Ze schransen de hele dag door, vooral zoet

De tijd dat renners tijdens de Tour de France alleen spaghetti aten, is voorbij.

Rabobank heeft twee eigen chef-koks en een vrachtwagen met ingebouwde keuken.

Koken voor wielrenners is als het voederen van een roedel hongerige wolven. Na iedere Touretappe werken de renners in een half uur tijd een driegangenmaaltijd naar binnen. En in de bergetappes van deze week gaat het bij het ontbijt en diner maar om één ding: koolhydraten stapelen.

En stapelen is wat chef-kok Jitschak Pagrach eerder deze week doet als hij het dessert voor de renners van de Rabobankploeg klaarmaakt. Hij smeert een flinke schep honing over zijn dikke appelpannekoeken, strooit er royaal geroosterde walnoten overheen en bedekt alles met een berg fromage blanc.

De Raboploeg heeft net als een paar andere wielerploegen twee chef-koks en een eigen vrachtwagen met ingebouwde keuken meegenomen naar Frankrijk, om de renners zo goed en gezond mogelijk vol te stoppen.

Drie weken lang spaghetti bolognese, dat kregen veel wielrenners tot een paar jaar geleden tijdens de Tour voorgeschoteld. Wielrenners willen natuurlijk pasta, dachten koks in de teamhotels bij de aankomstplaatsen.

„Maar elke dag hetzelfde gaat vervelen, en dan gaan renners minder eten”, vertelt sportdiëtist Marcel Hesseling, die verbonden is aan de Raboploeg. Door de vermoeidheid in de laatste Tourweek wordt het voor renners ook lastiger grote hoeveelheden voedsel te verwerken.

Toch moeten de wielrenners tijdens de dagen van de zware bergetappes zo’n 1.000 gram koolhydraten per dag naar binnen krijgen om de finish te halen. „Dat zijn zestig bruine boterhammen”, zegt Hesseling lachend. Om ervoor te zorgen dat de renners ook in de derde Tourweek nog zin hebben om te eten, stelde Hesseling samen met de koks van de ploeg een menu op met voldoende afwisseling. „Couscous of risotto in plaats van pasta, bijvoorbeeld.”

Pagrach heeft het menu op de roestvrijstalen koelkasten in zijn blinkende kooktrailer opgehangen. Aan de vooravond van de Alpen bestaat het hoofdgerecht uit een tournedos met pasta én risotto. Naast het menu hangt een lijstje met de wensen van de Raborenners. Zo willen de Spanjaarden Carlos Barredo en Luis Leon Sanchez elke dag pasta met Parmezaanse kaas als ontbijt.

Vlees en vis hebben de twee koks meegenomen uit Nederland. Pagrach: „We kopen hier niets op de markt, dat kan verontreinigd zijn.”

De Spaanse renner Alberto Contador wijt de vondst van de minieme hoeveelheid van het verboden spierversterkende middel clenbuterol in zijn bloed tijdens de Tour van vorig jaar bijvoorbeeld aan het eten van vervuild rundvlees.

Voor de overige inkopen zit Pagrach wel vast aan het voedingspatroon van de renners. „Veel suikers vooral.” Om aan het benodigd aantal koolhydraten te komen, moeten de coureurs zoet eten. Soms begint het al met een zoet ontbijt, tijdens de etappe krijgen de renners zoete energierepen, zoete broodjes en zoete sportdrank. ’s Avonds wacht ze vaak een zoete salade met gedroogd fruit en een zoet toetje. En in de slaapkamers leggen de verzorgers snoep klaar.

Vooral de zeer geconcentreerde energierepen en sportgels die renners tijdens de koers eten, veroorzaken nog weleens maag- of darmproblemen, vertelt de sportdiëtist, hoewel dat minder is dan vroeger. Hesseling: „Dat komt ook doordat renners tegenwoordig vaker eten. Ze hoeven zich niet vol te stoppen tijdens het avondeten, in de bus naar het hotel krijgen ze hun eerste maaltijd.”

Daarnaast zijn de etappes in de Tour korter geworden. Tien jaar geleden waren ritten van meer dan 200 kilometer de norm, deze Tour zijn dat er slechts vijf. Naast de verbeterde voeding is dat de tweede reden waarom de renners niet zo uitgemergeld als vroeger in Parijs aankomen, weet sportdiëtist Hesseling.