Toch nog een akkoord

Het noodfonds EFSF krijgt meer macht om de eurozone overeind te houden.

De aanpak van de crisis in de eurozone verandert drastisch.

Het noodfonds voor eurolanden, het EFSF, krijgt de macht om Griekse staatsobligaties terug te kopen bij beleggers. Dat hebben regeringsleiders van de zeventien eurolanden gisteravond na uren overleg besloten. Ook mag het preventief leningen verstrekken aan landen. Verder gaan Griekenland, Ierland en Portugal minder rente betalen op leningen van andere eurolanden.

Dit mag allemaal erg technisch klinken, maar het duidt erop dat de aanpak van de eurocrisis drastisch verandert. Voor Nederland, dat zéér dominant was in de oude aanpak, zijn hier twee aspecten opmerkelijk.

Het eerste is dat Nederland, met Duitsland, deze extra taken van het noodfonds altijd heeft tegengehouden. Nederland was bang dat het fonds zou uitgroeien tot een autonoom opererend ‘Europees Monetair Fonds’, waar lidstaten geen greep op hebben.

Andere eurolanden, en de Europese Centrale Bank, waren altijd voor. Zij hebben hun zin gekregen. Duitsland en Nederland hebben hiervoor ‘teruggekregen’ dat de financiële sector – ook een eis waar de rest van de eurozone weinig in zag – een bijdrage levert aan een nieuw pakket leningen voor Griekenland.

Nederland heeft een akkoord gisteravond lang opgehouden, vertellen deelnemers. Premier Mark Rutte stond erop dat de regeringsleiders in hun slottekst een hogere bijdrage van banken en verzekeraars noemden dan werd gesuggereerd. Pas na een hele tijd bleek dat Rutte nettobedragen en brutobedragen door elkaar haalde. Toen hem dat was uitgelegd, bleek dat het totaalbedrag (50 miljard euro bruto, 37 miljard netto), redelijk klopte. „Dit was een belangrijke bijeenkomst voor ons pensioengeld, ons spaargeld”, zei Rutte later.

De basis voor deze deal werd woensdagavond gelegd, tijdens een overleg tussen de Franse president Sarkozy en de Duitse bondskanselier Merkel. Dit diner werd een marathononderhandeling van zeven uur over nieuwe hulp voor Griekenland. Daar werd besloten dat het noodfonds EFSF een grotere rol gaat spelen in euroland.

Voorlopig moeten eurolanden elke EFSF-operatie van tevoren goedkeuren, dus ligt het fonds nog sterk aan banden. Toch is deze grotere EFSF-rol politiek baanbrekend, omdat het een nieuwe manier van denken inluidt over de manier waarop niet alleen de crisis nu maar ook de euro in de toekomst gemanaged wordt: meer centraal, minder bilateraal.

Jean-Claude Trichet, voorzitter van de Europese Centrale Bank, was woensdagavond ook in Berlijn. Merkel en Trichet waren het afgelopen maanden zo hartgrondig oneens over de aanpak van de crisis, dat ze nauwelijks meer met elkaar spraken. Europees president Herman Van Rompuy, die gisteren de top leidde en nooit eerder op het allerlaatst met zoveel onzekerheden opgescheept werd, hield eerder vanuit Brussel telefonisch contact.

Merkel eiste dat banken meebetalen aan leningen voor Griekenland. Trichet, een van de weinige leiders die weet waar hij het over heeft, vreesde dat beleggers dan bokkensprongen gaan maken, waardoor een complete chaos zou ontstaan. Hij weigerde nog langer Griekse staatsobligaties op te kopen of Griekse banken steun te verlenen als banken moesten meebetalen. Deze twee cruciale ingrepen van de ECB neemt het EFSF nu over. De ECB kan zich weer aan zijn kerntaak wijten.

Dat het noodfonds EFSF een grotere, flexibeler rol mag spelen, is een stap naar meer Europese crisisbestrijding. Het fonds, dat vorige zomer werd opgericht, zou behalve staatsobligaties van Griekenland terugkopen ook flexibele kredietlijnen mogen verstrekken, een soort preventieve leningen tegen lage rente. De meeste eurolanden wilden dit vorig jaar al. Maar dat stuitte op een veto van Duitsland en Nederland.

Dit veto is nu weg. In ruil gaf Trichet zijn verzet tegen ‘private sector involvement’ op. Banken, verzekeraars en dergelijke krijgen diverse methodes aangeboden: langere terugbetalingstermijnen of rentes voor Griekenland, of verkoop van Griekse staatsobligaties en dergelijke. Daarbij nemen zij steeds een verlies van 20 procent; dat is volgens analisten niet veel. Als buffer tegen ongewenste bijeffecten (zoals selectieve default) waar Trichet zo bang voor is, krijgt de ECB extra garanties van alle eurolanden. Rutte wilde niet uitleggen hoe dit in elkaar zit.

Of een grotere rol van het noodfonds genoeg is om de turbulentie op de markten te stoppen, is niet duidelijk. Maar velen benadrukken dat dit politiek en intellectueel een keerpunt is. Tot dusver is de crisis land per land bestreden.

Duitsland en Nederland drukten hun stempel hier sterk op. ‘Zondaars’ moesten ‘gestraft’ worden. Rentes waren hoog. Keihard bezuinigen, was het mantra. Collectieve eurovangnetten waren uit den boze: leningen aan Griekenland, Ierland en Portugal zijn volledig bilateraal. Dit verandert nu, want het werkte averechts.

In die zin is gisteravond een streep getrokken onder een aanpak die tot nog toe gefaald heeft. „Straffen heeft de crisis erger gemaakt”, zei een betrokkene. „Duitsland en Nederland lijken dat eindelijk ook te beseffen.”