Was de maîtresse de dupe?

Een rijke prins viel op de arme Sophie Dawes. Kort daarna maakte de prins plots een einde aan zijn leven.

René Diekstra lost na twee eeuwen het raadsel op.

De populaire psycholoog René Diekstra (1946) introduceerde in Nederland de zogenaamde Rationeel-Emotieve Therapie (RET), die beweert dat problemen vooral ontstaan door de manier waarop we aankijken tegen de gebeurtenissen die ons overkomen. Kort samengevat: ABC. A staat voor aanleiding, B staat voor de bril waardoor je kijkt. De C staat voor consequentie (het gevolg). Niet A is de oorzaak van C, maar B. De vraag of dit in de psychologie een werkzaam principe is laat ik graag aan de psychologen. Maar het is verleidelijk om het ABC-principe eens los te laten op het historisch-biografische werk dat René Diekstra onlangs publiceerde.

De macht van een maîtresse is een gravend onderzoek naar de raadselachtige dood van Louis Henri Joseph, hertog van Bourbon alsmede de laatste prins van Condé, die op 27 augustus 1830 in zijn slaapkamer werd aangetroffen, opgehangen aan de spanjolet van een raam.

Fnuikend voor alle recherche is het feit dat de gehangen prins gewoon met zijn voeten op de grond staat. Van hangen is eigenlijk geen sprake.

De astronomisch rijke Condé-Bourbons waren troonpretendenten, de concurrerende Orléans-Bourbons hadden in de Julirevolutie van 1830 de macht gegrepen in de persoon van ‘burgerkoning’ Louis Philippe. Wellicht wilden ze zich van een rivaal ontdoen. Een rivaal zonder kinderen bovendien, broers afwezig. Met zijn dood waren ze meteen van een hele Bourbon-tak verlost. Moord dus?

Diekstra is er in geslaagd De macht van een maîtresse te doen uitgroeien tot een detective. Dat lijkt vreemd: we weten toch na 181 jaar zo langzaamaan wel hoe de vork in de steel zit met die gehangen prins? Niet dus. Diekstra weet A van BC te scheiden, en komt door zijn persoonlijke bril (B) op C los te laten terug bij een even historisch onverwacht als bizar activating event (A).

Hoofdrolspeelster in dit treurspel is de maîtresse van de prins, de in behoeftige omstandigheden opgegroeide Sophie Dawes, die in de warme kringen van Londen het hart van Condé weet te raken. En hoe: Condé maakte haar tot barones van Feuchères, zij was het die na zijn dood de erfenis bemachtigde. Dat suggereerde verantwoordelijkheid voor zijn dood. Het ziet ernaar uit dat ze het Condé-fortuin met de burgerkoning heeft moeten delen.

Het vermoeden is er dat Louis Philippe de arme barones dusdanig door de drek heeft laten sleuren dat ze weinig keus meer had, al is het mogelijk dat beiden het op een akkoordje hadden gegooid. Haar reputatie bleek onherstelbaar beschadigd, ze keerde terug naar Londen waar ze in 1840 stierf.

De macht van een maîtresse heeft het karakter van een queeste, een persoonlijke zoektocht naar een tamelijk labyrintische waarheid. Zowel in het geval van moord als bij zelfmoord waren er zo veel reputaties in het spel, dat niemand behoefte had de waarheid aan het licht te brengen.

Diekstra stelt zich op als rondreizend onderzoeker. We volgen hem naar vele bibliotheken, musea, kastelen en graven, hij houdt ons op de hoogte van persoonlijke teleurstelling, opwinding en verbijstering. Soms gaat daar iets naïefs van uit. Op andere plekken lijkt hij onnodige omwegen te bewandelen. Het aardige is dat hoewel we gaande alle omzwervingen wel enig vermoeden over de doodsoorzaak van de staande gehangene beginnen te krijgen, de ontknoping toch als een schok komt.

Met die schok zijn we er nog niet. Tijdens zijn rechercheren ontmoet Diekstra een nogal mysterieuze heer die weliswaar de sleutel niet in handen heeft, maar verdacht veel van de kwestie afweet en hem nu en dan een zetje in de goede richting geeft. Diekstra buit die figuur bijzonder handig uit, in vele dialogen die zijn boek vaart en levendigheid verlenen.

In hun gesprekjes vinden we veel evaluatiemomenten. Hoe ver is Diekstra gevorderd? Je raakt nieuwsgierig naar aard en identiteit van dit licht humeurige Vergilius-type. Ook hier werkt Diekstra bijzonder handig met zijn ontsluieringsmoment, waardoor hij ook na de grote Condé-onthulling nog een kleine toegift voor de lezer in petto heeft. Ik heb me wel afgevraagd of deze onderzoekspartner op afstand een literaire figuur zou kunnen zijn, een fictieve praatpaal. Of zou hij echt bestaan?

Rest de vraag of René Diekstra’s specifiek psychologische invalshoek op het geschiedkundige Condé-raadsel een vruchtbare is. Ik geloof het wel. Zijn uiteenzettingen over de emotionele hoedanigheden van de minnaar sans frontières die de prins van Condé belichaamt, een liefhebber van het type ‘in uw handen beveel ik mij aan’, komen mij als bijzonder overtuigend voor.

En De macht van de maîtresse is een boek dat ik met gloeiend rode oortjes las, misschien wel dankzij die ABC-bril waardoor Diekstra keek naar een bijna twee eeuwen lang onopgelost raadsel.

René Diekstra: De macht van een maîtresse. Hoe passie en politiek de laatste prins fataal werden. Karakter Uitgeverij, 432 blz. € 24,95