Was de maîtresse de dupe?

Een rijke Condé-prins viel op de arme Sophie Dawes. Kort daarna maakte de prins een eind aan zijn leven. Men vond de gehangene staand. René Diekstra lost na twee eeuwen een raadsel op.

René Diekstra: De macht van een maîtresse. Hoe passie en politiek de laatste prins fataal werden. Karakter Uitgeverij, 432 blz. € 24,95

De populaire psycholoog René Diekstra (1946) introduceerde in Nederland de zogenaamde Rationeel-Emotieve Therapie (RET), die beweert dat problemen vooral ontstaan door de manier waarop we aankijken tegen de gebeurtenissen die ons overkomen. Kort samengevat: ABC. A staat voor aanleiding (oorzaak, activating event), B staat voor de bril waardoor je kijkt (geloof, overtuiging). De C staat voor consequentie (het gevolg). Niet A is de oorzaak van C, maar B.

De vraag of dit in de psychologie een werkzaam principe is laat ik graag aan de psychologen. Maar het is verleidelijk om het ABC-principe eens los te laten op het historisch-biografische werk dat René Diekstra onlangs heeft gepubliceerd: De macht van een maîtresse. Hoe passie en politiek de laatste prins fataal werden.

De uitleggerige ondertitel van dit Diekstra- boek wekt misverstanden. Hebben we te maken met een geromantiseerde levensbeschrijving? Nee. De macht van een maîtresse is een gravend onderzoek naar de raadselachtige dood van Louis Henri Joseph, hertog van Bourbon alsmede de laatste prins van Condé, die op 27 augustus 1830 in zijn slaapkamer werd aangetroffen, opgehangen aan de spanjolet van een raam. Fnuikend voor alle recherche is het feit dat de gehangen prins gewoon met de voeten op de grond staat. Van hangen is eigenlijk geen sprake. Hij had de strop toch gewoon wat losser kunnen schuiven?

Ik lees Diekstra’s ondertitel terug, die mij direct een stuk minder uitleggerig voorkomt. Laten we niet vergeten dat de auteur psycholoog is. Hij weet hoe hij onze nieuwsgierigheid moet prikkelen. Passie: is er liefde in het spel? Verdriet in dat verband, zelfmoord op die gronden?

Politiek: de astronomisch rijke Condé-Bourbons waren troonpretendenten, de concurrerende Orléans-Bourbons hadden in de Juli-revolutie van 1830 de macht gegrepen, in de persoon van ‘burgerkoning’ Louis Philippe. Wellicht wilden ze zich van een rivaal ontdoen. Een rivaal zonder kinderen bovendien, broers afwezig. Met zijn dood waren ze meteen van een hele Bourbon-tak verlost. Moord dus?

Bizar

Diekstra is er in geslaagd De macht van een maîtresse te doen uitgroeien tot een detective. Dat lijkt vreemd: we weten toch na 181 jaar zo langzaamaan wel hoe de vork in de steel zit met die gehangen prins? Niet dus. Diekstra weet A van BC te scheiden, en komt door zijn persoonlijke bril (B) op C los te laten terug bij een even historisch onverwacht als bizar activating event (A). Ik ga de plot van zijn boek hier niet verraden, dat zou doodzonde zijn.

Hoofdrolspeelster in dit treurspel is de maîtresse van de prins, de in behoeftige omstandigheden opgegroeide Sophie Dawes, die in de warme kringen van Londen het hart van Condé weet te raken. En hoe: Condé maakte haar tot Barones van Feuchères, zij was het die na zijn dood de duizelingwekkende erfenis bemachtigde.

Dat laatste suggereerde verantwoordelijkheid voor zijn dood. Het ziet er naar uit dat ze het Condé-fortuin met de burgerkoning heeft moeten delen, dat kan ik wel onthullen. We vermoeden dat Louis Philippe de arme barones dusdanig door de drek heeft laten sleuren dat ze weinig keus meer had, al is het mogelijk dat beiden het op een akkoordje hadden gegooid. Haar reputatie bleek onherstelbaar beschadigd, ze keerde terug naar Londen waar ze in 1840 stierf.

De macht van een maîtresse heeft het karakter van een queeste, een persoonlijke zoektocht naar een tamelijk labyrintische waarheid. Zowel in het geval van moord als bij zelfmoord waren er zoveel reputaties in het spel, dat niemand behoefte had de waarheid omtrent het levenseinde van de laatste Condé aan het licht te brengen.

Diekstra stelt zich op als rondreizend onderzoeker. We volgen hem naar vele bibliotheken, musea, kastelen en graven, hij houdt ons op de hoogte van persoonlijke teleurstelling, opwinding en verbijstering, het hele gevoelsregister van de historisch onderzoeker. Soms gaat daar iets naïefs van uit. Op andere plekken lijkt hij onnodige omwegen te bewandelen, om nog eens uitgebreid de sfeer te proeven terwijl hij de A-factor zo uit de lucht kan plukken. Dan verzuchten we: ‘Kom eens los, Diekstra, houd ons niet aan het lijntje!’ Het aardige is dat hoewel we gaande alle omzwervingen wel enig vermoeden over de doodsoorzaak van de staande gehangene beginnen te krijgen, de ontknoping toch komt als een schok.

Sleutel

Met die schok zijn we er nog niet in De macht van de maîtresse. Tijdens zijn rechercheren ontmoet Diekstra een nogal mysterieuze heer die weliswaar de sleutel niet in handen heeft, maar verdacht veel van de kwestie afweet en hem nu en dan een zetje in de goede richting geeft. Diekstra buit die figuur bijzonder handig uit, in vele dialogen die zijn boek vaart en levendigheid verlenen.

In hun gesprekjes vinden we veel evaluatiemomenten. Hoe ver is Diekstra gevorderd? Zit hij op het goede spoor, of is hij in de klassieke cul-de- sac verzeild geraakt? We beginnen nieuwsgierig te raken naar aard en identiteit van dit licht humeurige Vergilius-type. Ook hier werkt René Diekstra bijzonder handig met zijn ontsluieringsmoment, waardoor hij ook na de grote Condé-onthulling nog een kleine toegift voor de lezer in petto heeft. Ik heb me wel afgevraagd of deze onderzoekspartner op afstand een literaire figuur zou kunnen zijn, een fictieve praatpaal. Of zou hij echt bestaan? Zijn rol in De macht van de maîtresse wordt er niet minder nuttig om.

Rest de vraag of René Diekstra’s specifiek psychologische invalshoek op het geschiedkundige Condé-raadsel een vruchtbare is. Ik geloof het wel. Zijn uiteenzettingen over de emotionele hoedanigheden van de minnaar sans frontières die de prins van Condé belichaamt, een liefhebber van het type ‘in uw handen beveel ik mij aan’, komen mij als bijzonder overtuigend voor. En De macht van de maîtresse is een boek dat ik met gloeiend rode oortjes las, misschien wel dankzij die ABC-bril waardoor René Diekstra keek naar een bijna twee eeuwen lang onopgelost raadsel.