (1988-2001, TU Delft) prof. ir. L. C. Röling hield zielsveel van historische binnensteden en oude dorpskernen. Zij moesten van hem gekoesterd worden, in die zin was hij een behoudend mens.

Als ontwerper vervolgde Röling de vooruitstrevende koers van het vooroorlogse Nieuwe Bouwen en het functionalisme van Jan Duiker, Mart Stam en Gerrit Rietveld. Daarbij huldigde hij het principe dat zijn vak moest bijdragen aan het geluk van de mens.

Röling wilde met zijn architectuur „helderheid en duidelijkheid brengen in een dolgedraaide wereld”. Hoe, dat liet hij voor het eerst in 1966 zien toen hij, samen met J.P. Girod, een kunsthandel aan het Spui in Amsterdam omtoverde tot Atheneum boekhandel en Nieuwscentrum. Op een klein oppervlak ontstond met eenvoudige materialen – in het Nieuwscentrum stoeptegels op de vloer – een licht, ruimtelijk ensemble dat zo vanzelfsprekend was dat het tot op heden vrijwel onveranderd is gebleven.

Vanzelfsprekendheid levert de gaafste bouwkunst op, was Rölings overtuiging. Zijn regels voor het omgaan met de historische stad waren even helder. Het geheim van de oude stad is de maat van de openbare ruimte, de weldadige verhoudingen in hoogte en breedte, de buitengewone gevarieerdheid van het beeld dat de bebouwing oproept met hier en daar gevels die als compositie de waarden hebben van een schitterend kunstwerk. Bij werken aan de oude stad is het de kunst om het ritme van de stad te accorderen en vooral niet de passende hoogte te overschrijden.

Röling bracht de regels in praktijk toen hij van 1970 tot 1988 stadsarchitect van Haarlem was. Hij verhuisde de functie van stadsarchitect van Openbare Werken naar de Algemene Dienst waardoor hij alle wethouders, gevraagd en ongevraagd, kon adviseren. Dat deed hij met polemische verve.

De stadsarchitect bleef zelf ook ontwerpen. Daarom staat het grootste deel van Rölings gebouwde oeuvre in Haarlem: sociale woningbouw, scholen en verbouwingen en nieuwbouw voor culturele instellingen als het Frans Halsmuseum. In deze jaren componeerde de architect zijn twee mooiste werken: de Muziekkoepel Haarlemmerhout (1984) en het drijvend paviljoen in Sonsbeek in Arnhem (1986).

Wiek Röling overleed op 14 juli, 75 jaar oud. Zijn paviljoen voor Sonsbeek was tijdelijk en is afgebroken, maar de Muziekkoepel is een blijvend juweel in de Haarlemmerhout.

Max van Rooy